Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Petrus groet alle christenen

11Dit is een brief van Simon Petrus, een dienaar en apostel van Jezus Christus. Aan alle mensen die zijn gaan geloven.

Jullie geloof is net zo waardevol als het geloof van de apostelen. Dat is te danken aan de goedheid van Jezus Christus, die onze God en onze redder is.

2Ik wens jullie toe dat God goed voor jullie is en jullie voor altijd vrede geeft. Dan zullen jullie God en onze Heer Jezus steeds beter leren kennen.

Leef zoals God het wil

Jullie zullen lijken op God

3De machtige God heeft aan jullie en mij alles gegeven wat nodig is om te leven zoals hij het wil. Hij heeft ons uitgekozen om bij hem te horen, en hij heeft ervoor gezorgd dat wij hem kennen. Daardoor weten we hoe machtig en hoe volmaakt hij is.

4God heeft iets beloofd dat heel bijzonder is: hij zal ervoor zorgen dat jullie zonder zonde gaan leven, en gaan lijken op God zelf. Jullie zullen ontsnappen aan alle slechtheid in de wereld. Die slechtheid is het gevolg van de verkeerde verlangens van de mensen.

Laat je geloof groeien

5Daarom moeten jullie je uiterste best doen om je geloof te laten groeien.

Je geloof zal groeien als je volmaakt wordt.

Je wordt volmaakt als je meer begrijpt van het geloof.

6Je begrijpt meer van het geloof als je geduldig bent.

Je wordt geduldig als je volhoudt in moeilijkheden.

Je kunt volhouden in moeilijkheden als je God eert.

7Je eert God als je van elkaar houdt als broers en zussen.

En je kunt pas van elkaar houden als je van alle mensen houdt.

God zal je belonen

8-9Dat is allemaal nodig om je geloof te laten groeien. Jullie hebben onze Heer Jezus Christus leren kennen. Maar je hebt alleen iets aan die kennis als je je geloof laat groeien. Wie dat niet doet, begrijpt niet waar het om gaat. Die is vergeten dat zijn nieuwe leven begonnen is toen hij van God vergeving voor zijn zonden kreeg.

10Vrienden, doe dus je best om goed te leven. Dan zullen jullie je geloof niet verliezen, maar het juist laten groeien. Dan maken jullie duidelijk dat God jullie heeft uitgekozen en jullie zal redden. 11En dan zullen jullie met open armen ontvangen worden in Gods nieuwe wereld. In die nieuwe wereld zal Jezus Christus, onze Heer en redder, voor altijd koning zijn.

Petrus is een goede leraar

Een laatste boodschap van Petrus

12Alles wat ik schrijf, weten jullie al. En jullie zijn overtuigd van de waarheid die jullie hebben leren kennen. Maar toch zal ik jullie aan die dingen blijven herinneren.

13-14Ik weet dat ik binnenkort zal sterven. Onze Heer Jezus Christus heeft mij dat duidelijk gemaakt. Maar zolang ik nog leef, blijf ik jullie herinneren aan de waarheid. Dat vind ik belangrijk. 15Daar doe ik dus mijn uiterste best voor. Want ik wil dat jullie altijd blijven onthouden wat ik jullie verteld heb. Ook als ik straks gestorven ben.

Petrus heeft de macht van Jezus gezien

16Ik en de andere apostelen hebben jullie verteld wat er zal gebeuren: onze Heer Jezus Christus zal met hemelse macht op aarde komen.

Dat is beslist geen sprookje, we hebben het niet zelf verzonnen. 17-18Want wij hebben de hemelse macht van Jezus met eigen ogen gezien. Dat was toen we met hem op de heilige berg waren. Hij kreeg toen alle eer en macht van God, de Vader, die zelf machtig is en alle eer verdient. Wij hoorden daar de stem van God. Hij zei vanuit de hemel over Jezus: ‘Jij alleen bent mijn Zoon. Mijn liefde voor jou is groot.’

Vertrouw op de profeten

19We weten dat de profeten de waarheid gesproken hebben. En door wat er op de berg gebeurd is, weten we dat helemaal zeker.

De woorden van de profeten helpen om de waarheid over Jezus te begrijpen. Luister daarom altijd naar wat er in hun boeken staat. En eens zal de waarheid voor jullie helemaal duidelijk worden. Dat zal gebeuren op de dag dat Jezus zelf komt, en jullie hem zien.

20-21En bedenk: niemand kan de heilige boeken uitleggen zonder hulp van God. Want de woorden die daarin staan, komen van God. De profeten hebben hun woorden niet zelf bedacht. De heilige Geest liet hen spreken namens God zelf.

2

Valse leraren worden gestraft

Er zullen valse leraren zijn

21-2Maar er zijn in het volk van Israël ook valse profeten geweest. En net zo zullen er bij jullie in de kerk valse leraren zijn. Die zullen proberen om jullie een verkeerd geloof aan te leren. Ze zullen zeggen dat Jezus niet hun redder is. Veel mensen zullen naar hen luisteren en mee gaan doen met hun slechte gedrag. Het is de schuld van die valse leraren dat het christelijke geloof belachelijk gemaakt wordt. Maar ze zullen daar heel snel voor gestraft worden.

