Artikel

huisgoden

Huisgoden (in het Hebreeuws terafiem) waren beeldjes van familiegoden, die de familie moesten beschermen.

Familiegoden

Men beschouwde de familiegoden als overleden voorouders. In de godsdienst van het Oude Nabije Oosten was het belangrijk om een goede relatie te hebben met de voorouders. Ze moesten verzorgd en geëerd worden. Dan zouden zij, op hun beurt, iets terug doen voor de levenden: ze konden voorspraak doen voor de mensen bij de (hogere) goden, of beslissingen van de goden aan de mensen laten weten.

Gebruik van de huisgoden

De beeldjes van de familiegoden werden waarschijnlijk gebruikt bij waarzeggerij, bij het raadplegen van de geest van een dode en bij het voorspellen van de toekomst. Ze hadden ook een functie in de huiscultus. Met behulp van de beeldjes vroeg men raad aan de goden.

Huisgoden in de Bijbel

In de Bijbel komen de terafiem vijftien keer voor. Meestal is dat in teksten die het gebruik van godenbeelden afkeuren (bijvoorbeeld 1 Samuel 15:23). Een aantal andere bekende teksten waarin de terafiem voorkomen, zijn de volgende:

  • In Genesis 31:19-35 wordt verteld dat Rachel de huisgoden van Laban steelt en ze verstopt in het zadel van haar rijdier. Volgens sommige uitleggers deed ze dat omdat ze wilde voorkomen dat Laban via zijn terafiem zou ontdekken waar Jakob heen vluchtte.
  • In Rechters 17:4-5 heeft de Efraïmitische priester Micha behalve priesterkleren ook een paar godenbeeldjes laten maken om die in zijn tempel neer te zetten.
  • 1 Samuel 19:13-16 vertelt hoe Michal de achtervolgers van haar man David om de tuin leidt door een beeld van een huisgod onder een deken in bed te leggen. Ze houdt de achtervolgers voor dat David ziek in zijn bed ligt. Blijkbaar ging het hier om een behoorlijk groot godenbeeld.

Bijbelverzen

  • 1 Samuel 19:13
  • Rechters 17:4
  • Genesis 31:19