Bijbel in Gewone Taal (BGT)
2

21Salomo liet tellen hoeveel mannen hij in dienst had: 70.000 mannen om al het materiaal voor de bouw te dragen, 80.000 mannen om stenen te hakken in de bergen en 3600 mannen die de leiding hadden over de arbeiders.

2Ook stuurde Salomo dienaren naar Churam, de koning van Tyrus, met de volgende vraag: ‘U hebt vroeger aan mijn vader David hout gestuurd. Daarmee bouwde hij een paleis voor zichzelf. 3Nu heb ook ik uw hulp nodig. Ik wil een tempel bouwen voor de Heer, mijn God.

Ik zal van die tempel een heilige plaats maken. Dan kunnen de Israëlieten daar geurige wierook branden voor God, op vaste tijden offerbrood neerleggen en offers brengen. Dat moeten ze elke ochtend en elke avond doen. En ook op sabbat, op het Feest van Nieuwe Maan en op de feesten voor de Heer, onze God. Dat moeten de Israëlieten voortaan altijd doen.

4De tempel die ik ga bouwen, moet groot worden. Want onze God is groter dan de goden van andere volken. 5Maar eigenlijk is geen enkele tempel groot genoeg voor God. Zelfs de hoogste hemel is voor God niet groot genoeg om in te wonen! De tempel die ik ga bouwen, is alleen bedoeld om offers aan hem te brengen.

Salomo vraagt koning Churam om hulp

6Nu vraag ik u, koning Churam: Stuur een vakman naar mij toe. Iemand die voorwerpen kan maken van goud en zilver, en van brons en ijzer. Hij moet ook goed kunnen werken met paarse, rode en blauwe wol. En hij moet goed figuren kunnen uitsnijden.

Hij moet de vakmensen helpen die voor mij werken in Juda en Jeruzalem. Die vakmensen werkten al voor mijn vader David.

7Stuur mij ook de beste bomen uit de Libanon-bergen. Ik weet dat uw arbeiders goed bomen kunnen omhakken. Ik zal zelf ook arbeiders sturen om hen te helpen. 8Dan kan ik zo veel mogelijk hout bij elkaar krijgen. Want de tempel die ik ga bouwen, moet groot en prachtig worden.

9Ik zal uw arbeiders voor dat werk betalen met 90.000 zakken tarwe, 90.000 zakken gerst, 900.000 liter wijn en 900.000 liter olijfolie.’

Churam belooft Salomo te helpen

10Koning Churam stuurde een brief naar Salomo met het volgende antwoord: ‘De Heer houdt van uw volk. Daarom heeft hij ervoor gezorgd dat u hun koning bent. 11Ik dank de Heer, de God van Israël, die de hemel en de aarde gemaakt heeft. Want hij heeft aan koning David een wijze zoon gegeven. Een zoon met kennis, inzicht en verstand. Een zoon die een tempel voor de Heer wil bouwen, en een paleis voor zichzelf.

12Ik zal u een vakman sturen, een man met kennis en verstand. Hij heet meester Churam. 13Zijn moeder komt uit de stam Dan en zijn vader komt uit Tyrus.

Meester Churam kan voorwerpen maken van goud en zilver, van brons en ijzer, en van steen en hout. Hij kan werken met paarse, rode en blauwe wol, en met fijn wit linnen. Hij kan ook allerlei figuren bedenken en die snijden. Met de hulp van uw vakmensen kan hij alles maken wat u wilt.

14Stuur de tarwe, de gerst, de olie en de wijn naar mijn arbeiders, zoals u beloofd hebt. 15Dan zullen wij bomen omhakken in de Libanon-bergen, zo veel als u nodig hebt. We zullen er vlotten van maken. Die vlotten zullen wij naar u toe brengen, naar de haven van Jafo. Vanuit Jafo kunt u de bomen dan naar Jeruzalem brengen.’

