Bijbel in Gewone Taal (BGT)
4

De Geest van God en de geest van de wereld

Onderzoek of iemand bij God hoort

41Lieve vrienden, geloof niet zomaar iedereen. Onderzoek eerst of iemand door de Geest van God geleid wordt. Want er zijn veel valse profeten in de wereld.

2Hoe weet je of iemand echt door de Geest van God geleid wordt? Iedereen die gelooft dat Jezus Christus als mens op deze aarde gekomen is, die hoort bij God. 3Maar mensen die dat ontkennen, horen niet bij God. Zij worden geleid door een kwade geest, die hoort bij de vijand van Christus. Jullie hebben gehoord dat de vijand van Christus in de wereld zal komen. Maar jullie moeten weten dat hij er nu al is.

De valse profeten horen bij de wereld

4Vrienden, jullie horen bij God. Jullie hebben de valse profeten overwonnen dankzij Gods Geest, die in jullie is. Want de Geest die in jullie is, is machtiger dan de kwade geest die in de slechte mensen van deze wereld is.

5De valse profeten horen bij de wereld. Zij zeggen dingen die de mensen van deze wereld graag willen horen. Daarom luisteren de mensen graag naar hen. 6Maar wij horen bij God. Iedereen die God kent, luistert naar ons. Wie niet bij God hoort, luistert niet naar ons. Zo kunnen we zien of iemand de Geest van de waarheid in zich heeft, of de geest van de leugen.

De liefde komt van God

God is liefde

7Lieve vrienden, wij moeten elkaar liefhebben. Want de liefde komt van God. Iedereen die liefheeft, is een kind van God en kent God. 8Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.

9God heeft zijn liefde aan ons laten zien door zijn enige Zoon naar de wereld te sturen. Dankzij zijn Zoon krijgen wij het eeuwige leven.

10De liefde komt van God. God had ons al lief voordat wij hem liefhadden. Omdat God ons liefhad, heeft hij zijn Zoon naar de wereld gestuurd. Door zijn Zoon worden onze zonden vergeven.

11Vrienden, omdat God zo veel van ons houdt, moeten ook wij van elkaar houden.

12Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we van elkaar houden, blijft God in ons. Dan is zijn liefde in ons volmaakt geworden.

Wie liefheeft, hoort bij God

13Wij horen voor altijd bij God, en God blijft voor altijd in ons. Dat weten we doordat hij de heilige Geest aan ons gegeven heeft.

14De Vader heeft zijn Zoon naar de wereld gestuurd om de mensen te redden. Dat hebben we gezien, en daar willen we over vertellen. 15Iedereen die gelooft dat Jezus de Zoon van God is, hoort voor altijd bij God. En God blijft voor altijd in hem.

16We hebben Gods liefde leren kennen toen we in Christus gingen geloven. Gods liefde is in ons. God is liefde. Iedereen die in liefde leeft, hoort voor altijd bij God. En God blijft voor altijd in hem.

Liefde laat alle angst verdwijnen

17Gods liefde is volmaakt in ons. Daarom kunnen we vol vertrouwen zijn op de dag dat God zal rechtspreken over de wereld. Want ook al leven we nog in deze wereld, toch lijken we al op Jezus Christus.

18Als Gods liefde in ons is, hoeven we niet meer bang te zijn voor zijn oordeel. Volmaakte liefde laat alle angst verdwijnen. Angst betekent dat je bang bent voor Gods straf. Wie daar bang voor is, heeft geen volmaakte liefde in zich.

We moeten van andere gelovigen houden

19Wij leven in liefde omdat God ons eerst heeft liefgehad. 20Stel dat iemand zegt dat hij God liefheeft, maar intussen haat hij een andere gelovige. Dan is hij een leugenaar. Als je niet houdt van gelovigen die je om je heen ziet, dan kun je ook niet houden van God, die je niet ziet.

21Dit is de regel die we van God gekregen hebben: Wie van God houdt, moet ook van andere gelovigen houden.

