Bijbel in Gewone Taal (BGT)
3

Paulus is geschikt voor zijn werk

31Ben ik nu weer aan het vertellen hoe geschikt ik ben om het goede nieuws bekend te maken? Nee! Heb ik brieven nodig van jullie of van andere christenen waar dat in staat? Nee! Anderen hebben zulke brieven nodig, maar ik niet. 2Want ik heb jullie. Jullie zijn als een brief die ik bij me draag in mijn hart. Iedereen die jullie geloof ziet, begrijpt dat ik geschikt ben om het goede nieuws te vertellen.

3Door mijn werk zijn jullie een brief van Christus die iedereen kan lezen. Dat is natuurlijk geen brief van papier. Nee, ik bedoel dat iedereen jullie geloof kan zien. En dat iedereen kan zien dat jullie leven bepaald wordt door de Geest van de levende God. Zijn regels staan geschreven in jullie hart, en niet op stenen platen, zoals de wet.

4Dankzij Christus doe ik mijn werk vol vertrouwen, en God weet hoe ik dat doe. 5Ik zie het niet als mijn eigen prestatie. Want uit mezelf ben ik niet geschikt om het goede nieuws bekend te maken. Het is God die mij daarvoor geschikt maakt.

6God heeft mij geschikt gemaakt om zijn dienaar te zijn. Ik moet vertellen over zijn nieuwe afspraak met de mensen. Het gaat nu niet meer om de regels die vroeger opgeschreven zijn, maar om de heilige Geest. Want de regels van de wet brachten uiteindelijk de dood, maar de heilige Geest brengt leven.

De hemelse glans is eeuwig

7-9De regels van de wet waren geschreven op twee stenen platen. Die regels lieten zien dat mensen straf verdienden. Zo bracht de wet uiteindelijk de dood. Toch kwam de wet op aarde met een schitterende glans. Want toen Mozes de wet meebracht, had zijn gezicht een hemelse glans. De Israëlieten konden er niet naar kijken! Maar dat was een glans die weer zou verdwijnen.

Als de wet al zo’n glans met zich meebracht, dan doet de heilige Geest dat natuurlijk helemaal! Want de heilige Geest is gekomen als teken dat wij gered zullen worden. En de hemelse glans die daarbij hoort, is veel en veel schitterender dan de glans van Mozes.

10-11De hemelse glans die het volk van Israël zag, was heel bijzonder. Toch was die glans niets, vergeleken met de glans die wij nu zien. Want de glans die de wet meebracht, moest weer verdwijnen. Maar de hemelse glans die met Christus gekomen is, verdwijnt nooit.

De hemelse glans wordt steeds sterker

12Ik vertrouw erop dat de glans die met Christus gekomen is, nooit verdwijnt. Ik vertel er open en eerlijk over. 13Ik doe niet zoals Mozes. Die deed een doek voor zijn gezicht. Hij wilde niet dat de Israëlieten zouden zien dat de glans op zijn gezicht weer verdween. Want dan zouden ze begrijpen dat de wet ook niet altijd zou blijven gelden.

14-15De Israëlieten hebben de heilige boeken nooit goed kunnen begrijpen, en ze begrijpen die nog steeds niet goed. Dat lukt pas als ze in Christus gaan geloven. Ook nu nog begrijpen de Israëlieten het niet goed als er voorgelezen wordt uit de wet van Mozes. Het lijkt wel alsof er een doek over hun verstand ligt. 16-17Maar telkens als er iemand gaat geloven in de Heer, wordt die doek weggehaald. Want wie gaat geloven in de Heer, ontvangt de heilige Geest. En de heilige Geest maakt mensen vrij, zodat ze alles kunnen begrijpen.

18Wij christenen zijn dus vrij. Wij hebben geen doek voor ons gezicht. Onze gezichten laten iets zien van de hemelse glans van de Heer. Want wij veranderen in nieuwe mensen, wij gaan steeds meer lijken op onze hemelse Heer. Daar zorgt de heilige Geest voor.

