Artikel

stierenbeeld

Onder 'stierenbeelden' worden in de Bijbel gouden beelden verstaan die de vorm hebben van een stier. Ze werden gebruikt als godsdienstig voorwerp. De stier was in het Oude Nabije Oosten namelijk een belangrijk symbool van kracht en vruchtbaarheid.

Kalf of stier?

Sommige vertalingen vertalen het Hebreeuwse woord voor ‘stier’ met ‘kalf’. Daarvandaan komt de bekende uitdrukking ‘het gouden kalf’. Maar het ging eerder om het beeld van een jonge stier.

Stierenbeelden in de Bijbel

De twee belangrijkste passages in de Bijbel waarin stierenbeelden voorkomen, zijn Exodus 32 en 1 Koningen 12:

  • In Exodus 32 maakt Aäron een gouden stierenbeeld voor de Israëlieten in de woestijn.
  • In 1 Koningen 12 laat koning Jerobeam I twee gouden stierenbeelden maken en die in Betel en Dan neerzetten. Hij wil zo voorkomen dat de inwoners van zijn rijk (het noordelijke rijk Israël) om God te vereren steeds naar Jeruzalem gaan (in het zuidelijke rijk Juda).

Er zijn nog meer bijbelteksten over het stierenbeeld. Zo veroordeelt het boek Hosea de verering van Jerobeams stierenbeelden in het noordelijke rijk (Hosea 8:5; Hosea 10:5-6).

Wie of wat stelt het stierenbeeld voor?

Het is niet zeker wie of wat het stierenbeeld voorstelt in de bijbelteksten. Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • Een vreemde god. Daarbij zou het kunnen gaan om de Kanaänitische goden El of Baäl, of om de maangod Sin, die soms als een stier werden afgebeeld.
  • God zelf. De mannelijkheid en kracht van de stier waren ook kenmerken van God.
  • Een troon of voetstuk voor God. In het Oude Nabije Oosten werden goden regelmatig afgebeeld op de rug van een stier. De stier als troon van God zou kunnen verklaren waarom Jerobeam twee beelden van stieren liet neerzetten in tempels in Betel en Dan. Ze waren bedoeld als alternatief voor de ark van het verbond in de tempel van Jeruzalem, die ook als troon van God werd gezien.

Verboden

Alle bijbelteksten waarin het stierenbeeld voorkomt, veroordelen het maken en vereren van zo’n beeld: Het is strikt verboden om beelden te maken en die te vereren. Alleen de God van Israël zelf mag aanbeden worden.

Bijbelverzen

  • 1 Koningen 12
  • Exodus 32