Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

Het gezag in de gemeente

51Ik doe een beroep op de oudsten onder u. Als uw mede-oudste en als ooggetuige van Christus’ lijden, en omdat ik evenals u zal delen in de luister die binnenkort zal worden geopenbaard, vraag ik u: 2

5:2
Joh. 21:15-17
Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht – niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding. 3
5:3
Filip. 3:17
Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld. 4Dan zult u wanneer de hoogste herder verschijnt de krans van de luister ontvangen, die nooit verwelkt. 5
5:5
Spr. 3:34
Ef. 5:21
Jak. 4:6
En u, jongeren, moet van uw kant het gezag van de oudsten erkennen. Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade. 6
5:6
Mat. 23:12
Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven. 7
5:7
Ps. 55:23
U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart.

8

5:8-9
Ps. 22:14
Ef. 6:11
Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. 9Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed gebukt gaan. 10Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen. 11Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen.

12

5:12
2 Kor. 1:19
1 Tes. 1:1
Met de hulp van Silvanus, die ik als een betrouwbare broeder beschouw, heb ik u deze korte brief geschreven, om u moed in te spreken en om u er nadrukkelijk van te verzekeren dat het werkelijk de genade van God is die u staande houdt. 13
5:13
Hand. 12:12,25
Kol. 4:10
Filem. 24
De uitverkorenen in Babylon en mijn zoon Marcus groeten u. 14
5:14
Rom. 16:16
Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde. Vrede zij met u allen, die één bent in Christus.