4

Paulus werkt voor Christus

41God heeft mij een bijzondere opdracht gegeven, ik ben daar dag en nacht mee bezig. 2Ik vertel het goede nieuws open en eerlijk. Ik verander niets aan Gods waarheid. Ik pas mijn woorden niet aan om mensen een plezier te doen. Nooit heb ik gebruikgemaakt van leugens en bedrog, en dat soort schandelijke dingen. Iedereen kan zien dat ik eerlijk ben. God weet dat dat zo is, en diep in hun hart weten de mensen dat ook.

3Sommige mensen begrijpen niets van het goede nieuws dat ik vertel. Maar dat zijn mensen die niet gered worden. 4Ze blijven ongelovig. Want Satan zorgt ervoor dat ze het goede nieuws niet kunnen begrijpen. Ze kunnen het licht niet zien, de hemelse glans van Christus, die lijkt op God zelf.

5Het nieuws dat ik vertel, gaat niet over mijzelf, maar over Jezus Christus. Ik vertel dat hij onze Heer is. En dat ik jullie dienaar ben, omdat ik Jezus dien. 6In het begin heeft God gezegd: ‘Er moet licht schijnen in het donker.’ Diezelfde God heeft het licht ook in mij laten schijnen! Hij liet mij Jezus Christus zien. En ik zag dat het gezicht van Jezus straalde met een hemelse glans, de glans van God zelf. En God wil dat ik dat aan iedereen bekendmaak.

Lijden als apostel

Paulus lijdt voor het goede nieuws

7Het goede nieuws is een kostbare schat. En ik ben de breekbare kruik waar die schat in bewaard wordt. Dat is goed. Want daardoor is het duidelijk dat de enorme kracht van het goede nieuws niet van mij komt, maar van God.

8Ik moet lijden, maar ik verlies de moed niet. Ik leef in onzekerheid, maar ik blijf op God vertrouwen. 9Ik word door mensen vervolgd, maar God laat mij nooit in de steek. Ik word door mensen geslagen, maar ze doden mij niet.

10-11Ik moet lijden, mijn leven lang, net zoals Jezus moest lijden en sterven. Voortdurend wordt mijn leven beheerst door de dood, omdat ik Jezus dien. Zo gebruikt God mij om te laten zien dat Jezus is opgestaan uit de dood. Want doordat ik het lijden volhoud, maak ik zichtbaar dat Jezus leeft.

12In mijn leven is dus de dood aan het werk. Maar daardoor is voor jullie het nieuwe leven gekomen.

Paulus houdt vol

13In de heilige boeken staat: «Ik vertrouwde op God, en daardoor kon ik spreken.» Zo is het ook met mij: omdat ik op God vertrouw, kan ik doorgaan met het vertellen van het goede nieuws. 14God heeft de Heer Jezus laten opstaan uit de dood. En dit weet ik zeker: Als ik sterf, zal God mij, net als Jezus, laten opstaan. En dan zal ik samen met jullie bij God mogen komen.

15Mijn lijden heeft jullie veel goeds gebracht. Doordat jullie zijn gaan geloven, hebben jullie Gods goedheid leren kennen. En hoe meer mensen er gaan geloven, hoe meer mensen God danken en eren.

Het gaat om het eeuwige leven

16Ik ga dus door met mijn werk, ik geef niet op. Dat kan me mijn leven kosten, maar dat is niet erg. Want het belangrijkste is dat ik van binnen een nieuw mens word, elke dag meer.

17De moeilijkheden die we meemaken, gaan voorbij. Die zijn niet belangrijk. Maar ze brengen ons iets wat juist wel belangrijk is: het eeuwige leven bij God.

18De dingen die we om ons heen zien, zijn niet belangrijk. Het gaat om de dingen die we nog niet zien. Want alle zichtbare dingen zullen verdwijnen, maar de dingen die we nu nog niet zien, zijn eeuwig.