Salomo heeft alle arbeiders geteld

16Salomo had alle vreemdelingen in Israël laten tellen, zoals ook zijn vader David gedaan had. Het waren er 153.600. 17Die vreemdelingen had Salomo in dienst genomen voor de bouw van de tempel: 70.000 mannen om het materiaal te dragen, 80.000 mannen om stenen te hakken in de bergen en 3600 mannen die de leiding hadden over de arbeiders.

3

De bouw van de tempel

Salomo begint met de bouw

31-2In het vierde jaar dat Salomo koning was, begon hij met de bouw van de tempel voor de Heer in Jeruzalem. De bouw begon op de tweede dag van de tweede maand.

Salomo bouwde de tempel op een stuk land dat zijn vader David gekocht had van de Jebusiet Ornan. Dat stuk land lag op de berg Moria. Op die berg had de Heer zich aan David laten zien.

De maten van de tempel

3Dit waren de maten van de tempel: hij was 30 meter lang en 10 meter breed.

4Voor de ingang van de tempel was een hal. Die hal was 10 meter breed, net zo breed als de hele tempel. En hij was 60 meter hoog.

Salomo liet de binnenkant van de hal bedekken met een laagje zuiver goud.

Salomo versiert de grote zaal

5-6In de tempel was een grote zaal. Salomo liet de muren van de grote zaal bedekken met cipressenhout. En dat hout werd bedekt met een laagje zuiver goud uit Parwaïm.

Op de muren liet hij figuren maken van palmtakken en kettingen. Verder liet hij de zaal versieren met edelstenen.

7Hij liet de hele zaal bedekken met goud: de balken, de drempels, de muren en de deuren. Op de muren liet hij versieringen van engelen maken.

Salomo versiert de allerheiligste zaal

8-9Achter in de tempel was de allerheiligste zaal. Die zaal was 10 meter breed, net zo breed als de hele tempel. En hij was 10 meter lang.

Salomo liet de muren van de allerheiligste zaal bedekken met 18.000 kilo zuiver goud. Er werden gouden spijkers gebruikt. Die spijkers wogen in totaal 500 gram.

Ook de muren van de bovenste verdieping werden met goud bedekt.

Salomo maakt twee beelden van engelen

10-13Salomo liet twee beelden maken voor de allerheiligste zaal. Het waren beelden van engelen met vleugels. Ook die beelden werden bedekt met een laagje goud. De beelden stonden naast elkaar met hun gezicht naar de grote zaal.

De vleugels van de engelen waren helemaal open. Elke vleugel was 2,5 meter breed. De linkervleugel van het ene beeld raakte de ene muur, en de rechtervleugel van het andere beeld raakte de andere muur. In het midden raakten de twee binnenste vleugels elkaar. Samen waren de beelden van de engelen 10 meter breed.

14Verder liet Salomo een gordijn maken van blauwe, paarse en rode wol en van fijn wit linnen. Op dat gordijn liet hij versieringen maken van engelen met vleugels.

Salomo maakt twee zuilen

15-17Salomo liet ook twee zuilen maken. Die zuilen waren 17,5 meter hoog.

Boven op de zuilen liet hij twee sierstukken zetten. Die sierstukken waren 2,5 meter hoog. Hij liet kettingen maken voor de grote zaal. Die liet hij vastmaken aan de sierstukken, als versiering. Aan de kettingen liet hij honderd bronzen appels vastmaken.

De zuilen stonden rechts en links voor de ingang van de grote zaal. Salomo noemde de zuil aan de rechterkant Jachin, en de zuil aan de linkerkant Boaz.

4

Salomo maakt een altaar

41Salomo liet ook een altaar van brons maken. Dat altaar was 10 meter lang, 10 meter breed en 5 meter hoog.

Churam maakt een grote waterbak

2Daarna moest Churam voor Salomo ‘de Zee’ maken. Dat was een grote ronde waterbak van brons. Die bak was 5 meter breed en 2,5 meter hoog, en de omtrek was 15 meter.

