Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Paulus groet Timoteüs

11-2Dit is een brief van Paulus aan Timoteüs.

Ik ben een apostel van Jezus Christus. Die taak heb ik gekregen van God, die ons zal redden, en van Jezus Christus, op wie we vertrouwen.

Timoteüs, jij bent door je geloof een echte zoon voor mij geworden.

Ik wens je toe dat God, onze Vader, en onze Heer Jezus Christus goed voor je zijn, van je houden en je vrede geven.

Strijd tegen verkeerde ideeën

Verkeerde uitleg

3Ik wil dat je in Efeze blijft. Dat heb ik je ook gezegd voordat ik naar Macedonië ging. Want er zijn mensen in de kerk van Efeze die een verkeerde uitleg geven van het goede nieuws. En jij moet hun dat verbieden. 4Christenen moeten zich niet bezighouden met verzonnen verhalen of met enorme lijsten van voorouders. Zulke dingen leiden alleen maar tot zinloze discussies. Ze helpen je niet om leiding te geven aan Gods kerk.

5Timoteüs, jij moet de christenen in Efeze leren om van elkaar te houden. Leer ze dat hun liefde eerlijk moet zijn. En dat ze van elkaar moeten houden met heel hun hart en met een zuiver geloof. 6Sommige christenen zijn dat helemaal vergeten. Die houden zich alleen nog maar bezig met dom gepraat! 7Ze willen zo graag Gods wet uitleggen, maar ze begrijpen die niet. Ze begrijpen niet eens wat ze er zelf over beweren!

De wet van God is goed

8De wet is goed, dat weten we. Maar hij moet op de juiste manier gebruikt worden. 9Want de wet is niet bedoeld voor goede en eerlijke mensen. De wet is bedoeld voor misdadigers, voor zondige mensen, voor vijanden van God. Voor mensen die ongehoorzaam zijn aan God en die God niet willen eren. Voor mensen die hun vader of moeder mishandelen, en voor moordenaars. 10-11Voor mensen die verboden seks hebben, voor mensen die jonge mannen betalen voor seks, voor slavenhandelaars en leugenaars.

De wet is bedoeld voor iedereen die zulke misdaden pleegt. Al die dingen zijn verboden volgens de juiste, christelijke uitleg. Want ze passen niet bij het goede nieuws dat ik mag doorvertellen. Het goede nieuws over de machtige God, die alle eer moet krijgen.

Paulus is dankbaar

12Ik dank Jezus Christus, onze Heer. Want hij had zo veel vertrouwen in mij, dat ik zijn dienaar mocht zijn. En hij gaf mij de kracht om het goede nieuws bekend te maken.

13Vroeger beledigde ik Christus. Ik vervolgde christenen, en ik ging met geweld tegen hen tekeer. Toch heeft God mijn zonden vergeven. Want ik deed die dingen omdat ik niet geloofde, en dus niet wist wat ik deed. 14Onze Heer Jezus Christus is geweldig goed voor mij geweest. Hij zorgde ervoor dat ik in hem ging geloven, en dat ik de christenen ging liefhebben.

Christus kwam om mensen te redden

15Wat ik nu ga zeggen, is waar, en iedereen zal het ermee eens zijn: Jezus Christus is naar de wereld gekomen om slechte mensen te redden.

Ik ben de slechtste van alle mensen. 16Toch is Jezus Christus juist voor mij heel goed geweest. Ik was de eerste aan wie hij liet zien hoe groot zijn geduld is. Zo werd ik een voorbeeld van de redding die God geeft aan iedereen die gelooft. Want wie gelooft in Jezus Christus, zal het eeuwige leven krijgen. 17Alle eer aan God, die koning is voor altijd. Hij is de enige, eeuwige en onzichtbare God. Laat iedereen zijn macht prijzen, voor altijd en eeuwig! Amen.

Blijf geloven

18Timoteüs, mijn zoon, het is jouw taak om andere christenen te helpen. Dat hebben profeten in de kerk vroeger al over jou gezegd. Denk daaraan, dan zul je als een goede soldaat vechten voor het geloof.

19Zorg dat je blijft geloven, en dat je van binnen eerlijk bent tegenover God. Sommige christenen vonden dat niet belangrijk. Daardoor is hun geloof nu verdwenen, net zoals een schip dat gezonken is. 20Zo is het ook gegaan bij Hymeneüs en Alexander. Ik heb hen in de macht van Satan gegeven. Zo leren ze misschien om God niet meer te beledigen.

2

Bid voor alle mensen

21Timoteüs, jij moet bidden voor alle mensen. Dat is het belangrijkste dat ik van je vraag. Vraag God om hulp voor iedereen, en dank God voor alles en iedereen. 2Bid ook voor koningen en machthebbers, zodat we in vrede kunnen leven. Dan kunnen we God eren en krijgen we respect van andere mensen.

3God vindt het belangrijk dat we voor alle mensen bidden. Hij is onze redder. 4Hij wil dat alle mensen gered worden en dat iedereen de waarheid leert kennen. 5Dit is de waarheid: Er is maar één God. En de enige die mensen bij God kan brengen, is de mens Jezus Christus. 6Hij gaf zijn leven om alle mensen te redden. Dat nieuws wordt nu verteld, op het moment dat God bepaald heeft.

7God heeft mij als apostel uitgekozen om daarover te vertellen. Dat is geen leugen. Het is echt mijn opdracht om aan alle volken uitleg te geven over het ware geloof.

Regels voor de kerk

Regels voor mannen en vrouwen

8Als jullie bij elkaar komen, gelden de volgende regels.

De mannen moeten bidden, met de handen omhoog naar God. Ze mogen dan geen ruzie hebben of boos zijn op iemand, want het gebed is iets heiligs.

9De vrouwen moeten eenvoudige, nette kleding dragen. Ik wil niet dat ze de aandacht trekken met dure kleren, goud, parels of mooi gevlochten haren. 10Laat ze aandacht trekken met hun goede daden, zoals dat hoort bij gelovige vrouwen.

11Vrouwen moeten stil zijn, en gehoorzaam luisteren naar de uitleg van het goede nieuws. 12Ik vind het niet goed dat vrouwen zelf uitleg geven, of aan mannen vertellen wat ze moeten doen. Vrouwen moeten rustig luisteren. 13Want God heeft eerst Adam gemaakt, en toen pas Eva. 14En Eva, niet Adam, liet zich verleiden om te doen wat God verboden had. 15Sinds die tijd krijgen vrouwen kinderen, en dat gebeurt met pijn en moeite. Maar ze kunnen gered worden. Als ze maar blijven geloven, van andere christenen blijven houden, een heilig leven leiden, en bescheiden zijn.