Jehu
Artikel

Jehu

Jehu was koning van het noordelijke rijk Israël en regeerde van ongeveer 843 tot 816 voor Christus.

De naam Jehu

De naam Jehu is een korte vorm van een naam die ‘Hij is de HEER’ betekent.
Een andere man met dezelfde naam is de profeet Jehu uit de tijd van koning Basa (1 Koningen 16:1-4).

De regering van Jehu

Jehu is een legerleider van koning Joram van Israël. Hij komt in 843 voor Christus in opstand tegen Joram (2 Koningen 9:14). Daar kun je over lezen in 2 Koningen 9:15-10:14. Jehu doodt koning Joram, en hij laat ook Izebel en de rest van de koninklijke familie vermoorden. Daarna is hij 28 jaar koning van het noordelijke rijk Israël.
Jehu en zijn nakomelingen regeren bijna honderd jaar in Samaria.

Conflicten met Assyrië en Aram

In het boek 2 Koningen is Jehu vooral bekend door zijn militaire staatsgreep en zijn strijd tegen de verering van de god Baäl (2 Koningen 10:17-28). Verder is er over zijn lange regering weinig bekend.
Maar uit 2 Koningen 10:32-33 blijkt dat Israël in de tijd van Jehu grote internationale problemen heeft gehad. De Aramese koning Hazaël (844-800 voor Christus) verovert het hele gebied van Israël ten oosten van de Jordaan. Dat gebeurt als Jehu nog maar net koning is geworden.
Verder blijkt uit inscripties van koning Salmanassar III van Assyrië dat Jehu in het jaar 841 voor Christus belasting moet betalen aan Assyrië. Op de zogenoemde Zwarte Obelisk van Salmanassar is afgebeeld hoe Jehu voor de Assyrische koning buigt. Dat betekent dat de Assyriërs de baas zijn over Israël. De voorgangers van Jehu konden de invloed van Assyrië nog beperken. Maar met Jehu is die tijd voorbij: de Assyriërs worden steeds machtiger.

Een goede koning?

In de bijbelboeken 1 en 2 Koningen staat van elke koning van Israël en Juda een beoordeling. Een koning die goed is, regeert volgens de wetten van de God van Israël. Een duidelijke beoordeling van Jehu ontbreekt. Hij heeft in opdracht van de profeet Elisa een einde gemaakt aan het koningshuis van Achab (2 Koningen 9:6-10). Maar hij volgt volgens 2 Koningen 10:29-31 ook het slechte voorbeeld van Jerobeam I, de eerste koning van het noordelijke rijk Israël (zie 1 Koningen 12:28-32).

Bijbelverzen

  • 2 Koningen 9-10
  • Hosea 1:4
  • 1 Koningen 19:16-17