Bijbel in Gewone Taal (BGT)
7

71Vrienden, die dingen heeft God ons beloofd. Daarom moeten wij alles wat slecht is, achter ons laten. We moeten van binnen en van buiten rein zijn. Uit eerbied voor God moeten we onszelf helemaal heilig maken.

De relatie met Paulus

2Vrienden, houd van mij met heel je hart! Ik heb toch niemand van jullie slecht behandeld? Ik heb niemand verleid om kwaad te doen, en ik heb van niemand misbruik gemaakt. 3Daarmee bedoel ik niet dat jullie iets verkeerd doen. Nee, ik heb al gezegd dat ik van jullie houd met heel mijn hart. En we blijven met elkaar verbonden, of we nu leven of sterven.

4Ik ben erg trots op jullie. Ik kan tegen jullie altijd open en eerlijk zijn. Daarom ben ik vol goede moed en ontzettend blij. Juist op al die momenten dat ik het moeilijk heb.

Het bezoek van Titus

Titus heeft een goed bericht gebracht

5Eerder schreef ik al dat ik naar Macedonië gegaan was. Maar daar had ik geen rust. Ik kwam daar juist in allerlei moeilijkheden. Er waren tegenstanders die ruzie met mij zochten, en mijn hart was vol zorgen.

6Maar God geeft altijd nieuwe moed aan mensen die niet vertrouwen op hun eigen kracht. Ook ik kreeg die steun van God. Want Titus kwam, 7en zijn komst gaf mij nieuwe moed. Bovendien bracht Titus een goed bericht. Hij vertelde dat zijn bezoek aan jullie heel goed was geweest. Hij vertelde dat jullie mij graag weer willen zien. Dat jullie verdriet hebben over wat er misgegaan is. En ook dat jullie mij nu volledig steunen. Dat bericht maakte mij erg blij!

8Ik weet dat ik jullie verdriet gedaan heb met mijn eerdere brief. Toch heb ik geen spijt dat ik die brief geschreven heb. Eerst had ik er wel spijt van, maar nu weet ik dat jullie verdriet maar kort geduurd heeft. 9En nu ben ik blij dat ik die brief geschreven heb! Natuurlijk ben ik niet blij om jullie verdriet. Maar ik ben blij dat jullie door je verdriet beter over mij zijn gaan denken. Het was verdriet waar God blij mee was. En dus heb ik jullie op geen enkele manier kwaad gedaan.

Soms zorgt verdriet voor iets goeds

10Er bestaat inderdaad verdriet waar God blij mee is. Zulk verdriet zorgt ervoor dat mensen hun leven veranderen. Daar krijgen ze geen spijt van. Want het heeft als gevolg dat ze gered worden. Maar het verdriet van slechte mensen brengt niets goeds. Zulk verdriet leidt tot de dood.

11Jullie kregen door mijn brief verdriet waar God blij mee was. En het heeft voor veel goede dingen gezorgd. Want jullie hebben daardoor goed naar mij geluisterd. Jullie zijn boos geworden op de man die straf verdiende. Jullie hebben hem gestraft. En jullie hebben mij uitgelegd waarom jullie dat deden. Zo lieten jullie zien dat jullie respect voor mij hebben. Nu willen jullie mij graag weer zien, en jullie steunen mij volledig.

Het is duidelijk dat jullie precies de goede dingen hebben gedaan, en dat jullie geen schuld hebben.

Het bezoek is goed geweest

12Nu weten jullie dus waarom ik jullie die eerdere brief geschreven heb. Het ging niet om die man die straf verdiende. Het ging ook niet om mezelf, ook al was ik slecht behandeld. Het ging mij om jullie. Jullie moesten aan God laten zien dat jullie naar mij wilden luisteren. 13Dat deden jullie, en dat gaf mij nieuwe moed. Ja, het gaf mij moed, en ook grote vreugde. Want Titus vertelde me hoe blij hij geworden was van zijn bezoek aan jullie! Hij was helemaal gerustgesteld, door jullie allemaal.

14Ik had tegen Titus met trots over jullie gesproken. En ik ben blij dat ik me daar niet voor hoef te schamen! Sterker nog: alles wat ik over jullie gezegd had tegen Titus, was waar. Net zo waar als alles wat ik aan jullie verteld heb.