5

Jezus is de Zoon van God

God liefhebben

51Iedereen die gelooft dat Jezus de hemelse Christus is, is een kind van God. En iedereen die God liefheeft, heeft ook de kinderen van God lief. 2Hoe weten we dat we Gods kinderen liefhebben? Doordat we God liefhebben en ons aan zijn regels houden. 3Want God liefhebben, betekent dat je je houdt aan zijn regels.

Het is voor ons niet moeilijk om ons aan Gods regels te houden. 4Want iedereen die een kind van God is, kan het kwaad van deze wereld overwinnen. We overwinnen het kwaad door ons geloof in Jezus Christus. 5Alleen mensen die geloven dat Jezus de Zoon van God is, kunnen het kwaad van deze wereld overwinnen.

De drie getuigen van de waarheid

6Gods Zoon, Jezus Christus, is als mens op aarde gekomen. Het water waarmee hij gedoopt werd, is daarvan een bewijs. Maar het is niet het enige bewijs. Ook het bloed dat vloeide toen hij aan het kruis hing, is een bewijs. En de heilige Geest maakt ons duidelijk dat het waar is. Want de heilige Geest maakt de waarheid over Jezus bekend.

7Er zijn dus drie getuigen van de waarheid over Jezus: 8de heilige Geest, het water van de doop en het bloed aan het kruis. En die drie getuigen vertellen allemaal hetzelfde over Jezus.

God spreekt de waarheid over Jezus

9Als mensen spreken als getuigen, gaan we ervan uit dat ze de waarheid spreken. Dat geldt nog sterker als God zelf de getuige is. Wat God gezegd heeft over zijn Zoon, is dus de waarheid. 10Als we geloven in Gods Zoon, bewaren we Gods woorden in ons hart. Maar als we niet in de Zoon geloven, dan doen we alsof God een leugenaar is. Want dan geloven we niet wat God zelf gezegd heeft.

11Dit is wat God gezegd heeft: God wil ons het eeuwige leven geven, en we krijgen dat eeuwige leven door zijn Zoon. 12Iedereen die verbonden blijft met de Zoon, krijgt het eeuwige leven. Maar wie niet verbonden blijft met de Zoon, krijgt het eeuwige leven niet.

Slot van de brief

Het eeuwige leven

13Deze brief heb ik geschreven om jullie te laten weten dat jullie het eeuwige leven hebben. Want jullie geloven in de Zoon van God.

14Als we bidden, mogen we vol vertrouwen zijn. Want God luistert naar ons als wij hem iets vragen dat past bij zijn wil.

15We weten dus dat God naar ons luistert als we hem iets vragen. We hebben God gevraagd om ons het eeuwige leven te geven. En we kunnen er dus zeker van zijn dat hij ons dat gegeven heeft.

Bidden voor andere gelovigen

16Als je ziet dat een andere gelovige zondigt, moet je voor hem bidden. Zo zorg je ervoor dat hij het eeuwige leven niet verliest. Dat geldt zolang het om een gewone zonde gaat. Maar niet als het om een zonde gaat waardoor iemand in de macht van de dood komt. Voor zo iemand hoef je niet te bidden. 17Want alle verkeerde daden zijn zonden, maar je komt niet door elke zonde in de macht van de dood.

Wij horen bij God

18Wij weten dat kinderen van God niet zondigen. Want een kind van God kan zichzelf tegen de zonde beschermen. Daardoor heeft de duivel geen macht over hem.

19Wij weten dat we bij God horen, maar dat de hele wereld in de macht van de duivel is.

20Wij weten dat Gods Zoon naar de wereld gekomen is. Hij heeft ons de ware God van dichtbij leren kennen. Wij zijn verbonden met de ware God omdat we verbonden zijn met zijn Zoon, Jezus Christus. Hij is de ware God, alleen bij hem is het eeuwige leven. 21Pas dus goed op, lieve vrienden, voor alle afgoden!