Bijbel in Gewone Taal (BGT)
3

Slechte en goede voorbeelden

De mensen zullen slecht zijn

31Beste Timoteüs, bedenk dat de gelovigen het moeilijk zullen krijgen aan het einde van de tijd. 2Want de mensen zullen alleen aan zichzelf denken. Geld is het enige wat hen interesseert. Ze zullen zichzelf geweldig vinden, en zich beter voelen dan anderen. Ze zullen God beledigen, en geen respect hebben voor hun ouders. Ze zullen ondankbaar zijn. Niets zal heilig voor hen zijn.

3De mensen zullen niet weten wat liefde is. Ze zullen met niemand medelijden hebben, ze zullen wreed zijn. Ze zullen kwaadspreken over anderen. Ze zullen zich gedragen alsof ze geen verstand hebben. Ze zullen een hekel hebben aan alles wat goed is. 4Ze zullen elkaar verraden. Ze zullen nooit nadenken voordat ze iets doen. Ze zullen trots zijn op zichzelf. En ze maken liever plezier dan dat ze van God houden.

5Zulke mensen zullen doen alsof ze God dienen, maar uit hun daden blijkt dat dat niet waar is. Blijf ver bij die mensen vandaan!

Ook valse leraren zijn slecht

6Een voorbeeld van zulke slechte gelovigen zijn valse leraren. Met mooie praatjes komen ze de huizen binnen, en proberen ze domme vrouwen in hun macht te krijgen. Het zijn vrouwen die veel slechte dingen gedaan hebben, en allerlei verkeerde verlangens hebben. 7Ze willen altijd wel iets nieuws leren, maar het lukt ze nooit om de waarheid te leren kennen.

8Die valse leraren verzetten zich tegen de waarheid. Net zoals Jannes en Jambres zich tegen Mozes verzet hebben. Die valse leraren hebben hun verstand verloren, en hun geloof is waardeloos. 9Maar ze zullen weinig succes hebben, want het zal voor iedereen snel duidelijk worden hoe dom ze zijn. Zo ging het ook bij Jannes en Jambres.

Paulus is een voorbeeld voor Timoteüs

10Timoteüs, jij houdt je altijd aan mijn uitleg. Jij volgt mijn voorbeeld: je leeft net zoals ik, en je probeert hetzelfde doel te bereiken. Je volgt mijn voorbeeld: mijn geloof, mijn geduld en mijn liefde. Ook jij geeft niet op. 11Je bent vervolgd en je moet lijden, net zoals ik vroeger in Antiochië, Ikonium en Lystra geleden heb. Ja, ik heb veel ellende moeten verdragen! Maar elke keer heeft de Heer mij gered.

12Alle mensen die bij Jezus Christus horen en daarom willen leven zoals God het wil, zullen vervolgd worden. 13En alle slechte mensen en bedriegers zullen nog slechter worden. Ze bedriegen andere mensen, en ze worden ook zelf bedrogen.

Gebruik de heilige boeken

14Timoteüs, blijf trouw aan wat je geleerd hebt, en aan het geloof waarvan je overtuigd bent. Je weet dat je goede leraren gehad hebt. 15En de heilige boeken ken je al sinds je kindertijd. In die boeken kun je wijsheid vinden. Ze leren je dat mensen gered kunnen worden door het geloof in Jezus Christus.

16Alles wat in de heilige boeken staat, komt van God. Daarom kun je alles wat erin staat, gebruiken om uitleg te geven over het geloof. Je kunt het ook gebruiken als mensen verkeerde ideeën hebben of verkeerde dingen doen. En je kunt het gebruiken om mensen te leren hoe ze goed kunnen leven.

17Dankzij de heilige boeken kan een leider van de kerk zijn taak uitvoeren en veel goede dingen doen.

4

Maak Gods boodschap bekend

41-2Maak Gods boodschap bekend. Het maakt niet uit of mensen er graag naar willen luisteren of niet. Je moet mensen die iets slechts gedaan hebben, streng toespreken en straffen. Maar je moet mensen ook nieuwe moed geven met je uitleg. Doe dat met veel geduld.

Dat is wat ik van je vraag, Timoteüs. En God en Jezus Christus weten dat. Jezus Christus zal komen als de hemelse koning. Dan zal hij rechtspreken over iedereen, over de levenden en de doden.

Doe je werk goed

3De tijd komt dat mensen zich zullen verzetten tegen de juiste uitleg van het geloof. Ze zullen leraren zoeken die passen bij hun eigen ideeën, en die zeggen wat ze graag horen. 4De mensen zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzonnen verhalen.

5Maar, Timoteüs, jij moet altijd helder blijven nadenken. Je moet niet bang zijn om te lijden. Doe je werk als boodschapper van het goede nieuws. En voer die taak goed uit.

Paulus heeft zijn werk goed gedaan

6Binnenkort komt er een einde aan mijn leven. Mijn leven is een offer voor God geweest. 7Ik heb gevochten voor het ware geloof. Ik heb de opdracht die ik van God gekregen heb, helemaal uitgevoerd. En ik heb mijn geloof niet verloren.

8Het enige waar ik nog op wacht, is het eeuwige leven. Dat zal de Heer mij als beloning geven op de dag dat hij komt als rechtvaardige rechter. Dan geeft hij het eeuwige leven niet alleen aan mij, maar aan alle mensen die naar zijn komst verlangd hebben.

Slot van de brief

Kom snel

9Beste Timoteüs, doe je best om zo snel mogelijk bij me te komen, 10want Demas heeft me verlaten. Hij hield te veel van het leven, en was niet bereid om te sterven. Daarom is hij naar Tessalonica vertrokken. Crescens is naar Galatië gegaan, en Titus naar Dalmatië. 11-12Tychikus heb ik naar Efeze gestuurd. Nu is alleen Lucas nog bij mij.

Haal Marcus op en breng hem mee, want hij kan mij goed helpen bij het werk voor het goede nieuws.

13Ik heb mijn jas laten liggen bij Karpus in Troas. Als je komt, neem die jas dan voor me mee. En neem ook de heilige boeken mee, ik bedoel die boeken van leer.

14Alexander, de smid, heeft me veel kwaad gedaan. De Heer zal hem zijn verdiende loon geven! 15Ook jij moet voor hem oppassen, want hij verzet zich hevig tegen onze uitleg.

De Heer heeft Paulus geholpen

16Toen ik de eerste keer voor de rechter moest komen, heeft niemand mij geholpen. Alle mensen lieten me in de steek. Ik hoop dat ze daar niet voor gestraft worden.

17Maar de Heer heeft me gesteund en me kracht gegeven. Daardoor kon ik toen alles vertellen over het goede nieuws, en hebben alle volken het gehoord.

De Heer heeft me gered, het is alsof ik gered ben uit de bek van een leeuw. 18En de Heer zal me blijven beschermen tegen alle slechte daden van mensen. Hij zal me veilig naar de hemel brengen, waar hij koning is. Alle eer aan hem voor altijd en eeuwig! Amen.

Groeten

19Groet Prisca en Aquila van mij, en ook Onesiforus en zijn familie. 20Erastus is in Korinte gebleven, en Trofimus heb ik ziek achtergelaten in Milete. 21Probeer voor de winter bij me te komen, Timoteüs!

Je krijgt de groeten van Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle andere christenen.

22Ik wens je toe dat de Heer bij je is, en dat hij goed is voor jullie allemaal.