15Als Titus terugdenkt aan zijn bezoek, wordt zijn liefde voor jullie alleen nog maar groter. Want jullie hebben hem ontvangen met eerbied en respect, en jullie hebben goed naar hem geluisterd. 16En ik ben blij dat ik helemaal op jullie kan vertrouwen.

8

De hulpactie voor Jeruzalem

De christenen in Macedonië geven geld

81Vrienden, ik wil jullie iets vertellen. Dankzij Gods goedheid hebben de christenen in Macedonië iets bijzonders gedaan. 2Die christenen hebben het erg moeilijk, maar ze houden vol. Ze zijn vol vreugde door hun geloof. En ook al zijn ze erg arm, ze willen anderen graag helpen. Daar hebben ze alles voor over. 3-4Ze vroegen aan mij: ‘Mogen wij meedoen met de actie om de christenen in Jeruzalem te helpen?’ Dat wilden ze heel graag. Ze gaven alles wat ze konden missen. Ik kan wel zeggen: meer dan ze konden missen! En dat deden ze uit zichzelf.

5De christenen in Macedonië gaven meer dan ik had durven hopen. Ze zagen onze actie als iets dat God wilde. Daarom steunden ze ons. En bovendien gaven ze zo zichzelf als geschenk aan Christus, de Heer!

Doe mee met de hulpactie

6Ook jullie steun is nodig. Ik heb Titus opdracht gegeven om dat te regelen. Hij was al eerder begonnen om bij jullie geld in te zamelen, en dat werk komt hij nu afmaken. 7Over jullie is veel goeds te zeggen! Jullie geloof is sterk, en jullie kunnen er goed over vertellen. Jullie kennis is groot. Jullie doen altijd je uiterste best. En jullie leven vanuit de liefde die ik jullie geleerd heb. Geef daarom nu ook je volledige steun aan de actie voor Jeruzalem.

8Ik zeg dat niet als een bevel. Ik vertel jullie alleen maar wat de christenen in Macedonië gedaan hebben. Want ik wil te weten komen of ook jullie echte liefde voelen voor andere christenen. 9Jullie weten wat onze Heer Jezus Christus voor jullie gedaan heeft. Hij heeft zijn hemelse positie opgegeven en zijn lijden geaccepteerd. Dat deed hij uit goedheid voor jullie. Want door zijn lijden krijgen jullie het hemelse leven.

De eenheid van de christenen

10Ik geef jullie geen bevel, maar een advies. Want meedoen met de hulpactie is goed voor jullie. Jullie zijn vorig jaar al begonnen met het inzamelen van geld. Jullie wilden dat zelf. 11Maak het nu dan ook af!

Jullie wilden toch zo graag meedoen? Dan moeten jullie het nu ook echt doen. Verzamel alles wat jullie kunnen geven. 12Als je het van harte geeft, dan is de Heer er blij mee. Maar je hoeft niet meer te geven dan je kunt missen.

13Het is niet de bedoeling dat jullie zelf in moeilijkheden komen door anderen te helpen. Het gaat erom dat jullie laten zien dat er eenheid is. 14De nieuwe tijd is gekomen. Daarom moeten jullie nu laten zien dat de christenen een eenheid vormen. Jullie steunen de christenen in Jeruzalem die hulp nodig hebben. Maar zij geven jullie ook iets terug dat jullie nodig hebben: hun dank en hun gebed. 15Zo staat het ook in de heilige boeken: «Niemand had te veel en niemand had te weinig.»

Een nieuw bezoek aan Korinte

16Ik dank God. Want hij zorgt ervoor dat Titus, net als ik, alles voor jullie overheeft. 17Want ik vroeg Titus om jullie weer te bezoeken. Maar hij had zelf allang bedacht dat hij naar jullie toe wilde gaan! Hij heeft echt alles voor jullie over.

18Ik stuur een christen uit Macedonië met Titus mee. Hij wordt door alle christenen gewaardeerd omdat hij goed over het goede nieuws kan vertellen. 19De kerken in Macedonië hebben hem uitgekozen om met mij mee te gaan naar Jeruzalem. Dan zullen we daar al het geld brengen dat we konden inzamelen. Zo eren we de Heer, en laten we zien dat we de christenen in Jeruzalem van harte steunen. 20Die man zal dus met mij meegaan naar Jeruzalem. Dan kan later nooit iemand zeggen dat ik iets van het geld gestolen heb. 21Want ik wil alles goed doen. En dat wil ik niet alleen aan de Heer laten zien, maar ook aan de mensen.

