Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Paulus groet de christenen in Korinte

11-2Dit is een brief van Paulus aan de christenen in de stad Korinte, en aan iedereen op aarde die in Jezus Christus gelooft.

Ik schrijf deze brief samen met mijn vriend Sostenes. Ik ben een apostel van Jezus Christus. God zelf heeft mij als apostel uitgekozen. En hij heeft ook jullie uitgekozen om bij de Heer Jezus Christus te horen.

3Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven.

Paulus dankt God

4Ik dank mijn God steeds, omdat hij zo goed voor jullie is. Hij heeft ervoor gezorgd dat jullie in Jezus Christus gingen geloven.

5-7Dankzij Jezus Christus hebben jullie veel bijzondere krachten van de heilige Geest gekregen. Want jullie spreken de woorden van de Geest, en jullie hebben bijzondere kennis. Daaraan is te zien hoe sterk jullie geloven in het goede nieuws over Jezus Christus. En nu wachten jullie op zijn terugkeer uit de hemel.

8Onze Heer Jezus Christus zal jullie kracht geven tot het einde. En op de dag dat hij terugkomt, zullen jullie gered worden. Want dan zal er bij jullie niets verkeerds te vinden zijn. 9Jullie kunnen op God vertrouwen. Hij heeft jullie uitgekozen om met elkaar een eenheid te vormen. Samen zijn jullie de kerk van zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.

Geen menselijke wijsheid

Ruzie in de kerk van Korinte

10Vrienden, luister naar wat ik van jullie vraag. Jullie moeten samen een volmaakte eenheid vormen. Dat is wat onze Heer Jezus Christus wil. Vorm geen aparte groepen, en zeg niet allemaal iets anders over het geloof.

11Ik heb gehoord dat jullie ruzie hebben met elkaar. Dat hebben de mensen die bij Chloë wonen, mij verteld. 12Sommigen van jullie zeggen: ‘Ik hoor bij de groep van Paulus.’ Anderen zeggen: ‘Ik hoor bij de groep van Apollos.’ Weer anderen zeggen: ‘Ik hoor bij de groep van Petrus.’ En dan zijn er ook nog mensen die zeggen: ‘Ik hoor bij de groep van Christus.’

13Heeft iedere groep soms zijn eigen redder? Nee, er is maar één redder: Christus! Niet ik heb voor jullie aan het kruis gehangen, maar Christus! En jullie zijn niet in mijn naam gedoopt, maar in de naam van Christus!

14Ik dank God dat ik niemand van jullie gedoopt heb, behalve Crispus en Gajus. 15Nu kan niemand zeggen dat hij gedoopt is in mijn naam. 16O ja, dat is waar ook: ik heb ook Stefanas gedoopt, en de mensen die bij hem wonen. Maar ik kan me niet herinneren dat ik verder nog iemand gedoopt heb.

17-18Christus heeft mij niet gestuurd om mensen te dopen, maar om het goede nieuws van God te vertellen.

Gods wijsheid en menselijke wijsheid

Dit is de boodschap die ik breng: Jezus Christus is voor ons aan het kruis gestorven. Die boodschap heeft niets te maken met menselijke wijsheid. Mensen die niet in Jezus geloven, vinden die boodschap onzin. Maar voor de mensen die gered worden, is die boodschap het bewijs van Gods macht.

19In de heilige boeken staat: «Ik zal de wijsheid van de mensen laten verdwijnen. Jullie zullen niets meer hebben aan al je kennis.» 20Inderdaad, wat heb je aan wijsheid? Wat heb je aan kennis? Wat heb je aan het nadenken over moeilijke vragen? Niets! God heeft laten zien dat menselijke wijsheid niets voorstelt. 21Het is de mensen nooit gelukt om met dat soort wijsheid God te leren kennen. Nee, God had een ander plan. Hij redt ons omdat we geloven in een boodschap die volgens de mensen onzin is. Gods wijsheid is dus totaal anders dan menselijke wijsheid!

22-23Ik vertel iedereen dat Christus aan het kruis gestorven is. Joden ergeren zich daaraan, want zij willen wonderen zien als bewijs van Gods macht. Grieken vinden het onzin, want voor hen telt alleen menselijke wijsheid. 24Maar voor ons, christenen, is de dood van Christus het bewijs van Gods wijsheid en macht. Alle mensen die door God uitgekozen zijn, Joden en niet-Joden, geloven dat.

25Onze boodschap klinkt misschien dom en zwak. Maar die boodschap komt van God, en God is wijzer en sterker dan mensen.

