Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Paulus groet Timoteüs

11-2Dit is een brief van Paulus aan Timoteüs.

Ik ben een apostel van Jezus Christus. Dat is de wil van God. Hij heeft mij de opdracht gegeven om over zijn belofte te vertellen. Die belofte is dat iedereen die bij Jezus Christus hoort, eeuwig zal leven.

Timoteüs, ik houd van je alsof je mijn eigen kind bent.

Ik wens je toe dat God, onze Vader, en onze Heer Jezus Christus goed voor je zijn, van je houden en je vrede geven.

Paulus dankt God

3Ik dank God voor jou. Hij is de God die ik vereer met een zuiver hart, net zoals mijn voorouders dat deden. Ik noem je in al mijn gebeden, ik denk dag en nacht aan je.

4Als ik denk aan het verdriet dat je had, dan wil ik graag weer bij je zijn. Wat zou dat me blij maken!

5Ik denk vaak aan je zuivere geloof. Zo’n geloof hadden ook je grootmoeder Loïs en je moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat jij net zo’n zuiver geloof hebt als zij. 6God heeft je een bijzondere kracht gegeven toen ik mijn handen op je hoofd legde. Daarom zeg ik je: Gebruik die kracht goed. 7God heeft ons zijn Geest gegeven. Niet om bange mensen van ons te maken, maar moedige mensen, vol liefde en geduld.

De moed om te geloven

Schaam je niet

8Je moet je er niet voor schamen om over onze Heer te vertellen. En je moet je ook niet schamen voor mij. Ook al zit ik in de gevangenis omdat ik de Heer dien. Nee, je moet, net als ik, lijden voor het goede nieuws. God geeft je daarvoor de kracht.

9God heeft ons gered, en ons uitgekozen om bij Christus te horen. Niet omdat wij dat verdienen, maar omdat dat altijd al zijn plan was. Zo goed wilde God voor ons zijn! Voordat God de wereld maakte, had hij al besloten dat wij gered zouden worden door Jezus Christus.

10Nu is Jezus Christus, onze redder, gekomen. Daardoor is nu overal bekend dat God goed voor ons is. Christus heeft de dood overwonnen. Dankzij hem krijgt iedereen die het goede nieuws gelooft, het eeuwige leven!

De uitleg van het goede nieuws

11God heeft mij uitgekozen als apostel. Ik moet het goede nieuws vertellen en uitleggen. 12Daarom moet ik veel lijden. Maar daar schaam ik mij niet voor! Want ik ken de God op wie ik vertrouw. Hij zorgt ervoor dat mijn uitleg van het goede nieuws verdedigd wordt tot de dag dat Christus terugkomt. Ik weet zeker dat God de macht heeft om dat te doen.

13Laat je leiden door de wijze woorden die je van mij gehoord hebt, Timoteüs. En houd vast aan het geloof en de liefde die Jezus Christus je geeft. 14Verdedig de uitleg van het goede nieuws, die ik je geleerd heb. De heilige Geest, die in ons is, zal je helpen.

Vijanden en vrienden van Paulus

15Je weet dat niemand van de christenen in Asia mij wilde helpen. Ook Fygelus en Hermogenes niet. 16-17Maar Onesiforus schaamde zich niet voor mij toen ik in de gevangenis terechtkwam. Nee, toen hij in Rome kwam, heeft hij net zo lang gezocht tot hij me vond. En hij heeft me in de gevangenis vaak eten gebracht.

Ik hoop dat de Heer goed zal zijn voor Onesiforus en zijn familie. 18Trouwens, jij weet zelf het beste hoeveel goede dingen Onesiforus gedaan heeft voor de christenen in Efeze. Ik bid dat de Heer op de dag dat hij terugkomt, goed zal zijn voor Onesiforus.

2

De strijd voor het geloof

Doe je best voor Christus

21Timoteüs, mijn zoon, vertrouw erop dat Jezus Christus goed voor je is. 2Ik heb je alles verteld over het geloof, en veel mensen waren daarbij. Jij moet nu alles weer doorvertellen. Vertel het aan betrouwbare mensen, die zelf geschikt zijn om aan anderen uitleg te geven.

3Je moet als een goede soldaat van Jezus Christus vechten voor het geloof. Dat betekent dat ook jij zult lijden.