3Zulke valse leraren denken alleen maar aan zichzelf. Ze vertellen jullie verzonnen verhalen om er zelf beter van te worden. Maar God heeft allang besloten om die slechte mensen te straffen, en dat zal niet lang meer duren!

God straft en beloont

4Zelfs de engelen die gezondigd hadden, zijn door God gestraft. Hij heeft hen opgesloten in het land van de dood. Daar moeten ze blijven totdat God zal rechtspreken.

5Ook in de tijd van Noach heeft God de slechte mensen gestraft. Dat deed hij door een grote overstroming over de aarde te laten komen. Maar Noach heeft hij gered, samen met zeven andere mensen. Noach werd gered omdat hij als enige leefde zoals God het wilde.

6God heeft ook de slechte mensen in Sodom en Gomorra gestraft. Door een brand werden die steden helemaal verwoest, zodat er alleen as overbleef. Dat was een waarschuwing voor alle slechte mensen uit latere tijden. 7-8Maar Lot werd gered. Hij leefde zoals God het wilde. Lot was een goed mens die woonde tussen slechte mensen. Hij vond het heel erg dat de mensen zo veel verschrikkelijke dingen deden. Het deed hem pijn om elke dag hun slechte gedrag te zien en te horen.

9Ook nu zal de Heer de mensen redden die eerbied voor hem hebben en die hun geloof niet verliezen. Maar slechte mensen zal hij gevangen houden tot de dag dat hij zal rechtspreken. Dan zal hij hen straffen. 10De Heer zal vooral de mensen straffen die hun slechte verlangens volgen en verboden seks hebben. En de mensen die beweren dat de Heer niet over hen zal oordelen.

De valse leraren beledigen hogere machten

De valse leraren zijn zo trots en brutaal dat ze hogere machten zomaar durven te vervloeken. 11Zelfs engelen, veel sterker en machtiger dan die leraren, durven zoiets niet! Zij zouden de Heer nooit vragen om hogere machten te straffen.

12Maar de valse leraren vervloeken hogere machten zonder iets van ze te weten. Ze zijn net zo dom als dieren. Het zal verkeerd met hen aflopen. Net als met dieren die geboren zijn om opgesloten en geslacht te worden. 13Omdat de valse leraren zich slecht gedragen hebben, zullen ze slecht behandeld worden.

Ze houden nooit op met zondigen

De valse leraren genieten ervan om zich zelfs overdag al helemaal vol te gieten met drank. Door dat slechte gedrag maken ze iets belachelijks van de feestelijke maaltijden die jullie met elkaar vieren.

14Vreemdgaan is het enige waaraan ze kunnen denken, ze houden nooit op met zondigen! Ze verleiden mensen met een zwak geloof om zich slecht te gedragen. Ze zijn gewend om altijd aan geld te denken. Maar het zal verkeerd met hen aflopen!

Ze zijn net zo slecht als Bileam

15De valse leraren leiden een slecht leven. Ze plegen dezelfde misdaad als de profeet Bileam, de zoon van Bosor. Bileam hield ervan om te liegen als hij daar geld mee kon verdienen. 16Maar daar werd hij voor gestraft! Want zijn ezel begon tegen hem te praten als een mens. Zo maakte een ezel een einde aan de domme plannen van die profeet.

Ze zijn verslaafd aan het kwaad

17Je hebt niets aan die valse leraren! Ze zijn net als bronnen zonder water. Ze zijn als wolken die worden weggeblazen door de wind. Ze zullen terechtkomen in het donkerste deel van de hel! 18Ze spreken mooie woorden, maar het zijn leugens. Ze verleiden mensen tot verboden seks. Zo verleiden ze gelovigen om weer net zo slecht te leven als voordat ze geloofden.

19De valse leraren beloven aan iedereen vrijheid, maar zelf zijn ze niet vrij. Ze zijn verslaafd aan het kwaad. Want als je in de macht bent van het kwaad, dan ben je eraan verslaafd.

Ze hadden beter moeten weten

20De valse leraren waren een tijdlang ontsnapt aan de slechtheid van de wereld. Dat gebeurde toen ze de Heer en redder Jezus Christus leerden kennen. Maar nu zijn ze weer in de macht van het kwaad. En hun slechtheid van nu is erger dan hun slechtheid van vroeger. 21Het was voor hen zelfs beter geweest als ze de wil van God nooit hadden leren kennen. Want nu kennen ze Gods wil wel, maar ze schuiven zijn heilige regels gewoon aan de kant.

22De volgende spreekwoorden passen precies bij hun situatie: ‘Een hond gaat terug naar zijn eigen braaksel om het op te eten.’ En: ‘Een gewassen varken rolt al snel weer door de modder.’

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]