God kiest voor onbelangrijke mensen

26Vrienden, God heeft jullie uitgekozen. Denk eens terug aan het moment dat jullie gingen geloven. Jullie waren toen geen belangrijke mensen. Jullie vielen niet op door jullie wijsheid, en jullie waren ook niet machtig of rijk.

27Maar God heeft juist mensen uitgekozen die in deze wereld ‘dom’ of ‘zwak’ genoemd worden. Zo heeft God de wijsheid en de kracht van mensen belachelijk gemaakt. 28God heeft mensen uitgekozen die onbelangrijk zijn en niets voorstellen, en voor wie niemand respect heeft. Daarmee maakte hij een eind aan alles wat in deze wereld belangrijk is. 29Zo zorgt hij ervoor dat niemand trots kan zijn op zichzelf.

30God heeft ervoor gezorgd dat wij bij Jezus Christus horen. Dankzij Jezus Christus zijn wij nu ook wijs geworden. Wij leven nu zoals God het wil, want wij horen bij Christus. Hij heeft ons gered. 31En zo wordt werkelijkheid wat er in de heilige boeken staat: «Er is er maar één op wie wij trots mogen zijn: de Heer.»

2

Geloven door Gods kracht

21Vrienden, ik ben ooit bij jullie gekomen om te vertellen over Gods plan met de mensen. Ik gebruikte geen mooie en wijze woorden om jullie te overtuigen. 2Ik wilde jullie alleen maar vertellen over Jezus Christus, en over zijn dood aan het kruis!

3Ik kwam niet als iemand die trots is op zichzelf. Ik was juist zwak en bang. 4Ik gebruikte geen wijze woorden om jullie te overtuigen. En toch geloofden jullie wat ik zei, omdat de heilige Geest jullie daar de kracht voor gaf. 5Want zo moest jullie geloof beginnen: door Gods kracht, en niet door menselijke wijsheid.

Gods wijze plan

Gods wijsheid was lang verborgen

6-7Toch is wat ik vertel, ook wijsheid. Maar het is geen menselijke wijsheid, geen wijsheid die past bij de wereld. Het is niet de wijsheid van de machthebbers op aarde, die trouwens allemaal vernietigd zullen worden. Nee, ik heb het over Gods wijsheid, over Gods wijze plan. Pas als je alles over het geloof geleerd hebt, kun je dat plan begrijpen. Gods plan bestond al voordat hij de aarde maakte, maar hij heeft het lang verborgen gehouden. Want hij had vanaf het begin besloten om zijn wijze plan pas in onze tijd bekend te maken, omdat hij ons wilde redden.

8De machthebbers op aarde hebben Gods wijze plan niet begrepen. Anders zouden ze Jezus, de Heer die redding brengt, niet aan het kruis gehangen hebben. 9Het staat al in de heilige boeken: «Geen mens kent Gods wijze plan, geen mens heeft het bedacht of begrepen. Maar God heeft zijn plan bekendgemaakt aan de mensen die van hem houden. Zo wilde God het.»

Paulus heeft Gods Geest gekregen

10God heeft zijn plan bekendgemaakt aan mij, en aan anderen die het goede nieuws vertellen. Hij deed dat door ons zijn heilige Geest te geven. Gods Geest weet alles, zelfs wat God denkt. 11Hoe een mens van binnen is, dat weet alleen de geest van die persoon. En net zo weet alleen de Geest van God wat God denkt.

12God zal ons redden, zo goed is hij voor ons. Dat weten wij niet dankzij onze menselijke geest, maar dankzij de Geest die God ons gegeven heeft. 13Ik vertel Gods goede nieuws zoals de heilige Geest het mij geleerd heeft. Ik gebruik de woorden die de Geest mij geeft, niet de woorden die je van wijze mensen kunt leren.

14Mensen zonder Gods Geest nemen Gods boodschap niet aan. Zij vinden die boodschap onzin. Ze kunnen die ook niet begrijpen, want je hebt de Geest nodig om Gods boodschap te kunnen beoordelen.

15Mensen zoals wij, die zich helemaal laten leiden door Gods Geest, kunnen alles beoordelen. Anderen kunnen ons niet beoordelen, dat kan alleen God. 16En in de heilige boeken staat: «Niemand kent de gedachten van de Heer zo goed, dat hij de Heer raad kan geven.» Maar wij kennen de gedachten van Christus.