22Ik stuur ook nog een andere christen met Titus mee. Hij heeft veel over voor het werk dat we doen, dat heb ik al vaak gemerkt. En deze keer wil hij nog harder werken dan anders, want hij heeft veel vertrouwen in jullie.

23Titus kennen jullie. Hij is mijn vriend, en hij werkt met me samen om jullie te dienen. De twee christenen die met hem meekomen, zijn gestuurd door de kerken in Macedonië. Het zijn dienaren van Christus, die werken tot zijn eer. 24Ontvang hen met open armen. Dan laten jullie zien dat jullie de christenen in Macedonië liefhebben. En dan begrijpt iedereen waarom ik trots op jullie ben.

9

Het geld moet snel ingezameld worden

91Eigenlijk hoef ik jullie niets te schrijven over de hulpactie voor de christenen in Jeruzalem. 2Want jullie staan klaar om mee te doen! Dat weet ik. Ik heb trots over jullie verteld aan de christenen in Macedonië. Ik zei: ‘De christenen in Korinte en in de rest van de provincie Achaje hebben vorig jaar al besloten om mee te doen.’ En de meeste christenen in Macedonië hebben toen jullie goede voorbeeld gevolgd.

3Ik stuur nu Titus en de twee andere christenen naar jullie toe. Want ik heb steeds trots over jullie gezegd: ‘Ze doen mee!’ Maar dat moeten jullie nu dan ook echt doen. 4Als ik over een tijdje naar jullie toe kom, komen er ook christenen uit Macedonië mee. Stel je voor dat jullie dan nog niets ingezameld hebben. Wat een schande zou dat zijn! Voor mij, maar vooral voor jullie.

5Daarom vind ik het nodig dat Titus en die twee anderen alvast naar jullie toe gaan. Zij moeten ervoor zorgen dat jullie voorbereid zijn op mijn bezoek. En dat het geld dat jullie beloofd hebben, ingezameld wordt. Als ik bij jullie kom, moet het klaarliggen als een prachtig geschenk. Jullie moeten niet tot het laatste moment wachten en dan maar heel weinig geven!

God geeft al het goede

6Denk eraan: Iemand die weinig zaait, zal ook weinig oogsten. Iemand die veel zaait, zal ook veel oogsten. 7Iedereen moet voor zichzelf besluiten hoeveel hij wil geven. Je moet van harte geven, en niet omdat het verplicht is. Want God houdt van mensen die met vreugde geven.

8God heeft de macht om jullie al het goede te schenken. Hij kan jullie alles geven wat je nodig hebt. Zelfs zo veel dat jullie altijd meer dan genoeg hebben, en veel overhouden om andere mensen te steunen. 9Zo staat het ook in de heilige boeken: «Ze geven veel aan arme mensen. Altijd blijven ze het goede doen.»

10Het is God die zorgt voor zaad om te zaaien en brood om te eten. Hij zal er ook voor zorgen dat jullie meer dan genoeg hebben. En dat jullie steeds meer goeddoen voor anderen.

Het gaat om de dank aan God

11God heeft jullie op veel manieren rijk gemaakt. Nu moeten jullie ook klaarstaan om anderen te helpen. Dan zullen de christenen in Jeruzalem God danken voor de steun die ze via mij van jullie krijgen.

12Jullie dienen God door de christenen in Jeruzalem te steunen. Want zij krijgen dan de hulp die ze nodig hebben, en ze zullen God met heel hun hart danken. 13Ze zullen God eren als ze merken dat jullie hen graag willen steunen. En dat jullie willen laten zien dat alle christenen een eenheid vormen. Dan weten ze dat jullie je houden aan wat er afgesproken is toen het werk aan het goede nieuws begon.

14Telkens als zij voor jullie bidden, voelen ze zich met jullie verbonden. Want ze hebben gemerkt dat God geweldig goed voor jullie is.

15Laten we God danken voor wat hij ons geeft, een geschenk dat te groot is voor woorden.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]