Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
15

De wijnstok en de ranken

151‘Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. 2Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij, opdat hij meer vruchten draagt. 3

15:3
Joh. 13:10
Jullie zijn al rein door alles wat ik tegen jullie gezegd heb. 4
15:4
Joh. 6:56
Blijf in mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven. 5Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen. 6Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand. 7
15:7
Marc. 11:24
Joh. 14:13-14
16:23-24
Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren. 8De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.

9

15:9
Joh. 3:35
5:20
10:17
17:23
Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: 10je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. 11
15:11
Joh. 16:22
17:13
Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. 12
15:12
Joh. 13:34
15:17
1 Joh. 3:23
2 Joh. 5
Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad. 13
15:13
Joh. 10:11,15
13:1
Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden. 14Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat ik zeg. 15Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem ik jullie, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb. 16
15:16
Joh. 14:13
16:23-24
Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie, en ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal hij je geven. 17
15:17
Joh. 15:12
Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief.

De haat van de wereld

18

15:18
Joh. 7:7
Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze mij eerder haatte dan jullie. 19
15:19
Joh. 17:14-16
Als jullie bij de wereld zouden horen, zou ze jullie hebben liefgehad als iets van haarzelf, maar jullie horen niet bij haar, want ik heb jullie uit de wereld weggeroepen. Daarom haat ze jullie. 20
15:20
Mat. 10:24
Luc. 6:40
Joh. 13:16
Denk aan wat ik gezegd heb: een slaaf is niet meer dan zijn meester. Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen; maar wie zich aan mijn woorden gehouden heeft, zal zich ook aan jullie woorden houden. 21
15:21
Joh. 8:19
16:3
Dit alles zullen ze jullie vanwege mij aandoen, want ze kennen hem niet die mij gezonden heeft. 22Ze zouden niet schuldig zijn als ik niet was gekomen en tegen hen had gesproken. Maar nu hebben ze geen excuus voor hun zonde. 23Wie mij haat, haat ook mijn Vader. 24
15:24
Joh. 5:36
6:36
10:25
En ze zouden niet schuldig zijn als ik niet bij hen had gedaan wat niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben het gezien en toch mij en mijn Vader gehaat. 25
15:25
Ps. 35:19
69:5
Zo ging in vervulling wat in hun wet geschreven staat: “Ze hebben mij zonder reden gehaat.” 26
15:26
Joh. 14:16,26
16:7,13
Wanneer de pleitbezorger komt die ik van de Vader naar jullie zal zenden, de Geest van de waarheid die van de Vader komt, zal die over mij getuigen. 27Ook jullie moeten mijn getuigen zijn, want jullie zijn vanaf het begin bij mij geweest.

16

161Dit alles heb ik tegen jullie gezegd om te voorkomen dat jullie je geloof verliezen. 2

16:2
Marc. 13:9
Joh. 9:22
12:42
Jullie zullen uit de synagoge gezet worden, en er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen. 3
16:3
Joh. 7:28
8:19
15:21
17:25
Maar ze doen dat omdat ze de Vader en mij niet kennen. 4Ik zeg jullie dit nu, en wanneer die tijd komt zullen jullie denken aan wat ik gezegd heb. Ik heb dit niet al eerder verteld omdat ik nog bij jullie was. 5Nu ga ik weg, naar hem die mij gezonden heeft, maar niemand van jullie vraagt: “Waar gaat u naartoe?” 6
16:6
Joh. 16:22
Jullie zijn verdrietig, omdat ik jullie dat gezegd heb. 7
16:7
Joh. 7:39
14:16,26
15:26
Werkelijk, het is goed voor jullie dat ik ga, want als ik niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als ik weg ben, zal ik hem jullie zenden. 8Wanneer hij komt zal hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: 9zonde – dat ze niet in mij geloven, 10gerechtigheid – dat ik naar de Vader ga en jullie me niet meer zien, 11
16:11
Joh. 12:31
14:30
oordeel – dat de heerser over deze wereld is veroordeeld.

12Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. 13

16:13
Joh. 14:17
15:26
De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat. 14Door jullie bekend te maken wat hij van mij heeft, zal hij mij eren. 15Alles wat van de Vader is, is van mij – daarom heb ik gezegd dat hij alles wat hij jullie bekend zal maken, van mij heeft. 16
16:16
Joh. 7:33
13:33
14:19
16:10
Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug.’16:16 maar kort daarna zien jullie me terug – Andere handschriften lezen: ‘maar kort daarna zien jullie mij omdat ik naar de Vader ga’.

