Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
2

21Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, 2

2:2
1 Kor. 1:10
maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. 3
2:3
Rom. 12:10
Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. 4Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. 5Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6
2:6-11
Kol. 1:15-20
Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7
2:7
Jes. 53:3
Mat. 20:28
2 Kor. 8:9
maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, 8heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9
2:9
Ef. 1:22
Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10
2:10-11
Jes. 45:23
Rom. 14:11
opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

12Geliefde broeders en zusters, u bent altijd gehoorzaam geweest toen ik bij u was. Wees het des te meer nu ik niet bij u ben. Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God, 13want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt. 14Doe alles zonder morren en tegenspreken, 15

2:15
Deut. 32:5
Dan. 12:3
Mat. 5:14-16
17:17
opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel. 16
2:16
2 Kor. 1:14
Gal. 4:11
Filip. 1:6
Houd daarbij vast aan het woord dat leven brengt. Dan kan ik op de dag van Christus trots zijn omdat ik me niet voor niets heb ingespannen en afgemat. 17
2:17
2 Tim. 4:6
Ook al zou mijn bloed als een offer worden uitgegoten, samen met het offer dat u brengt door de dienst van uw geloof, toch ben ik vol vreugde, samen met u allen. 18Wees dus ook vol vreugde, samen met mij.

Timoteüs en Epafroditus naar Filippi

19In vertrouwen op de Heer Jezus hoop ik dat ik Timoteüs snel naar u toe kan sturen; het zal mij goeddoen te weten hoe het met u gaat. 20Er is verder niemand die zich net zo oprecht als ik om u bekommert, 21

2:21
Filip. 1:15-17
want alle anderen jagen alleen hun eigen belangen na in plaats van die van Jezus Christus. 22U weet dat hij betrouwbaar is en dat hij zich samen met mij, als een kind met zijn vader, voor het evangelie heeft ingezet. 23Hem hoop ik dus te sturen, zodra het duidelijk is wat er met me zal gebeuren. 24
2:24
Filip. 1:25-26
De Heer geeft mij het vertrouwen dat ik zelf ook spoedig kan komen.

25Ik vind het nodig Epafroditus naar u terug te sturen. Hij is mijn broeder, medewerker en medestrijder geweest, en heeft mij namens u bijgestaan in mijn nood. 26Maar hij verlangt ernaar u allen weer te zien en maakt zich grote zorgen, omdat u van zijn ziekte hebt gehoord. 27Hij was inderdaad ziek en is bijna gestorven, maar God heeft zich over hem ontfermd. En niet alleen over hem, ook over mij: hij heeft me nog meer verdriet bespaard. 28Ik stuur hem nu zo snel mogelijk; dan kunt u weer verheugd zijn wanneer u hem terugziet en heb ik minder zorgen. 29Verwelkom hem vol vreugde als iemand die één is met de Heer. Houd mensen zoals hij in ere; 30hij heeft immers door zijn werk voor Christus oog in oog met de dood gestaan. Hij heeft zijn leven op het spel gezet om mij de hulp te geven die u niet kon bieden.

3

Laat de Heer uw vreugde blijven

31

3:1
Filip. 4:4
Voor het overige, broeders en zusters, laat de Heer uw vreugde blijven. Ik heb er geen moeite mee te herhalen wat ik u al geschreven heb; het is voor uw eigen bestwil. 2Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis van ze! 3
3:3
Kol. 2:11
Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf, 4
3:4-6
2 Kor. 11:22-23
3:4
2 Kor. 11:18
hoewel ik redenen genoeg zou hebben om op mezelf te vertrouwen. Als anderen menen dat te kunnen doen, dan kan ik dat zeker. 5
3:5-6
Gal. 1:13
3:5
Hand. 23:6
26:5
Rom. 11:1
Ik werd besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van Israël, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren Hebreeër met de wetsopvatting van een farizeeër 6
3:6
Hand. 8:3
1 Kor. 15:9
en heb de gemeente fanatiek vervolgd. Aan wat er in de wet over gerechtigheid staat, voldeed ik volledig. 7Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. 8Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen 9en één met hem zijn – niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus. 10
3:10-11
Rom. 6:5
Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood, 11in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan.

12Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft. 13Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. 14Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept. 15Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten. Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. 16In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan.

17

3:17
1 Kor. 4:16
11:1
2 Tes. 3:7
1 Petr. 5:3
Volg mij na, broeders en zusters, en kijk naar hen die leven volgens het voorbeeld dat wij u gegeven hebben. 18
3:18-19
Rom. 16:18
Ik heb u al vaak gezegd, en zeg nu zelfs met tranen in mijn ogen: velen leven als vijand van het kruis van Christus 19en gaan hun ondergang tegemoet. Hun god is hun buik, hun eer is schaamteloosheid en hun aandacht is alleen gericht op aardse zaken. 20Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus. 21
3:21
Rom. 8:29
1 Kor. 15:49
Met de kracht waarmee hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam.

4

41Daarom, broeders en zusters, die ik liefheb en naar wie ik verlang, die mijn vreugde en erekrans zijn, blijf standvastig in de Heer.

2Euodia en Syntyche, ik dring er bij u op aan eensgezind te zijn, want u bent één met de Heer. 3

4:3
Ps. 69:29
Op. 20:12
En u, trouwe vriend, vraag ik hen te helpen. Ze hebben samen met mij voor het evangelie gestreden, evenals Clemens en mijn overige medewerkers, van wie de namen in het boek van het leven staan.

4

4:4
Filip. 3:1
Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. 5
4:5
Tit. 3:2
Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. 6
4:6
Mat. 6:25-34
Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. 7
4:7
Kol. 3:15
Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

8Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. 9

4:9
Rom. 15:33
Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn.

Dankbetuiging

10De Heer heeft mij veel vreugde gegeven nu u eindelijk uw zorg voor mij hebt kunnen tonen. U dacht altijd al aan mij, maar vond niet de gelegenheid het te laten zien. 11Ik zeg dit niet omdat ik gebrek lijd; ik heb geleerd om in alle omstandigheden voor mezelf te zorgen. 12Ik weet wat het is om gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven. Ik heb alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en gebrek. 13

4:13
2 Kor. 12:9-10
Ik ben tegen alles bestand door hem die mij kracht geeft.

14Toch hebt u er goed aan gedaan in mijn moeilijkheden te delen. 15

4:15
Hand. 16:40
2 Kor. 11:9
U weet zelf, Filippenzen, dat toen ik na mijn vertrek uit Macedonië met de verkondiging begon, uw gemeente de enige is geweest die gedeeld heeft in mijn tegoeden en tekorten. 16Al in Tessalonica hebt u mij meer dan eens iets gestuurd om mijn tekorten aan te vullen. 17Niet dat het mij om uw gaven te doen is, ik ben er juist op uit dat het tegoed op uw rekening oploopt. 18Nu is alles mij vergoed, en heb ik zelfs veel meer ontvangen. Mij ontbreekt niets dankzij de gaven die Epafroditus namens u heeft gebracht; ze zijn een geurig en aangenaam offer, dat God behaagt. 19Mijn God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus. 20Aan onze God en Vader komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen.

21Groet alle heiligen in Christus Jezus. De broeders en zusters die bij mij zijn, laten u groeten. 22Alle heiligen laten u groeten, vooral zij die in dienst van de keizer staan.

23

4:23
Gal. 6:18
De genade van de Heer Jezus Christus zij met u.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]