Artikel

Leviet

De Levieten werkten in en rond de tabernakel en de tempel. Ze waren ondergeschikt aan de priesters.

De naam Leviet

Het is niet helemaal duidelijk waar de naam ‘Leviet’ vandaan komt.
Het woord zou oorspronkelijk kunnen verwijzen naar iemand die gekozen heeft voor de verering van God (vergelijk Exodus 32:25-29 en Deuteronomium 33:8-10).
In het Oude Testament worden de Levieten echter steeds gezien als afstammelingen van Levi, een zoon van Jakob en Lea. Ze worden dus geassocieerd met de stam Levi, die de priesterdienst moet vervullen.

Gewijd aan God

De Levieten waren gewijd aan God. Zij namen de plaats in van alle oudste zonen die, net als het oudste jong van een dier, bestemd waren voor de HEER, zoals verteld wordt in Numeri 3:11-13.

De taak van een Leviet

De taken van de Levieten worden onder andere beschreven in Numeri 3:1-4:49. Alle Levieten hadden hun eigen taken. Die taken waren verdeeld volgens de verschillende families en geslachten.
Levieten moesten onder andere:

  • zorgen voor de onderdelen van de tabernakel in de woestijn;
  • zorgen voor de heilige voorwerpen uit de tempel;
  • zingen tijdens de cultische bijeenkomsten in de tempel;
  • de tempelpoorten bewaken.

Geen eigen gebied

De Levieten hadden geen eigen stamgebied. Daarom kregen ze de tienden van de opbrengst van het land en het vee, en een deel van de offers (Numeri 18:21-32). Bovendien hadden ze een aantal steden toegewezen gekregen Numeri 35:1-8; Jozua 21:1-42.
Die voorrechten konden niet voorkomen dat de Levieten, zonder eigen grond, vaak tot de armsten van de samenleving behoorden. Ze worden genoemd in opsommingen van groepen die bijzondere sociale steun nodig hadden, zoals vreemdelingen, weduwen en wezen, zoals bijvoorbeeld in Deuteronomium 14:29.

Bijbelverzen

  • Numeri 3:1-4:49
  • Numeri 18:1-32
  • Numeri 35:1-8
  • Deuteronomium 16:11-14
  • Deuteronomium 33:8-10
  • Jozua 21:1-42
  • 1 Kronieken 23:1-32
  • Exodus 32:25-29
  • 1 Kronieken 25:1-26:32
  • Deuteronomium 14:29