strijdwagen
Artikel

strijdwagen

De strijdwagen was een open wagen, met twee wielen aan de achterkant en een platform waar drie soldaten op konden staan. Eén bestuurde de wagen, één had pijl en boog of een speer om de vijanden aan te vallen, en één beschermde de andere twee met een schild.
De strijdwagen werd vooral gebruikt tijdens veldslagen in het open veld. Maar hij kon ook ingezet worden bij de belegering van een stad.

Constructie

De strijdwagen bestond uit een houten frame, waar stroken leer over waren gespannen. In Jozua en Rechters is sprake van ijzeren strijdwagens. Dat slaat waarschijnlijk op het ijzerbeslag waarmee de wagen versterkt werd.
Aan de voorzijde van de wagen was een paal vastgemaakt met een juk voor de paarden. Er stonden meestal twee of vier paarden voor de wagen.

De eerste strijdwagens

De oudste strijdwagens die we uit de oudheid kennen, werden gebruikt door de Hethieten en de Egyptenaren. Volgens het Oude Testament hadden ook de Filistijnen (1 Samuel 13:5) en Kanaänieten (Rechters 1:19) strijdwagens.

Strijdwagens voor de Israëlieten

De Israëlieten kregen pas later strijdwagens. Volgens 1 Koningen 10 zorgt koning Salomo ervoor dat het leger van de Israëlieten strijdwagens heeft.
Uit Assyrische inscripties is bekend dat Achab en Joram, koningen van Israël, en Achazja, koning van Juda, een groot aantal strijdwagens bezaten.

Gebruik bij een belegering

Bij de belegering van een stad konden strijdwagens ingezet worden om rond de stad te patrouilleren. Zo moest voorkomen worden dat er mensen ontsnapten of dat er voedsel naar binnen werd gesmokkeld. Strijdwagens werden ook ingezet voor de bevoorrading van de soldaten op het slagveld. 

Paarden

Tijdens een veldslag waren er waarschijnlijk honderden paarden nodig. Ze konden namelijk niet langer dan een uur achter elkaar worden ingezet. Er moest dus veel gewisseld worden. Mogelijk werd er ook rekening gehouden met de paarden door niet tijdens de heetste uren van de dag te vechten, maar ’s morgens vroeg, of aan het eind van de middag.

Bijbelverzen

  • 1 Koningen 20:21-25
  • Jeremia 46:4-9
  • Ezechiël 26:7-10
  • Exodus 14