17Daarop zeiden een paar leerlingen tegen elkaar: ‘Wat betekent wat hij nu zegt: “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? En: “Ik ga naar de Vader”? 18Wat betekent “nog een korte tijd”? Wat bedoelt hij toch?’ 19Jezus begreep dat ze hem iets wilden vragen. Hij zei: ‘Proberen jullie te begrijpen wat ik bedoelde met “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? 20Waarachtig, ik verzeker jullie: je zult huilen en weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen. 21Ook een vrouw die baart heeft het zwaar als haar tijd gekomen is, maar wanneer haar kind geboren is, herinnert ze zich de pijn niet meer, omdat ze blij is dat er een mens ter wereld is gekomen. 22

16:22
Joh. 15:11
20:20
Jullie hebben nu verdriet, maar ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen. 23
16:23
Joh. 14:13
15:7,16
Dan hoeven jullie mij niets meer te vragen. Maar ik verzeker jullie: wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – hij zal het je geven. 24
16:24
Joh. 17:13
Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volmaakt zijn.

25Ik heb jullie dit alles in beelden verteld, maar er komt een tijd dat ik niet meer in beelden spreek, maar jullie zonder omwegen over de Vader vertel. 26Als je dan iets vraagt in mijn naam, hoef ik het niet meer namens jullie aan de Vader te vragen, 27

16:27
Joh. 14:21
want de Vader zelf heeft jullie lief, omdat jullie mij liefhebben en geloven dat ik van God ben gekomen. 28
16:28
Joh. 13:3
Ik ben bij de Vader vandaan gegaan en naar de wereld gekomen, nu verlaat ik de wereld weer en ga ik terug naar de Vader.’

29Toen zeiden de leerlingen: ‘Ja, nu spreekt u rechtstreeks en niet in beelden. 30Nu begrijpen we dat u alles weet en dat niemand u iets hoeft te vragen, nu geloven we dat u van God bent gekomen.’ 31Jezus vroeg: ‘Nu geloven jullie? 32

16:32
Marc. 14:27,50
Joh. 8:29
Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat jullie uiteengedreven worden, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat. Maar ik ben niet alleen, want de Vader is bij mij. 33
16:33
Joh. 14:27
Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen.’

17

171

17:1
Joh. 12:23
13:31
14:13
Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. 2
17:2
Joh. 3:35
10:28-29
Hij heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die u hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. 3Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. 4
17:4
Joh. 4:34
5:36
Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt. 5
17:5
Joh. 17:24
Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond.

6

17:6
Joh. 12:28
17:26
Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, 7en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt. 8
17:8
Joh. 5:36
11:42
17:25
Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden.

9Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die u mij hebt gegeven, omdat zij van u zijn 10

17:10
Joh. 16:15
– alles wat van mij is, is van u, en alles wat van u is, is van mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is. 11Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar u toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn. 12
17:12
Joh. 6:39
10:28
18:9
Zolang ik bij hen was heb ik hen door uw naam, die u mij gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt: geen van hen is verloren gegaan behalve hij die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling ging. 13
17:13
Joh. 15:11
16:24
Nu kom ik naar u toe, en ik zeg dit terwijl ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde. 14
17:14
Joh. 15:18-19
Ik heb hun uw woord gegeven. De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook ik niet bij de wereld hoor. 15Ik vraag niet of u hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of u hen wilt beschermen tegen de duivel. 16Ze horen niet bij de wereld, zoals ik niet bij de wereld hoor. 17
17:17
Lev. 11:44
19:2
Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid. 18
17:18
Joh. 20:21
Ik zend hen naar de wereld, zoals u mij naar de wereld hebt gezonden. 19Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd zijn.

20Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. 21

17:21
Joh. 10:30,38
Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. 22Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: 23
17:23
Joh. 5:20
10:17
15:9
ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad.

24

17:24
Joh. 3:35
17:5
Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd. 25
17:25
Joh. 15:21
16:3
Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken u, en zij weten dat u mij hebt gezonden. 26
17:26
Joh. 17:6
Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’