5

We zullen een hemels lichaam krijgen

51Dit weet ik zeker: als mijn aardse lichaam sterft, zal God mij een nieuw lichaam geven. Dat is een hemels lichaam, dat eeuwig en onsterfelijk is. 2Zolang ik mijn aardse lichaam heb, gaat het lijden door. Daarom verlang ik naar mijn hemelse lichaam. En ik hoop dat ik dat krijg zonder dat ik hoef te sterven. 3Maar ook als ik sterf, zal God mij niet in de dood achterlaten. Dat weet ik zeker!

4Zolang wij ons aardse lichaam hebben, hebben we het zwaar. We willen niet sterven, maar juist blijven leven tot het moment dat we het hemelse leven krijgen. Dan wordt ons sterfelijke leven deel van het eeuwige leven. 5God heeft ons klaargemaakt voor dat moment. En als bewijs daarvan heeft hij ons nu al de heilige Geest gegeven.

Op aarde gaat het om geloof

6We blijven altijd moed houden. Ook al zijn we nu nog ver bij de Heer vandaan. En dat zal zo blijven zolang we ons aardse lichaam hebben. 7Bij ons leven op aarde gaat het om geloof. Want we kunnen de Heer nog niet zien.

8Ik blijf altijd moed houden. Het liefst zou ik mijn aardse lichaam verlaten om voor altijd bij de Heer te leven. 9Maar het belangrijkste is dat ik dingen doe waar de Heer tevreden over is. Of ik nu hier op aarde ben, of al bij de Heer. 10Want we weten hoe het zal gaan: We zullen allemaal voor de troon van Christus staan. Hij zal rechtspreken over ons aardse leven, over alle goede en slechte daden. En dan krijgt iedereen wat hij verdient.

Paulus’ werk als apostel

Paulus vertelt hoe hij werkt

11Ik doe mijn werk met grote eerbied voor de Heer. Ik probeer alle mensen te overtuigen van de waarheid. God kent mij, hij weet dat ik goed bezig ben. En jullie weten dat diep in je hart ook, daar vertrouw ik op. 12Ik wil niet opscheppen over mezelf. Maar ik wil dat jullie een goede reden hebben om trots op mij te zijn. Andere mensen zijn trots om een verkeerde reden. Ze zijn trots op iemand die indruk maakt, en niet op iemand die eerlijk is, zoals ik.

13Natuurlijk, ik heb bijzondere ervaringen. Dat zijn momenten dat Gods Geest bezit van mij neemt. Maar dan ben ik met God alleen. En in mijn werk voor jullie ben ik altijd kalm en verstandig.

Wij leven nu voor Christus

14Het is de liefde van Christus die mij beheerst. Want dit weet ik zeker: één mens is gestorven voor alle mensen, en daardoor zijn eigenlijk alle mensen gestorven. 15Christus is voor alle mensen gestorven. Maar voor ons is hij niet alleen gestorven, maar ook opgestaan uit de dood. Daardoor horen wij nu bij het nieuwe leven. We leven nu niet meer voor onszelf, maar voor Christus.

16Vroeger geloofde ik niet in Christus, want ik beoordeelde hem op een aardse manier. Maar nu doe ik dat niet meer. Ik beoordeel niemand meer op een aardse manier.

Het is weer goed tussen God en ons

17Iedereen die bij Christus hoort, hoort bij het nieuwe leven. De oude tijd is voorbij, de nieuwe tijd is gekomen. 18Daar heeft God voor gezorgd. God heeft ervoor gezorgd dat het weer goed is tussen hem en ons, dankzij Christus. En hij heeft mij de opdracht gegeven om dat goede nieuws aan iedereen te vertellen.

19God heeft ervoor gezorgd dat het goed kan komen tussen hem en heel de wereld. Want iedereen die bij Christus hoort, krijgt vergeving van zijn zonden. God wil dat wij dat goede nieuws doorgeven.

20Ik ben de boodschapper van Christus. Via mij spreekt God tegen jullie. En namens Christus vraag ik jullie dringend: Neem de vrede die God ons aanbiedt, dankbaar aan.

21Jezus Christus was zonder zonde. Maar God liet hem de straf voor onze zonden dragen. Dat deed God voor ons. En nu ziet hij ons als goede mensen, omdat we bij Christus horen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]