Bijbel in Gewone Taal (BGT)
4

De juiste uitleg

41De heilige Geest heeft duidelijk gezegd dat aan het einde van de tijd sommige christenen hun geloof zullen verliezen. Ze zullen luisteren naar leugens van kwade geesten, en naar duivelse lessen. 2De mensen die al die dingen vertellen, zijn schijnheilige leugenaars die doen alsof ze geloven. Maar diep van binnen hebben ze gekozen voor de duivel.

3Die mensen zeggen dat christenen niet mogen trouwen en allerlei dingen niet mogen eten. Maar God heeft al ons voedsel gemaakt. Gelovigen mogen alles eten, als ze God er maar voor danken. Dat weet iedereen die de waarheid kent. 4-5Alles wat God gemaakt heeft, is goed. Dat heeft God zelf gezegd. Daarom mogen we alles eten, als we hem er maar voor danken. Gods woorden en ons gebed maken al het voedsel rein.

De taken van Timoteüs

Blijf mijn boodschap uitleggen

6Timoteüs, blijf mijn boodschap uitleggen aan de andere christenen. Dan zul je een goede dienaar van Jezus Christus zijn.

Jij houdt je elke dag bezig met de inhoud van het geloof, en je bent trouw aan de juiste uitleg. 7Luister daarom niet naar verzonnen verhalen die niets waard zijn, maar leef zoals God het wil. Oefen jezelf daarin.

8Het is best nuttig om oefeningen te doen voor je lichaam. Maar het is pas echt zinvol om jezelf te oefenen om Gods wil te doen. Want wie Gods wil doet, wordt door hem beloond in het aardse leven, en in het leven dat nog komt. 9Wat ik net gezegd heb, is waar, en iedereen zal het ermee eens zijn. 10Want de levende God is de redder van alle mensen, en vooral van de gelovigen. Wij vertrouwen op hem. Daarom werken we zo hard en doen we zo ons best.

Wees een voorbeeld

11Timoteüs, vertel mijn boodschap aan de christenen. En zeg dat ze zich eraan moeten houden. 12Je bent nog jong. Maar zorg ervoor dat iedereen je toch serieus neemt. Wees een voorbeeld voor andere gelovigen door wat je zegt en door hoe je leeft. Wees een voorbeeld door je liefde en je geloof, en door te leven zoals God het wil.

13Ik kom snel naar je toe. Tot die tijd zijn dit je belangrijkste taken: Voorlezen uit de heilige boeken. Vertellen dat iedereen moet doen wat daarin staat. En uitleg geven over het geloof.

14God heeft jou een bijzondere kracht gegeven om je werk te doen. Gebruik die kracht goed! Profeten in de kerk hadden al gezegd dat God je die kracht zou geven. En die kreeg je toen de leiders van de kerk hun handen op je hoofd legden.

15Luister goed naar mijn woorden, laat je leven erdoor bepalen. Dan zullen alle gelovigen zien dat je een steeds betere leider wordt. 16Let erop dat je je goed gedraagt, en houd vast aan de juiste uitleg. Blijf dat steeds doen. Want zo zul je jezelf redden, en ook alle christenen die naar je luisteren.

5

De zorg voor mensen in de kerk

Behandel iedereen als familie

51Timoteüs, als een oudere man fouten gemaakt heeft, moet je hem met respect behandelen. Geef hem raad alsof hij je vader is. Behandel jonge mannen als je broers, 2en oudere vrouwen als je moeder. Behandel jonge vrouwen alsof ze je zussen zijn, en ga op een zuivere manier met hen om.

Zorg voor de weduwen

3Zorg goed voor weduwen die echt hulp nodig hebben. 4Als een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, moeten die voor haar zorgen. Zo doen ze iets terug voor de vrouw die vroeger voor hen zorgde. En dan gedragen ze zich als goede christenen, die voor hun familie zorgen. Dat is wat God wil.

5Een weduwe die echt niemand meer heeft, vertrouwt alleen nog maar op God. Ze bidt dag en nacht en houdt daar niet mee op. 6Maar als een weduwe alleen voor haar eigen plezier leeft, dan loopt het slecht met haar af.

