Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

11Dit is een brief van de kerkleider. Aan zijn goede vriend Gajus, van wie hij veel houdt.

2Beste vriend, ik hoop dat alles goed met je gaat, en dat je gezond bent. Ik weet dat het in ieder geval goed gaat met je geloof. 3Want kortgeleden kwamen er een paar rondreizende christenen bij mij, die vertelden hoe trouw jij bent aan het geloof. Ze vertelden dat jij volgens Gods waarheid leeft. Daar ben ik heel erg blij om. 4Als ik hoor dat mijn leerlingen volgens Gods waarheid leven, geeft mij dat veel vreugde. Niets geeft mij meer vreugde dan dat!

Hulp aan andere gelovigen

Help rondreizende christenen

5Beste vriend, je doet veel voor andere gelovigen, ook als je hen niet kent. Daarmee laat je zien dat je trouw bent aan het geloof. 6De gelovigen die jij hebt geholpen, hebben verteld wat jij uit liefde voor hen gedaan hebt. Alle christenen hier hebben daarover gehoord.

Het zou goed zijn, als je die gelovigen ook helpt om weer verder te reizen. Behandel hen met veel respect, zoals God het wil. 7Want ze zijn op reis gegaan om het nieuws over Jezus Christus bekend te maken. En ze nemen geen hulp aan van ongelovigen. 8Daarom moeten wij die mensen met open armen ontvangen. Zo werken we mee om Gods waarheid bekend te maken.

Het verkeerde gedrag van Diotrefes

9Ik heb een brief geschreven aan de kerk waar ook Diotrefes bij hoort. Maar Diotrefes wil niets met ons te maken hebben. En hij speelt de baas over de anderen. 10Als ik zelf bij hen kom, zal ik Diotrefes streng toespreken over zijn verkeerde gedrag. Want die man vertelt leugens over ons. En dat is niet het enige. Hij wil rondreizende christenen niet in zijn huis ontvangen. En als iemand hen wel wil ontvangen, verbiedt Diotrefes dat. Dan zet hij zo iemand zelfs uit de kerk.

Demetrius is te vertrouwen

11Beste vriend, neem het slechte voorbeeld van Diotrefes niet over. Maar doe wat goed is. Iemand die het goede doet, is een kind van God. Maar mensen die het kwade doen, hebben God nooit echt gekend.

12Over Demetrius vertelt iedereen goede dingen. Ook zijn eigen gedrag laat zien hoe goed hij is. En ook wij vertellen overal over zijn goedheid. En je weet dat alles wat wij zeggen, betrouwbaar is.

Slot van de brief

13Er zijn nog veel meer dingen die ik tegen je wil zeggen. Maar ik doe dat liever niet in een brief. 14Ik hoop dat ik je binnenkort zal zien. Dan kan ik je persoonlijk spreken.

15Ik wens je vrede. De christenen die bij mij zijn, groeten je. Breng mijn groeten over aan alle christenen bij jou, aan iedereen persoonlijk.