Manasse (zoon van Jozef)
Artikel

Manasse (zoon van Jozef)

Manasse is de oudste zoon van Jozef en zijn Egyptische vrouw Asnat. Zijn jongere broer heet Efraïm. Hun grootvader Jakob vindt hen net zo belangrijk als zijn eigen zonen. Hij zegent hen daarom aan het einde van zijn leven.

De naam Manasse

De naam Manasse betekent: die doet vergeten. Zijn vader Jozef geeft hem deze naam, omdat God ervoor heeft gezorgd dat hij in Egypte zijn ellende vergat en zijn familie niet meer miste.
Manasse krijgt twee zonen: Asriël en Machir (1 Kronieken 7:14). Zijn nakomelingen vormen samen de stam Manasse.
Andere bekende personen in de Bijbel met de naam Manasse zijn: koning Manasse van Juda (2 Koningen 21:1-18) en Manasse, de echtgenoot van Judit (Judit 8:2).

Jakob kruist zijn handen

Als zijn vader Jakob bijna gaat sterven, brengt Jozef zijn twee zonen, Manasse en Efraïm, bij hem (Genesis 48:1-20). Hij zet Manasse bij Jakobs rechterhand en Efraïm bij zijn linkerhand. Hij verwacht dat Jakob zijn oudste zoon de belangrijkste zegen zal geven, en zijn jongste zoon een minder belangrijke zegen.
Maar Jakob wil het precies andersom en kruist bij het zegenen zijn handen. Hoewel Manasse veel macht zal krijgen, zal zijn jongere broer Efraïm nog machtiger worden dan hij.

De stam Manasse

Jozef is een zoon van Jakob, maar hij wordt meestal niet gezien als een van de stamvaders van het volk van Israël. In plaats daarvan noemt de Bijbel zijn zonen Manasse en Efraïm vaak als stamvaders van Israël, elk met een eigen grondgebied.
De naam Manasse kan daarom verwijzen naar de stam Manasse, waarvan Manasse de voorvader is. Maar het is ook een aanduiding voor het gebied waar de afstammelingen van Manasse wonen. Dat gebied lag in het midden van Israël. Het ene deel lag aan de westzijde van de rivier de Jordaan en liep tot aan de kust. Het andere deel lag aan de overkant van de Jordaan.

Bijbelverzen

  • Genesis 48:1-20
  • 1 Kronieken 7:14
  • Genesis 41:50-52
  • Genesis 46:19-20