7Zorg ervoor dat die regels duidelijk zijn, zodat iedereen goed leeft. 8Iemand die niet wil zorgen voor zijn familie, en zelfs niet voor zijn eigen ouders, die is geen christen. Zo iemand leeft nog slechter dan een ongelovige.

De kerk moet niet alle weduwen helpen

9Je moet niet elke weduwe zomaar op de lijst zetten van weduwen die hulp krijgen van de kerk. Alleen een weduwe die ouder is dan zestig jaar, mag op de lijst komen. Bovendien mag ze maar één keer getrouwd geweest zijn. 10En verder moet iedereen haar goede daden kennen. Zoals bijvoorbeeld het opvoeden van kinderen, het hartelijk ontvangen van vreemdelingen in haar huis, het wassen van de voeten van gelovigen, en het helpen van mensen die het moeilijk hebben. Een weduwe moet veel van zulke goede dingen gedaan hebben.

11-12Jonge weduwen moet je niet op de lijst zetten, want die willen toch weer trouwen. Want als zij weer seksuele verlangens krijgen, dan geven ze hun trouw aan Christus op. En zo verbreken ze hun belofte om Christus te dienen, en dan verdienen ze dat God hen straft.

13Het is ook niet goed als jonge weduwen eraan gewend raken om niets te doen. Dan worden ze lui, en gaan ze maar wat kletsen en zich overal mee bemoeien. Dan gaan ze alleen nog maar bij anderen op bezoek om te praten over zaken waarover je niet hoort te praten.

14Ik wil dus dat jonge weduwen trouwen, kinderen krijgen, en goed zorgen voor de mensen in hun huis. Dan kunnen ongelovige mensen geen slechte dingen over christenen zeggen. 15Sommige van de jonge weduwen die wel door de kerk verzorgd werden, zijn hun geloof al kwijtgeraakt. Zij zijn volgelingen van de duivel geworden.

16Als een gelovige vrouw in haar eigen familie weduwen heeft, dan moet ze die helpen. Ze moet dat niet door de kerk laten doen. Dan kan de kerk de weduwen helpen die geen familie hebben.

Leiders van de kerk

17Goede leiders van de kerk doen veel moeite om het goede nieuws uit te leggen. Zulke leiders verdienen een dubbele beloning. 18Want in de heilige boeken staat: «Een koe die gebruikt wordt bij het oogsten, mag eten van het graan.» Dat betekent: iemand die werkt, moet daarvoor beloond worden.

19Timoteüs, je moet een aanklacht tegen een leider van de kerk alleen serieus nemen als er minstens twee getuigen zijn. 20Als een leider inderdaad gezondigd heeft, moet je hem streng toespreken. Iedereen moet daarbij zijn, want dan zijn ook de andere leiders gewaarschuwd.

Maak geen fouten

21Je moet iedereen gelijk behandelen. Je mag de ene leider niet beter behandelen dan de andere. God, Jezus en de heilige engelen weten dat ik je die opdracht geef.

22Leg niet te snel je handen op iemands hoofd om hem leider van de kerk te maken. Want als die persoon slechte dingen doet, dan ben jij daar ook verantwoordelijk voor. Zorg dat je geen fouten maakt!

Een beetje wijn is gezond

23Timoteüs, je moet niet alleen water drinken. Drink ook een beetje wijn. Dat is goed voor je maag, en het helpt tegen de ziektes die jij regelmatig hebt.

Alles zal bekend worden

24De zonden van sommige mensen zijn nu al duidelijk zichtbaar voor iedereen. Maar van andere mensen zullen de zonden pas ontdekt worden als God zal rechtspreken.

25Hetzelfde geldt voor de goede dingen die mensen doen. Vaak zijn die nu al duidelijk te zien voor iedereen. En uiteindelijk zullen ook de goede dingen die niemand gezien heeft, bekend worden.

6

Regels voor slaven

61Slaven moeten respect hebben voor hun meester. Want dan kunnen ongelovige mensen geen slechte dingen zeggen over God of het geloof.

