ploegen
Artikel

ploegen

Voordat een boer kon gaan zaaien, moest de grond worden omgeploegd. Door het ploegen werd de aarde losser gemaakt, zodat het zaad beter in de grond opgenomen kon worden.

Ploegen voor het zaaien

De boer zorgde er eerst voor dat er geen grote stenen meer op de akker lagen. De stenen die weggehaald waren, werden vaak gebruikt om een laag muurtje om de akker heen te bouwen. Bij het ploegen werd met een ploeg een gleuf van ongeveer 25 centimeter diep in de aarde gemaakt. In die gleuf werd het zaad gestrooid.

Ploegschaar

De ploeg bestond uit een metalen ploegschaar die was vastgemaakt aan één of twee houten handvatten waarmee de boer de ploeg kon sturen. De ploegschaar was een plat driehoekig blad dat met de punt naar beneden door de aarde werd getrokken. Om goed door de harde, rotsachtige grond te kunnen snijden, was de ploegschaar gemaakt van metaal. In oudere tijden was dat brons, vanaf ongeveer 1200 voor Christus werd ijzer gebruikt.
Soms duwde of trok de boer de ploeg zelf. Maar meestal werden één of twee ossen of ezels voor de ploeg gespannen, die de ploeg door de aarde moesten trekken

Ploegschaar als metafoor

De ploegschaar of het ploegijzer wordt in de Bijbel gebruikt als beeld voor een tijd van vrede. Daartegenover staat het zwaard als beeld van de oorlog.
In Jesaja 2:4 en Micha 4:3 wordt aangekondigd hoe zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegijzers, en speren tot snoeimessen. Daarmee wordt aangegeven dat er een tijd van vrede en recht zal komen. Aan de andere kant wordt in Joël 4:10 juist opgeroepen tot de oorlog: ‘Smeed je ploegijzers maar om tot zwaarden en je snoeimessen tot speren’.

Ploegen na het zaaien

Soms werd na het zaaien nog een keer geploegd. Dat gebeurde om ervoor te zorgen dat het gestrooide zaad onder de grond gewerkt werd. Zaad dat aan de oppervlakte bleef liggen, kon immers opgegeten worden door vogels en andere dieren, of uitgedroogd raken door de felle zon.

Bijbelverzen

  • 1 Koningen 19:19
  • Hosea 10:11
  • 1 Samuel 8:12
  • 1 Samuel 14:14