Artikel

leerling

In de joodse traditie zijn leerlingen (in het Grieks: mathêtês) noodzakelijk voor het doorgeven en de uitleg van de Tora. De joodse geleerden hadden scholen met leerlingen, en Johannes de Doper ook (zie bijvoorbeeld Lucas 5:33). Het is dan ook niet vreemd dat Jezus in de evangeliën zijn openbare optreden begint met het aantrekken van leerlingen (Marcus 1:16-20).

Wie zijn de leerlingen?

De leerlingen in de evangeliën hebben twee verschillende functies:

  • Er is een historisch aspect. De evangeliën beschrijven hoe Jezus leerlingen krijgt en hoe zij reageren op zijn woorden en daden.
  • Maar tegelijkertijd staan de leerlingen ook symbool voor gewone gelovigen in de gemeente. Ze zijn een voorbeeld voor gelovigen om te zien hoe je Jezus moet navolgen, of hoe dat juist niet moet.

Rol van de leerlingen

De leerlingen spelen bij elk van de vier evangelisten een andere rol:

  • Matteüs zet de leerlingen neer als degenen die onderricht krijgen van Jezus, de leraar.
  • Marcus beschrijft de leerlingen vooral als verwonderd en niet-begrijpend.
  • Bij Lucas krijgen de twaalf leerlingen al vroeg in het evangelie de opdracht om het koninkrijk van God te verkondigen.
  • Bij Johannes zijn Jezus’ leerlingen vooral zijn vrienden, die in de verbondenheid met God mogen delen.

Bijbelverzen

  • Marcus 1:16-20
  • Johannes 1:35-51
  • Matteüs 4:18-22
  • Lucas 5:1-11