Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
5

51Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft, 2

5:2
Ex. 29:18
en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.

3Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht – deze dingen horen niet bij heiligen. 4Ook dubbelzinnige, oppervlakkige en platvloerse taal is ongepast – spreek liever woorden van dank. 5

5:5
1 Kor. 6:9
Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is – dat is allemaal afgoderij – geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God. 6
5:6
Kol. 2:4,8
3:6
Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn. 7Gedraag u dus niet zoals zij, 8
5:8-10
Rom. 13:11-14
5:8
1 Tes. 5:4-8
want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht. 9
5:9
Gal. 5:22
Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. 10Onderzoek wat de wil van de Heer is. 11Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, 12want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. 13
5:13-14
Joh. 3:20-21
Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, 14
5:14
Jes. 26:19
60:1
en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er:

‘Ontwaak uit uw slaap,

sta op uit de dood,

en Christus zal over u stralen.’

15
5:15-16
Amos 5:13
Kol. 4:5
Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. 16Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. 17
5:17
Rom. 12:2
Kol. 1:9
Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. 18
5:18
Spr. 23:31
Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen 19
5:19-20
Kol. 3:16-17
en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer 20en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus.

21Aanvaard elkaars gezag uit eerbied voor Christus. 22

5:22-24
1 Kor. 14:34
5:22
Kol. 3:18
1 Petr. 3:1
Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer, 23
5:23
1 Kor. 11:3
want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat hij gered heeft. 24En zoals de kerk het gezag van Christus erkent, zo moeten vrouwen in ieder opzicht het gezag van hun man erkennen. 25
5:25
Kol. 3:19
1 Petr. 3:7
Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven 26
5:26
Ezech. 16:9
om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden 27en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver. 28Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. 29Niemand haat ooit zijn eigen lichaam, integendeel: men voedt en verzorgt het, zoals Christus de kerk, 30
5:30
1 Kor. 12:27
want dat is zijn lichaam en wij zijn de ledematen. 31
5:31
Gen. 2:24
Mat. 19:5
Marc. 10:7-8
1 Kor. 6:16
‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één lichaam zijn.’ 32Dit mysterie is groot – en ik betrek het op Christus en de kerk. 33Maar ook voor elk van u geldt dat ieder zijn vrouw moet liefhebben als zichzelf, en dat een vrouw ontzag moet hebben voor haar man.

6

61

6:1-9
Kol. 3:20-4:1
Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders uit ontzag voor de Heer, want zo hoort het. 2
6:2-3
Ex. 20:12
Deut. 5:16
6:2
Spr. 6:20
‘Toon eerbied voor uw vader en moeder,’ dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is: 3‘Dan zal het u goed gaan en zult u lang leven op aarde.’ 4
6:4
Spr. 13:24
Vaders, maak uw kinderen niet verbitterd, maar vorm en vermaan hen bij het opvoeden zoals de Heer dat wil.

5

6:5
1 Tim. 6:1
Slaven, gehoorzaam uw aardse meester zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid; 6niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil. 7Doe uw werk met plezier, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, 8want u weet dat allen door de Heer beloond worden voor het goede dat ze doen, zowel slaven als vrije mensen. 9
6:9
Deut. 10:17
Job 31:13-15
Hand. 10:34
Rom. 2:11
Gal. 2:6
Meesters, behandel uw slaven op dezelfde manier. Laat dreigementen achterwege, want u weet dat zij en u dezelfde Heer in de hemel hebben, en dat hij geen onderscheid maakt.

Houd stand

10Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. 11

6:11
Jak. 4:7
1 Petr. 5:8-9
Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. 12Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. 13Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. 14
6:14
Jes. 11:5
59:17
Wijsh. 5:18
Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, 15
6:15
Jes. 52:7
de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, 16en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. 17
6:17
Jes. 59:17
1 Tes. 5:8
Hebr. 4:12
Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.

18

6:18-20
Kol. 4:2-4
Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. 19Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie 20waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is.

21

6:21
Hand. 20:4
Kol. 4:7-8
2 Tim. 4:12
Tit. 3:12
Opdat ook u weet hoe ik het maak, zal Tychikus, onze geliefde broeder, die zo trouw de Heer dient, u alles vertellen. 22Juist met dit doel stuur ik hem naar u toe, om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken.

23Vrede zij met de broeders en zusters, en liefde en geloof, van God, de Vader, en van Jezus Christus, de Heer. 24Genade en onvergankelijkheid zij met allen die onze Heer Jezus Christus liefhebben.