3

Alleen God is belangrijk

Het gaat nog niet goed in Korinte

31Vrienden, toen ik bij jullie was, kon ik jullie nog niet alles vertellen. Want jullie leefden toen nog als mensen van deze wereld. Jullie lieten je nog niet helemaal leiden door Gods Geest. Jullie moesten nog veel leren over het geloof. 2Jullie leken op baby’s, die nog niet alles kunnen eten. Daarom kon ik jullie nog niet alles vertellen over de wijsheid van God. Want jullie begrepen toen nog niet wat het geloof precies betekent.

En dat begrijpen jullie nu nog steeds niet! 3Jullie leven nog steeds als mensen van deze wereld. Want jullie zijn jaloers en jullie zoeken ruzie. Jullie doen dus precies dezelfde dingen als alle andere mensen, die niet geloven. 4Sommigen van jullie zeggen dat zij Paulus volgen. En anderen zeggen dat ze Apollos volgen. Dan gedragen jullie je toch net zoals alle andere mensen?

Paulus en Apollos zijn onbelangrijk

5Luister, Apollos is niet belangrijk en ik ben ook niet belangrijk. Wij zijn allebei alleen maar dienaren van God. Door ons werk zijn jullie gaan geloven. En allebei doen we ons werk zoals de Heer het ons gezegd heeft. 6Ik kwam als eerste bij jullie, om het goede nieuws van God te vertellen. Daarna kwam Apollos, en hij deed zijn best om jullie geloof sterker te maken. Maar het was God die ervoor zorgde dat jullie gingen geloven.

7Iemand die het goede nieuws van God vertelt, is dus niet belangrijk. En iemand die het geloof van anderen sterker maakt, is ook niet belangrijk. Alleen God is belangrijk, want hij zorgt ervoor dat mensen gaan geloven. 8Mensen die het goede nieuws van God vertellen en mensen die het geloof van anderen sterker maken, werken samen in dienst van God. God zal al zijn dienaren belonen voor hun werk, en iedere dienaar krijgt de beloning die hij verdient.

9Apollos en ik werken dus samen. Want we hebben allebei in opdracht van God voor jullie gewerkt.

God beloont of straft zijn dienaren

Je kunt het werk bij jullie vergelijken met het bouwen van een huis.

10-11God gaf mij een bijzondere taak: ik moest het goede nieuws, de boodschap van Christus, bekendmaken. Ik lijk dus op de bouwer die een stevig fundament legt voor het hele huis.

Anderen, zoals Apollos, kregen de taak om jullie geloof sterker te maken. Zij lijken op de mensen die verder bouwen aan het huis. Maar ze moeten wel heel goed opletten hoe ze dat doen. Ze mogen het fundament niet beschadigen. Ze mogen het goede nieuws dat ik verteld heb, beslist niet veranderen!

12-15Al ons werk zal later door God beoordeeld worden. Het zal getest worden, net zoals dingen die in het vuur getest worden. Stel dat iets gemaakt is van goud, zilver of edelstenen. Dan blijft het in het vuur bewaard, het verbrandt niet. Maar stel dat iets gemaakt is van hout, hooi of stro. Dan verbrandt het, er blijft niets van over.

Net zo zal God al ons werk beoordelen. Iemand die zijn werk goed gedaan heeft, zal door God beloond worden. Maar iemand die zijn werk slecht gedaan heeft, zal gestraft worden. Hij wordt wel gered, maar als allerlaatste.

Gods oordeel is streng

16Jullie weten dat jullie samen de kerk van God vormen, en dat de Geest van God bij jullie is. 17De kerk van God is heilig, en jullie zijn die heilige kerk. Als mensen proberen om de kerk kapot te maken, zal God die mensen kapotmaken!

Er is geen reden voor trots

18Vinden sommigen van jullie dat ze heel wijs zijn? Dan zeg ik: Houd jezelf niet voor de gek! Je zult eerst dom moeten worden, pas dan kun je echt wijs worden.

19Menselijke wijsheid betekent niets voor God. In de heilige boeken staat: «Als mensen zichzelf wijs vinden, laat God hun slimme plannen mislukken.» 20En er staat ook: «De Heer kent de plannen van mensen die zichzelf wijs vinden. Hij weet dat die plannen zinloos zijn.»

21Wees er niet trots op dat je een volgeling bent van een apostel. Je bent niet van iemand in deze wereld. Alles in deze wereld is juist van jullie! 22Paulus, Apollos, Petrus, de hele wereld, het leven, de dood, alles wat er nu is en wat er straks zal zijn, het is allemaal van jullie! 23En jullie zelf zijn van Christus, en Christus is van God.