Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
44

441Nu dan, luister, Jakob, mijn dienaar,

Israël, dat ik heb uitgekozen:

2

44:2
Deut. 32:15
33:5,26
Jes. 43:1
44:24
Dit zegt de HEER, die jou gemaakt heeft

en al in de moederschoot gevormd,

en die je terzijde staat:

Wees niet bang, mijn dienaar Jakob,

Jesurun, die ik heb uitgekozen.

3Ik zal water uitgieten op dorstige grond,

waterstromen over het droge land.

Ik zal mijn geest uitgieten over je nazaten

en mijn zegen over je telgen.

4Zij zullen ontkiemen tussen het gras,

uitbotten als wilgen langs het water.

5De een zal zeggen: ‘Ik hoor bij de HEER,’

de ander zal Jakobs naam gebruiken,

een derde schrijft op zijn hand: ‘Van de HEER

en tooit zich met de naam Israël.

6

44:6
Deut. 32:39
Jes. 41:4
48:12
Op. 1:17
21:6
22:13
Dit zegt de HEER, Israëls koning en bevrijder,

de HEER van de hemelse machten:

Ik ben de eerste en de laatste,

er is geen god buiten mij.

7Wie is zoals ik? Laat hij het woord nemen.

Laat hij vertellen en aan mij ontvouwen

wat er te gebeuren stond

vanaf de dag dat ik de mensheid schiep,

en laat hij onthullen wat er gebeuren gaat.

8

44:8
Deut. 32:4
Jes. 17:10
45:21
Vrees niet, laat de angst je niet verlammen:

heb ik het je niet vanaf het begin laten horen,

heb ik het je niet aldoor verteld?

Jullie zijn mijn getuigen: is er een god buiten mij,

of een andere rots? Ik ken er geen.

9

44:9-20
Jer. 2:26-28
10:1-16
Mensen die godenbeelden maken zijn niets, en van hun dierbare maaksels valt niets te verwachten. De mensen die van deze goden getuigen, zien niets en weten niets, zij zullen beschaamd staan. 10Wie vormt er nu een god en giet zo’n nutteloos beeld? 11Die ambachtslieden zijn maar mensen, en daarom zullen al hun bewonderaars bedrogen uitkomen. Laten ze bijeenkomen en zich opstellen; ze zullen sidderen en te schande staan, zonder uitzondering.

12Een smid hanteert gereedschap om ijzer te smeden in een gloeiend vuur. Hij vormt het met een hamer en bewerkt het met krachtige hand. Maar als hij honger krijgt, verliest hij zijn kracht, en als hij geen water drinkt, raakt hij uitgeput. 13Een beeldsnijder spant een meetlint en geeft de ruwe omtrek aan met een beitel. Dan snijdt hij een figuur uit met een fijn mes en tekent de precieze vorm af met een passer. Hij maakt er een menselijke figuur van, een prachtig beeld, om in een huis te zetten.

14

44:14-17
Wijsh. 13:11-19
Iemand velt een paar ceders, of hij kiest een pijnboom en een eik, die hij in het bos met andere bomen heeft laten opgroeien; of een laurierboom die hij heeft geplant en die groeide door de regen. 15Ze dienen hem tot brandhout: hij gebruikt het om zich te warmen, of om er brood op te bakken. Of hij bewerkt het tot een god, waarvoor hij knielt; hij maakt er een godenbeeld van, waarvoor hij zich neerbuigt. 16Met de ene helft stookt hij een vuur, waarop hij vlees bereidt; hij roostert het vlees en doet er zich te goed aan. Hij wordt warm en zegt: ‘Ha, lekker warm! Ik zie de gloed van het vuur!’ 17Van de rest maakt hij een god, een godenbeeld waarvoor hij knielt en zich neerbuigt in gebed: ‘Red mij, want u bent mijn god.’

18Ze begrijpen het niet, ze beseffen het niet; blijkbaar zitten hun ogen dichtgeplakt, waardoor ze niets zien en het hun aan inzicht schort. 19Het dringt niet tot hen door, ze missen de kennis en het inzicht om te bedenken: Met de ene helft heb ik een vuur gestookt, op de gloeiende houtskool heb ik brood gebakken en vlees geroosterd om te eten. Van wat overbleef heb ik een gruwelijk beeld gemaakt. Ik buig me dus neer voor een blok hout. 20Wat zij koesteren is as! Een verwarde geest heeft hen op een dwaalspoor gebracht. Ze zijn niet meer te redden, want ze vragen zich niet af: ‘Is wat ik in mijn hand houd eigenlijk geen bedrog?’

21

44:21
Jes. 46:8
49:15-16
Neem deze dingen ter harte, Jakob,

neem ze ter harte, Israël,

want jij bent mijn dienaar.

Ik heb je gevormd, je bent mijn dienaar,

Israël, ik zal je niet vergeten.

22Ik heb je misdaden als een wolk doen verdampen,

je zonden als de ochtendnevel.

Keer terug naar mij: ik zal je vrijkopen.

