Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Johannes en zijn vrienden vertellen over Christus

11-2Gods Zoon is naar de wereld gekomen. Hij was eerst bij de Vader, maar kwam toen naar ons toe. Wij hebben hem gezien, en willen over hem vertellen. We willen jullie vertellen over het eeuwige leven dat hij geeft. Wij hebben hem vanaf het begin meegemaakt. We hebben hem zelf horen spreken. We hebben hem met onze eigen ogen gezien. En we hebben hem met onze eigen handen aangeraakt.

Een boodschap voor de christenen

3Wij vertellen aan jullie wat we zelf gezien en gehoord hebben. Want we willen graag dat jullie bij ons gaan horen. Als jullie bij ons horen, dan horen jullie ook bij de Vader en bij zijn Zoon Jezus Christus. 4Als dat gebeurt, zal onze vreugde volmaakt zijn. Daarom schrijven we deze brief aan jullie.

Met God verbonden zijn

God is licht

5Dit is de boodschap die we van Gods Zoon gehoord hebben, en die we aan jullie vertellen: God is licht. Er is helemaal geen duisternis in hem.

Leven in het licht

6Stel dat we zeggen dat we met God verbonden zijn, maar intussen blijven we leven in de duisternis. Dan liegen we, en leven we niet volgens Gods waarheid. 7Maar als we leven in het licht, net zoals God in het licht is, dan zijn we als gelovigen met elkaar verbonden. Onze zonden worden dan vergeven. En we worden helemaal rein door het bloed van Gods Zoon, die voor ons gestorven is.

Iedereen heeft vergeving nodig

8Als we zeggen dat we nooit iets verkeerds doen, bedriegen we onszelf. Gods waarheid is dan niet in ons. 9Maar als we onze zonden eerlijk aan God vertellen, zal hij ons vergeven. Hij zal al het kwaad uit ons weghalen, zodat we helemaal rein worden. Want God is trouw en rechtvaardig.

10Als we zeggen dat we nooit iets verkeerds gedaan hebben, doen we alsof God een leugenaar is. Gods boodschap is dan niet in ons.

2

God vergeeft ons dankzij Jezus

21Lieve vrienden, ik schrijf dit aan jullie om ervoor te zorgen dat jullie geen verkeerde dingen doen. En als één van jullie toch iets verkeerds doet, wees dan niet bang. Want er is iemand die voor ons om vergeving vraagt bij God. Dat is Jezus Christus, die zelf zonder zonde is. 2Dankzij hem wil God onze zonden vergeven. En niet alleen onze eigen zonden, maar die van de hele wereld.

We moeten ons houden aan Gods regels

3Hoe weten we zeker dat we God echt kennen? Doordat we ons aan zijn regels houden. 4Iedereen die zegt dat hij God echt kent maar zich niet aan zijn regels houdt, die is een leugenaar. Gods waarheid is niet in hem. 5Maar als we ons wel aan Gods regels houden, dan zal Gods liefde in ons volmaakt zijn. En dan weten we zeker dat we bij God horen.

6Als iemand zegt dat hij voor altijd bij God hoort, dan moet hij leven zoals Jezus geleefd heeft.

We moeten andere gelovigen liefhebben

7Vrienden, dit is de regel die ik jullie geef: we moeten andere gelovigen liefhebben. Die regel is niet nieuw. Het is een oude regel, die jullie al kennen sinds jullie christenen zijn. Het is dezelfde boodschap die jullie eerder gehoord hebben. 8Toch brengt deze regel iets nieuws. Want doordat Christus volgens deze regel geleefd heeft, en jullie dat ook doen, verdwijnt de duisternis. Het ware licht begint al te schijnen.

9Stel dat iemand zegt dat hij in het licht leeft, maar intussen haat hij een andere gelovige. Dan leeft hij nog steeds in de duisternis. 10Iemand die andere gelovigen liefheeft, leeft voor altijd in het licht. Zijn geloof komt niet in gevaar. 11Maar wie andere gelovigen haat, die leeft in de duisternis. Hij is als iemand die rondloopt in het donker en niet weet waar hij heen gaat. Want doordat het donker is, kan hij niets zien.