4Maak je geen zorgen over de dagelijkse dingen. Net zoals een soldaat zich daar tijdens een gevecht niet druk over maakt. Hij zorgt er liever voor dat zijn generaal tevreden over hem is!

5Houd je aan de regels van Jezus Christus. Net zoals een sporter zich aan de regels van de sport houdt als hij wil winnen. 6En als je je best doet, word je beloond. Net zoals een boer na het zware werk als eerste mag eten van de oogst.

7Denk goed na over de dingen die ik schrijf. De Heer zal ervoor zorgen dat je het allemaal begrijpt.

Houd vol

8Blijf denken aan Jezus Christus, de nakomeling van David. Hij is opgestaan uit de dood. Dat is het goede nieuws dat ik vertel. 9En vanwege die boodschap moet ik lijden, ik zit zelfs als een misdadiger opgesloten in de gevangenis! Maar Gods boodschap kan niet opgesloten worden. 10Dat is de reden dat ik alles volhoud. Ik houd vol voor de mensen die God uitgekozen heeft. Zodat ook zij door Jezus Christus gered worden en het eeuwige leven krijgen.

Vertrouwen wordt beloond

11Dit is de boodschap waarop we vertrouwen: Als wij met Christus verbonden zijn in zijn dood, dan zijn we ook met hem verbonden in het eeuwige leven. 12Als we altijd blijven vasthouden aan ons geloof, zullen we samen met hem regeren in de nieuwe wereld.

Maar stel dat we in een moeilijke situatie zeggen: ‘Nee, ik ken de Heer niet!’ Dan zal de Heer bij zijn komst ook zeggen dat hij ons niet kent. 13Wij kunnen ontrouw worden aan het goede nieuws, maar Christus niet. Want hij is zelf het goede nieuws. En hij kan niet zeggen: ‘Ik ken mezelf niet.’

Kerkleiders en vijanden

Pas op voor valse leraren

14Beste Timoteüs, blijf alles wat ik je schrijf, aan de andere christenen vertellen. Waarschuw hen dringend, en zeg erbij dat God je woorden hoort. Vertel hun dat ze moeten stoppen met zinloze discussies. Die hebben geen enkel nut, en het loopt slecht af met mensen die ernaar luisteren.

15Doe je best om een betrouwbare dienaar van God te zijn. Zorg dat je je niet hoeft te schamen voor je werk. Vertel altijd eerlijk over de waarheid. 16En luister niet naar praatjes waarmee God beledigd wordt. Want die leiden alleen maar tot nog meer slechtheid.

17De ideeën van valse leraren verspreiden zich snel in de kerk, net zoals een ziekte zich in een lichaam verspreidt. Hymeneüs en Filetus zijn voorbeelden van zulke valse leraren. 18Zij zijn de waarheid helemaal kwijtgeraakt. Ze beweren dat ze al uit de dood opgestaan zijn. Met zulke ideeën maken ze het geloof van andere mensen kapot.

In de kerk zijn goede en slechte mensen

19God beschermt zijn kerk, en de echte gelovigen houden vast aan de waarheid. Want in de heilige boeken staat: «De Heer weet wie bij hem horen.» En: «Als je de Heer dient, mag je geen slechte dingen doen.»

20In een huis van rijke mensen zijn niet alleen voorwerpen van goud en zilver, maar ook voorwerpen van hout of steen. Zo is het ook in de kerk. Daar zijn mensen die gered zullen worden, maar ook mensen met wie het slecht zal aflopen.

21Als slechte mensen stoppen met hun slechte gedrag, kunnen ze toch nog gered worden. Dan zijn ze heilig, en waardevol voor de Heer. En dan kunnen ze veel goede dingen doen.

Doe het goede

22Timoteüs, verlang niet naar de dingen waar andere jonge mensen naar verlangen. Doe je best om goed en eerlijk te zijn, en op de Heer te vertrouwen. Doe je best om van andere mensen te houden, en in vrede met hen te leven. Zo moet je leven, samen met alle christenen die tot God bidden met een zuiver hart.