23Juich, hemel, want de HEER heeft dit gedaan,

jubel, diepten van de aarde,

bergen, breek uit in gejuich,

en ook jullie, bossen met al je bomen:

ja, de HEER koopt Jakob vrij,

in Israël toont hij zijn luister.

Cyrus door God geroepen

24

44:24
Jes. 44:2
Dit zegt de HEER, je bevrijder,

die je al in de moederschoot heeft gevormd:

Ik, de HEER, ben het die alles gemaakt heeft,

de enige die de hemel heeft uitgespannen,

die zelf de aarde heeft uitgehamerd.

25

44:25
1 Kor. 1:20
Die de tekenen van orakelpriesters verstoort

en waarzeggers ontmaskert,

die wijzen naar de achtergrond dringt

en hun kennis bespottelijk maakt,

26die het woord van zijn dienaar bevestigt

en vervult wat zijn boden hebben voorzegd.

Die van Jeruzalem zegt: ‘Het zal weer bewoond worden,’

en van Juda’s steden: ‘Ze zullen herbouwd worden,

en wat verwoest was, laat ik herrijzen.’

27

44:27
Jes. 42:15
Die de diepste oceaan gebiedt: ‘Word droog!

Ik zal je waterstromen droogleggen.’

28

44:28
Ezra 1:2
Jes. 45:1-5
Die over Cyrus zegt: ‘Dit is mijn herder,

alles wat ik wil, brengt hij ten uitvoer:

hij geeft opdracht om Jeruzalem te herbouwen

en voor de tempel de fundering te leggen.’

45

451

45:1-5
Jes. 41:2-3
42:1-7
43:14
44:28
45:13
46:11
48:14-15
Dit zegt de HEER tegen Cyrus, zijn gezalfde,

die hij bij de rechterhand neemt,

aan wie hij volken onderwerpt,

voor wie hij koningen ontwapent,

voor wie hij deuren opent –

geen poort blijft gesloten:

2

45:2
Ps. 107:16
Ik zal voor je uit gaan,

ik zal ringmuren slechten,

bronzen deuren verbrijzelen,

ijzeren grendels stukbreken.

3Ik zal je verborgen schatten schenken,

diep weggeborgen rijkdommen.

Dan zul je weten dat ik de HEER ben,

de God van Israël, die jou bij je naam roept.

4Omwille van mijn dienaar Jakob,

van Israël, dat ik heb uitgekozen,

heb ik je bij je naam geroepen

en je met een erenaam getooid,

ofschoon je me niet kende.

5

45:5
2 Sam. 7:22
Jes. 40:25
44:6
Ik ben de HEER, er is geen ander,

buiten mij is er geen god.

Ik heb je omgord met wapens,

ofschoon je me niet kende.

6Zo zal iedereen, van oost tot west,

weten dat er niets is buiten mij.

Ik ben de HEER, er is geen ander

7die het licht vormt en het donker schept,

die vrede maakt en onheil schept.

Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet.

8

45:8
Deut. 32:2
Ps. 85:11-12
Jes. 56:1
61:11
Hemel, laat gerechtigheid neerregenen,

laat haar neerstromen uit de wolken,

en laat de aarde zich openen.

Laten hemel en aarde redding voortbrengen

en ook het recht doen ontspruiten.

Ik, de HEER, heb dit alles geschapen.

9

45:9
Jes. 29:16
Rom. 9:20
Wee degene die de strijd aanbindt

met hem door wie hij gevormd is –

een potscherf tussen de potscherven.

Zegt klei soms tegen wie hem vormt:

‘Wat ben je eigenlijk aan het maken?’

of: ‘Deze pot heeft niet eens oren!’

10Wee degene die tegen zijn vader zegt:

‘Wat heb je verwekt?’ en tegen zijn moeder:

‘Wat hebben je barensweeën gebracht?’

11Dit zegt de HEER, de Heilige van Israël,

die Israël gevormd heeft:

Wilden jullie mij ondervragen

over het lot van mijn kinderen,

of mij iets voorschrijven

omtrent het werk van mijn handen?

12Ik ben het die de aarde maakte

en de mens op aarde schiep;

mijn handen hebben de hemel uitgespannen,

ik riep het sterrenleger tevoorschijn.

13

45:13
Jes. 45:1-5
Ik ben het die Cyrus laat komen in gerechtigheid,

steeds opnieuw baan ik voor hem de weg.

Hij zal mijn stad herbouwen;

hij geeft mijn ballingen de vrijheid terug,

zonder betaling of steekpenningen te eisen

– zegt de HEER van de hemelse machten.

Alleen de HEER is rechtvaardig en brengt redding

14Dit zegt de HEER:

De Egyptenaren met hun schatten,

de Nubiërs met hun rijkdom

en de rijzige Sabeeërs,

zij zullen komen en jullie toebehoren.

Ze komen in ketenen en volgen je,

ze buigen voor je en belijden:

‘Bij u alleen is een God,

er is geen andere god, niet één.’