Johannes spreekt de gelovigen moed in

12Kinderen, aan jullie schrijf ik: Jullie zonden zijn vergeven dankzij Jezus.

13Ouderen, aan jullie schrijf ik: Jullie kennen Gods Zoon, die er al is vanaf het begin.

Jongeren, aan jullie schrijf ik: Jullie hebben de duivel overwonnen.

14Ja, dit is wat ik jullie schrijf: Kinderen, jullie kennen de Vader. Ouderen, jullie kennen Gods Zoon die er al is vanaf het begin. Jongeren, jullie zijn sterk, Gods boodschap blijft in jullie. Jullie hebben de duivel overwonnen.

We mogen de wereld niet liefhebben

15Jullie mogen de wereld en alles wat daar normaal is, niet liefhebben. Want als iemand de wereld liefheeft, dan is de liefde van de Vader niet in hem. 16In de wereld is het normaal om je eigen verlangens te volgen. Het is daar normaal om alles wat je ziet, te willen hebben, en om op te scheppen over je bezit. Zulk gedrag hoort bij de wereld, niet bij de Vader.

17De wereld gaat voorbij. En ook het verlangen naar dingen in de wereld gaat voorbij. Maar wie doet wat God wil, zal eeuwig leven.

De vijanden van Christus

Er zijn vijanden van Christus gekomen

18Lieve vrienden, het einde van de tijd is dichtbij. Jullie hebben gehoord dat aan het einde van de tijd de vijand van Christus komt. Intussen zijn er al veel vijanden van Christus in de wereld gekomen. Daardoor weten jullie dat het einde van de tijd dichtbij is.

19Die vijanden van Christus komen uit onze eigen kerk. Maar eigenlijk hebben ze nooit bij ons gehoord. Want als ze echt bij ons gehoord hadden, dan waren ze wel bij ons gebleven. In plaats daarvan hebben ze ons verlaten. Dat maakt duidelijk dat ze niet echt bij ons hoorden.

Gelovigen kennen de waarheid

20Christus, die bij God hoort, heeft jullie de heilige Geest gegeven. Daarom kennen jullie de waarheid. 21De reden dat ik jullie deze brief schrijf, is dan ook niet dat jullie de waarheid niet zouden kennen. Ik schrijf jullie juist omdat jullie de waarheid wel kennen. En jullie weten dat er uit de waarheid geen enkele leugen kan komen.

Wie in Jezus gelooft, hoort bij God

22Stel dat iemand beweert: ‘Jezus is niet de hemelse Christus!’ Dan is hij een leugenaar, een vijand van Christus. Hij gelooft niet in de Zoon, maar ook niet in de Vader. 23Want iedereen die niet in de Zoon gelooft, die hoort niet bij de Vader. Maar wie wel in de Zoon gelooft, die hoort wel bij de Vader.

24De boodschap die jullie vanaf het begin gehoord hebben, moeten jullie in je hart bewaren. Als jullie dat doen, zullen jullie met de Zoon en met de Vader verbonden blijven. 25Dan krijgen jullie het eeuwige leven, dat Jezus aan ons beloofd heeft.

De heilige Geest leert ons alles

26Dat was wat ik jullie wilde schrijven over de vijanden van Christus. Zij proberen jullie te bedriegen. 27Maar jullie hebben van Christus de heilige Geest gekregen, en die zal in jullie blijven. De Geest zelf zal jullie alles leren. Daarom hoeft niemand anders iets aan jullie te leren.

Wat de Geest zegt, is waar. Hij bedriegt jullie niet. Blijf daarom verbonden met Christus, zoals de Geest jullie geleerd heeft.

Kinderen van God

Blijf verbonden met Christus

28Lieve vrienden, blijf verbonden met Christus. Dan kunnen we vol vertrouwen zijn als hij terugkomt. En dan hoeven we ons tegenover hem niet te schamen.

29Jullie weten toch dat Christus altijd het goede gedaan heeft? Dan begrijpen jullie ook dat iedereen die het goede doet, een kind van God is.