3-4De waterbak steunde op twaalf stieren van brons. Drie stieren stonden met hun kop naar het noorden, drie stieren met hun kop naar het westen, drie stieren met hun kop naar het zuiden, en drie stieren met hun kop naar het oosten. De stieren stonden met hun kop naar buiten en met hun achterlijf naar binnen. De waterbak steunde op het achterlijf van de stieren.

Onder aan de waterbak zaten versieringen van brons, in de vorm van stieren. Die zaten in twee rijen aan de bak vast, helemaal om de waterbak heen.

5De rand van de waterbak was 8 centimeter dik. De bak had van boven de vorm van een beker, of van een waterlelie die open is.

Er kon 135.000 liter water in de waterbak.

Churam maakt tien wasbakken

6Salomo liet Churam ook tien wasbakken maken. Hij liet vijf wasbakken rechts, en vijf wasbakken links van de tempel zetten. In de wasbakken konden de voorwerpen afgespoeld worden die nodig waren voor de offers die helemaal verbrand moesten worden.

De priesters konden zich wassen met water uit de waterbak ‘de Zee’.

Churam maakt voorwerpen voor de grote zaal

7Salomo liet ook tien gouden kandelaars maken, precies volgens de regels. Die kandelaars liet hij in de grote zaal zetten, vijf aan de linkerkant en vijf aan de rechterkant.

8Verder liet Salomo tien tafels maken. Die tafels liet hij ook in de grote zaal zetten, vijf aan de linkerkant en vijf aan de rechterkant.

Ook maakte Churam honderd gouden schalen voor de offers.

Salomo maakt twee pleinen

9Salomo liet een binnenplein voor de priesters maken. Ook liet hij een groot plein aan de voorkant van de tempel maken. In de muren om het plein liet hij deuren maken. Die deuren liet hij met een laagje brons bedekken.

10De waterbak ‘de Zee’ liet hij rechts van de tempel zetten, bij de hoek op het zuidoosten.

Churam maakt potten, scheppen en schalen

11Ten slotte maakte Churam nog kookpotten, scheppen voor de as en schalen.

Toen was hij klaar met het werk dat hij in opdracht van koning Salomo voor de tempel gedaan had.

Alles wat Churam gemaakt heeft

12Churam maakte dus de volgende voorwerpen voor de tempel.

Hij maakte twee zuilen en twee ronde sierstukken voor boven op de zuilen. Verder twee vlechtwerken als versiering voor de sierstukken. 13Ook maakte hij vierhonderd bronzen appels voor de twee vlechtwerken. Die appels maakte hij in twee rijen vast aan de sierstukken boven op de zuilen.

14Verder maakte Churam waskarren, en wasbakken voor op de karren. 15En hij maakte de waterbak ‘de Zee’. Daar heeft hij er maar één van gemaakt. Hij maakte ook nog twaalf stieren voor onder ‘de Zee’.

16Ten slotte maakte hij potten, scheppen en grote vorken, en alles wat erbij hoort.

Dat heeft Churam allemaal voor de tempel gemaakt, in opdracht van koning Salomo. Alles was van glanzend brons.

17Koning Salomo liet al die voorwerpen maken in speciale vormen van klei. Dat gebeurde in het dal van de Jordaan, tussen de steden Sukkot en Seredata.

18Salomo heeft die voorwerpen niet laten wegen, omdat het er veel te veel waren. En het brons was enorm zwaar.

Andere voorwerpen voor de tempel

19Salomo liet ook nog de volgende voorwerpen voor de tempel maken.

Hij liet een altaar maken, en de tafels waar het offerbrood op gelegd werd. Het altaar en de tafels werden met een laagje goud bedekt. 20Verder liet hij de kandelaars van fijn goud maken. De lampen op de kandelaars moesten volgens de regels branden bij de ingang van de allerheiligste zaal.

21Ook liet hij versieringen maken in de vorm van bloemen. En olielampen, en tangen om het licht te doven, allemaal van het zuiverste goud. 22En hij liet messen maken, en schalen voor de offers, en kommen, en vuurbakken, alles helemaal van goud.

Ook de deuren naar de allerheiligste zaal en de deuren naar de grote zaal werden met goud bedekt.