Luister niet naar onzin

23Je moet je niet bezighouden met domme en dwaze discussies. Want je weet dat daar ruzie van komt. 24Een leider van de kerk mag geen ruzie maken, maar hij moet vriendelijk zijn voor iedereen. Hij moet een goede leraar zijn, en een geduldig mens.

25Hij moet valse leraren op een vriendelijke manier vertellen wat ze fout doen. Misschien geeft God hun de kans om hun leven te veranderen en om de waarheid te leren kennen. 26Dan kunnen ze ontsnappen aan de macht van de duivel. De duivel heeft hen namelijk in zijn macht, en dwingt hen om te doen wat hij wil.

3

Slechte en goede voorbeelden

De mensen zullen slecht zijn

31Beste Timoteüs, bedenk dat de gelovigen het moeilijk zullen krijgen aan het einde van de tijd. 2Want de mensen zullen alleen aan zichzelf denken. Geld is het enige wat hen interesseert. Ze zullen zichzelf geweldig vinden, en zich beter voelen dan anderen. Ze zullen God beledigen, en geen respect hebben voor hun ouders. Ze zullen ondankbaar zijn. Niets zal heilig voor hen zijn.

3De mensen zullen niet weten wat liefde is. Ze zullen met niemand medelijden hebben, ze zullen wreed zijn. Ze zullen kwaadspreken over anderen. Ze zullen zich gedragen alsof ze geen verstand hebben. Ze zullen een hekel hebben aan alles wat goed is. 4Ze zullen elkaar verraden. Ze zullen nooit nadenken voordat ze iets doen. Ze zullen trots zijn op zichzelf. En ze maken liever plezier dan dat ze van God houden.

5Zulke mensen zullen doen alsof ze God dienen, maar uit hun daden blijkt dat dat niet waar is. Blijf ver bij die mensen vandaan!

Ook valse leraren zijn slecht

6Een voorbeeld van zulke slechte gelovigen zijn valse leraren. Met mooie praatjes komen ze de huizen binnen, en proberen ze domme vrouwen in hun macht te krijgen. Het zijn vrouwen die veel slechte dingen gedaan hebben, en allerlei verkeerde verlangens hebben. 7Ze willen altijd wel iets nieuws leren, maar het lukt ze nooit om de waarheid te leren kennen.

8Die valse leraren verzetten zich tegen de waarheid. Net zoals Jannes en Jambres zich tegen Mozes verzet hebben. Die valse leraren hebben hun verstand verloren, en hun geloof is waardeloos. 9Maar ze zullen weinig succes hebben, want het zal voor iedereen snel duidelijk worden hoe dom ze zijn. Zo ging het ook bij Jannes en Jambres.

Paulus is een voorbeeld voor Timoteüs

10Timoteüs, jij houdt je altijd aan mijn uitleg. Jij volgt mijn voorbeeld: je leeft net zoals ik, en je probeert hetzelfde doel te bereiken. Je volgt mijn voorbeeld: mijn geloof, mijn geduld en mijn liefde. Ook jij geeft niet op. 11Je bent vervolgd en je moet lijden, net zoals ik vroeger in Antiochië, Ikonium en Lystra geleden heb. Ja, ik heb veel ellende moeten verdragen! Maar elke keer heeft de Heer mij gered.

12Alle mensen die bij Jezus Christus horen en daarom willen leven zoals God het wil, zullen vervolgd worden. 13En alle slechte mensen en bedriegers zullen nog slechter worden. Ze bedriegen andere mensen, en ze worden ook zelf bedrogen.

Gebruik de heilige boeken

14Timoteüs, blijf trouw aan wat je geleerd hebt, en aan het geloof waarvan je overtuigd bent. Je weet dat je goede leraren gehad hebt. 15En de heilige boeken ken je al sinds je kindertijd. In die boeken kun je wijsheid vinden. Ze leren je dat mensen gered kunnen worden door het geloof in Jezus Christus.

16Alles wat in de heilige boeken staat, komt van God. Daarom kun je alles wat erin staat, gebruiken om uitleg te geven over het geloof. Je kunt het ook gebruiken als mensen verkeerde ideeën hebben of verkeerde dingen doen. En je kunt het gebruiken om mensen te leren hoe ze goed kunnen leven.

17Dankzij de heilige boeken kan een leider van de kerk zijn taak uitvoeren en veel goede dingen doen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]