3

Later zullen we op Christus lijken

31Bedenk hoeveel de Vader van ons houdt! Zijn liefde voor ons is zo groot, dat hij ons zijn kinderen noemt. En dat zijn we ook. Maar de mensen die bij de wereld horen, begrijpen niet dat wij Gods kinderen zijn. Dat komt doordat ze God niet kennen.

2Lieve vrienden, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we later zullen zijn, weten we nog niet. Maar we weten wel dat we op Jezus zullen lijken als hij terugkomt. Dan zullen we hem zien zoals hij is, als de hemelse Christus.

3We moeten erop vertrouwen dat God die dingen zal laten uitkomen. Wie daarop vertrouwt, is heilig. Net zoals Jezus Christus heilig is.

Kinderen van God zondigen niet

4Iedereen die zondigt, komt in opstand tegen God. Want zondigen is hetzelfde als tegen God in opstand komen.

5Jullie weten dat Jezus Christus naar de wereld gekomen is om onze zonden weg te nemen. Jezus zelf is zonder zonde. 6Iedereen die met hem verbonden blijft, zondigt niet. Mensen die wel blijven zondigen, kennen Jezus niet echt.

Wie zondigt, hoort bij de duivel

7Lieve vrienden, denk erom: laat je door niemand bedriegen! Iedereen die op een goede manier leeft, is goed, net zoals Jezus goed is. 8Maar iedereen die zondigt, hoort bij de duivel. Want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd. En de Zoon van God is naar de wereld gekomen om het werk van de duivel te vernietigen.

9Kinderen van God zondigen niet, omdat Gods Geest voor altijd in hen is. Ze kunnen niet eens zondigen, want God is hun Vader.

10Hoe kun je zien of iemand een kind van God is of een kind van de duivel? Wie niet op een goede manier leeft, is geen kind van God. En wie andere gelovigen niet liefheeft, is ook geen kind van God.

Houd van elkaar

Over leven en dood

11Dit is de boodschap die we kennen sinds we christenen zijn: houd van elkaar.

12Wees niet zoals Kaïn. Hij was een kind van de duivel, en vermoordde zijn eigen broer. Waarom deed hij dat? Omdat zijn eigen daden slecht waren, en de daden van zijn broer goed.

13Vrienden, wees niet verbaasd als de mensen jullie haten. 14Wij weten dat we niet meer in de macht van de dood zijn, maar dat we eeuwig zullen leven. Want wij houden van elkaar. Wie geen liefde heeft, blijft in de macht van de dood.

15Iedereen die een andere gelovige haat, is een moordenaar. En jullie weten dat moordenaars nooit het eeuwige leven kunnen krijgen.

Liefde moet zichtbaar worden in daden

16Jezus Christus heeft ons geleerd wat liefde is. Hij heeft zijn leven voor ons gegeven. Daarom moeten ook wij ons leven geven voor andere gelovigen.

17Stel dat een rijke gelovige ziet dat een andere gelovige arm is. Maar hij heeft geen medelijden met die ander, en helpt hem niet. Dan blijft Gods liefde niet in hem.

18Vrienden, we moeten anderen laten merken dat we van hen houden. Niet door mooie woorden, maar door daden die Gods waarheid laten zien.

Vol vertrouwen voor God staan

19Als we in liefde met elkaar leven, laten we zien dat we bij de waarheid horen. We kunnen dan vol vertrouwen voor God staan. 20En stel dat we ons toch nog schuldig voelen. Dan mogen we weten dat God ons beter kent dan dat wij onszelf kennen. Hij weet dat we ons best doen om goed te leven.

21Vrienden, als we ons niet langer schuldig voelen, kunnen we vol vertrouwen bij God komen. 22Dan krijgen we van hem alles wat we vragen, omdat we ons houden aan zijn regels en doen wat hij graag wil.

De regel die God ons geeft

23Dit is de regel die God ons geeft: We moeten geloven in zijn Zoon Jezus Christus. En we moeten van elkaar houden, zoals Jezus dat aan ons geleerd heeft.

24Wie zich aan Gods regels houdt, hoort voor altijd bij God. En God blijft voor altijd in hem. Hoe merken we dat God in ons blijft? Door de heilige Geest die hij aan ons gegeven heeft.