Bijbel in Gewone Taal (BGT)
4

41En Samuel vertelde alles aan het hele volk van Israƫl.

Oorlog tussen Israƫl en de Filistijnen

De Israƫlieten beginnen een oorlog

Op een dag begonnen de Israƫlieten een oorlog tegen de Filistijnen. Het leger van Israƫl maakte een kamp bij de stad Eben-Haƫzer. En de Filistijnen maakten een kamp bij de stad Afek. 2Ze maakten zich allebei klaar voor de strijd. Er begon een hevig gevecht. De Filistijnen wonnen de strijd tegen de Israƫlieten. Vierduizend soldaten van Israƫl werden gedood.

3Toen de rest van het leger teruggekomen was in het kamp, zeiden de leiders van IsraĆ«l: ā€˜Hoe komt het toch dat de Heer de Filistijnen vandaag heeft laten winnen? We moeten de heilige kist van de Heer ophalen uit Silo. Want die kist is het teken dat de Heer ons helpt. Als de heilige kist bij ons is, zal de Heer ons redden van onze vijanden.ā€™

De Israƫlieten halen de heilige kist

4Het leger van Israƫl stuurde een paar soldaten naar de stad Silo. Zij haalden de heilige kist op. Dat was de troon van de machtige Heer, de troon met de twee engelen met vleugels.

Chofni en Pinechas, de zonen van Eli, kwamen ook met de heilige kist mee. 5Toen de kist het legerkamp binnengebracht werd, begonnen alle Israƫlieten hard te juichen en te schreeuwen. Ze maakten zo veel lawaai dat de aarde ervan schudde.

De Filistijnen worden bang

6De Filistijnen hoorden de IsraĆ«lieten juichen. Ze zeiden tegen elkaar: ā€˜Wat is dat voor lawaai bij de IsraĆ«lieten?ā€™

Toen begrepen ze dat de IsraĆ«lieten de heilige kist van de Heer opgehaald hadden. 7-8En ze werden bang. Ze zeiden tegen elkaar: ā€˜Ze hebben hun God opgehaald. Zoiets is nog nooit eerder gebeurd. Nu zal het slecht met ons aflopen! Want wie zal ons redden van die machtige God? Het is dezelfde God die voor zo veel rampen zorgde in de woestijn van Egypte.

9Kom op, we moeten laten zien wat we kunnen. Anders worden we slaven van die IsraĆ«lieten. Net zoals zij slaven van ons geweest zijn. We moeten laten zien wat we kunnen. Laten we vechten! Verlies de moed niet!ā€™

De Filistijnen winnen de strijd

10Het gevecht begon, en de Filistijnen versloegen de Israƫlieten. Alle Israƫlieten vluchtten naar hun eigen kamp. Het verlies voor Israƫl was groot. Er werden 30.000 soldaten gedood.

11Ook Chofni en Pinechas, de zonen van Eli, stierven. En de Filistijnen veroverden de heilige kist van de Heer.

Eli wacht op nieuws

12Iemand uit de stam Benjamin ontsnapte uit de strijd. Hij rende naar de stad Silo. Hij had zijn kleren gescheurd en zand over zijn hoofd gegooid als teken van rouw. 13-15De man rende de stad in om het slechte nieuws te vertellen. Iedereen in Silo begon hard te schreeuwen en te huilen.

Toen dat gebeurde, zat Eli aan de kant van de weg op een stoel. Hij was bang dat er iets met de heilige kist van de Heer gebeurd was. Daarom zat hij te wachten op nieuws. Eli was al 98 jaar oud, en hij was blind.

Eli sterft

Eli hoorde het geschreeuw uit de stad en hij vroeg: ā€˜Wat is dat voor lawaai?ā€™ De man kwam snel naar Eli toe om hem het slechte nieuws te vertellen. 16Hij zei: ā€˜Ik ben een soldaat uit het leger van IsraĆ«l. Ik ben vandaag gevlucht.ā€™

Eli vroeg: ā€˜Wat is er gebeurd?ā€™ 17De man zei: ā€˜De IsraĆ«lieten zijn gevlucht voor de Filistijnen. Er zijn heel veel soldaten gedood. Ook uw twee zonen, Chofni en Pinechas, zijn gestorven. En de heilige kist van de Heer is veroverd door de Filistijnen.ā€™

18Toen de man vertelde over de kist, viel Eli achterover van zijn stoel. Omdat hij oud en zwaar was, brak hij zijn nek en stierf.

Eli was veertig jaar leider geweest van Israƫl.

De vrouw van Pinechas krijgt een kind

19De vrouw van Pinechas was zwanger. Binnenkort zou haar kind geboren worden. Maar ze zakte in elkaar toen ze hoorde over de verovering van de heilige kist, en over de dood van haar man en haar schoonvader. De weeƫn begonnen meteen en haar kind werd geboren. 20De bevalling was zo zwaar dat ze ging sterven.

De vrouwen die bij haar waren, probeerden haar nog gerust te stellen. Ze zeiden: ā€˜Je hoeft niet bang te zijn, want je hebt een zoon gekregen.ā€™ Maar de vrouw van Pinechas zei helemaal niets. Ze deed net alsof de vrouwen er niet waren.

21Ze gaf haar zoon nog wel een naam. Ze noemde hem Ichabod en zei: ā€˜De eer van God is uit IsraĆ«l verdwenen.ā€™ Dat zei ze om alles wat er gebeurd was met de heilige kist, met haar man en met haar schoonvader. 22Ze zei: ā€˜Alle eer is uit IsraĆ«l verdwenen, omdat de heilige kist van de Heer veroverd is door de Filistijnen.ā€™