2Stel dat een slaaf een gelovige meester heeft. Dan mag hij niet denken: Ik hoef mijn meester niet te gehoorzamen, want we zijn allebei christen. Nee, die slaaf moet zijn meester juist extra goed dienen. Want hij is door het geloof en de liefde met zijn meester verbonden.

Valse leraren

Beste Timoteüs, vertel alles wat ik geschreven heb, aan de andere christenen. En zeg dat ze zich eraan moeten houden.

3-4Mensen die andere dingen beweren, denken dat ze alles weten. Maar zulke mensen weten niets. Want ze zijn het niet eens met de wijze woorden van onze Heer Jezus Christus, en met de uitleg van ons geloof. Ze maken graag ruzie, ze houden van nutteloze discussies. Ze denken alleen aan zichzelf, zoeken ruzie, vloeken en spreken kwaad over anderen. 5Ze beginnen voortdurend felle discussies. Ze zijn hun verstand kwijt, en kennen de waarheid niet meer. Ze denken dat ze het geloof kunnen gebruiken om geld te verdienen.

Het geloof brengt rijkdom

6Het geloof brengt inderdaad grote rijkdom voor iedereen die tevreden is. 7Toen we op de wereld kwamen, hadden we niets bij ons. En als we de wereld verlaten, kunnen we ook niets meenemen. 8We hebben eten en kleren. Laten we daar tevreden mee zijn.

9Mensen die rijk willen worden, laten zich verleiden om slechte dingen te doen. Met hun dwaze en verkeerde verlangens brengen ze zichzelf in gevaar. Het loopt verkeerd met hen af, ze verliezen uiteindelijk hun leven. 10Het verlangen naar geld is de oorzaak van alles wat slecht is. Sommige christenen wilden zo graag rijk worden, dat ze het geloof kwijtgeraakt zijn. En zo brengen ze zichzelf in grote problemen.

De strijd voor het geloof

Doe goed je best

11Timoteüs, jij bent een christen, en je moet geen slechte dingen doen. Doe je best om het goede te doen, om te leven als gelovige, en om op God te vertrouwen. Houd van de mensen, en wees geduldig en vriendelijk. 12Blijf strijden voor het geloof! Zorg dat je het eeuwige leven krijgt, waarvoor God je uitgekozen heeft. Denk aan wat je beloofd hebt: dat je alles overhebt voor het geloof. Alle christenen waren erbij toen je dat hardop beloofde.

Houd je aan je opdracht

13-14Timoteüs, doe alles wat ik je geschreven heb, en doe dat op een volmaakte manier. God, die aan iedereen het leven geeft, weet dat ik dat van je vraag. En Christus, die open en eerlijk de waarheid vertelde aan Pontius Pilatus, weet dat ook. Blijf alles doen wat ik je geschreven heb, totdat onze Heer Jezus Christus komt. 15God beslist wanneer dat zal zijn.

Want God is de volmaakte en enige heerser. Hij is de hoogste Heer en koning. 16Hij is de enige die eeuwig bestaat. Hij woont in het licht, waar geen mens kan komen. En geen mens heeft hem ooit gezien, of kan hem zien. Alle eer en macht aan God, voor altijd! Amen.

Rijke mensen

17Vertel de rijke mensen van deze wereld dat ze niet trots moeten zijn. Ze moeten niet vertrouwen op rijkdom, want die kun je makkelijk verliezen. Ze moeten vertrouwen op God. Hij geeft ons meer dan genoeg om van te genieten.

18Vertel de rijke mensen ook dat ze zo veel mogelijk goede daden moeten doen. En dat ze hun bezit moeten delen met anderen. 19Zo zijn ze goed voorbereid op de toekomst. Want zo zorgen ze ervoor dat ze het eeuwige leven krijgen.

Slot van de brief

20Beste Timoteüs, verdedig de juiste uitleg van het goede nieuws, die ik je geleerd heb. Pas op voor de valse leraren en voor alle praatjes waarmee ze God beledigen. Zij noemen het kennis, maar het is onzin. 21De mensen die zulke dingen beweren, zijn hun geloof kwijtgeraakt.

Ik wens je toe dat de Heer goed is voor jullie allemaal.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]