15En: ‘Voorwaar, u bent een God die zich verborgen houdt,

de God van Israël, die redding brengt.’

16

45:16-17
Jes. 42:17
De ambachtslieden met hun godenbeelden

staan te schande en worden gehoond,

ze worden samen te schande gemaakt.

17Maar Israël wordt door de HEER gered,

hij brengt redding voor eeuwig.

Jullie staan niet te schande en worden niet gehoond,

in alle eeuwigheid niet.

18Dit zegt de HEER,

die de hemel geschapen heeft – hij is God! –,

die de aarde gemaakt en gevormd heeft

en die haar heeft gegrondvest –

niet als chaos schiep hij de aarde,

maar om te bewonen heeft hij haar gevormd:

Ik ben de HEER, er is geen ander.

19Ik heb niet in het verborgene gesproken,

ergens in een duister oord,

ik heb Jakobs nageslacht niet gevraagd:

‘Zoek mij in de chaos.’

Nee, ik ben de HEER,

al wat ik zeg is rechtvaardig,

wat ik aankondig is waarachtig.

20Laten de ontkomen volken zich verzamelen,

laat hen allen naderbij komen.

Wie een houten godenbeeld ronddraagt, heeft geen verstand.

Wie bidt er nu tot een god die niet redt?

21

45:21
Ps. 18:32
Jes. 41:22
43:9-12
44:8
48:5
Kom hier, overleg met elkaar en vertel:

Wie heeft dit van meet af aan laten horen,

wie heeft het lang tevoren aangekondigd?

Was ik dat niet, de HEER?

Buiten mij is er geen god.

Alleen ik ben een rechtvaardige God,

alleen ik breng redding.

22Keer terug naar mij en laat je redden,

ook jullie aan de einden der aarde;

want ik ben God, er is geen ander.

23

45:23
Rom. 14:11
Filip. 2:10-11
Ik heb bij mijzelf gezworen:

Uit mijn mond komt gerechtigheid voort,

een woord dat ik spreek wordt niet herroepen.

Voor mij zal elke knie zich buigen

en elke tong zal bij mij zweren.

24

45:24
Jes. 41:11
‘Alleen bij de HEER,’ zal men zeggen,

‘is gerechtigheid en macht te vinden.’

Allen die zich tegen hem keerden

zullen tot hem komen en beschaamd staan.

25Heel het nageslacht van Israël

zal bij de HEER recht vinden

en zich gelukkig prijzen.

46

461Bel is gebroken, Nebo ligt geveld.

Eens droegen jullie hen plechtig rond,

maar nu zijn hun beelden voor de lastdieren,

een zware last voor uitgeputte beesten.

2Ze zijn gebroken en geveld,

ze hebben zichzelf niet kunnen beschermen;

hun beelden worden weggesleept.

3

46:3
Ps. 22:11
Jes. 63:9
Luister naar mij, volk van Jakob

en al wat er van Israël nog over is –

van de moederschoot af door mij gedragen,

door mij gekoesterd vanaf de geboorte:

4Tot in je ouderdom blijf ik dezelfde,

tot in je grijsheid zal ik je steunen.

Wat ik gedaan heb, zal ik blijven doen,

ik zal je steunen en beschermen.

5

46:5
Jes. 44:7
Met wie wil je mij vergelijken,

aan wie mij gelijkstellen?

Met wie vertoon ik overeenkomst?

6

46:6-8
Jes. 44:9-21
46:6-7
Jes. 40:19-20
41:6-7
Mensen schudden goud uit hun buidel

of wegen zilver af op een weegschaal,

ze nemen een edelsmid in dienst

die er een god van maakt.

Ze buigen zich neer en knielen ervoor.

7Ze nemen hem op hun schouders en torsen hem.

Waar ze hem neerzetten, daar blijft hij staan,

hij komt niet meer van zijn plaats.

Als ze hem om hulp roepen, antwoordt hij niet,

hij redt hen niet uit hun nood.

8Neem dit ter harte, zondaars,

verman je, kom tot inkeer!

9Denk terug aan alles wat eertijds is gebeurd.

Ik ben God, er is geen ander,

ik ben God, niemand is aan mij gelijk.

10

46:10
Jes. 41:26-27
Die in het begin al het einde aankondigde

en lang tevoren wat nog gebeuren moest.

Die zegt: ‘Wat ik besluit, wordt van kracht,

en alles wat ik wil, breng ik ten uitvoer.’

11

46:11
Jes. 45:1-5
Die uit het oosten een adelaar roept,

uit een ver land een man die mijn plannen uitvoert.

Ik heb gesproken, en zo zal het gebeuren.

Zoals ik het bepaald heb, zo zal het gaan.

12Luister naar mij, hardnekkig volk,

dat zich verre houdt van gerechtigheid.

13Ik breng mijn gerechtigheid nabij,

ze is niet ver meer,

het duurt niet lang voor ik redding breng.

Ik zal redding brengen in Sion,

ik laat Israël in mijn luister delen.