Sedekia
Artikel

Sedekia

Sedekia was koning over het zuidelijke koninkrijk Juda van ongeveer 597 tot 586 voor Christus. Hij was de laatste heerser uit het koningshuis van David. Sedekia’s verzet tegen de koning van Babylonië leidt ertoe dat Jeruzalem wordt verwoest en een groot deel van de bevolking in ballingschap wordt gevoerd.

De naam Sedekia

De naam Sedekia betekent: de Heer is mijn rechtvaardigheid. Deze naam krijgt Sedekia van de Babyloniërs, nadat zij hem als vazalkoning hebben aangesteld. Zijn oorspronkelijke naam was Mattanja: geschenk van de Heer.
Sedekia was de derde zoon van koning Josia. Hij was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem.
Het boek Jeremia speelt zich voor een groot deel af tijdens de regering van Sedekia. In dit boek staan verschillende profetieën gericht tegen koning Sedekia: Jeremia 21:1-7, Jeremia 24:8, Jeremia 29:22 en Jeremia 34:1-21.

De laatste koning van Juda

Sedekia wordt door de Babylonische koning Nebukadnessar als vazalkoning aangesteld in 597 voor Christus, nadat zijn oom Jojachin tegen de Babyloniërs in opstand was gekomen.
In 589 voor Christus komt Juda onder leiding van Sedekia opnieuw in opstand tegen de Babylonische overheersing met de buurvolken Ammon, Edom, Moab, Tyrus en Sidon (Jeremia 27:3).
Koning Nebukadnessar grijpt hard in: Hij verwoest Jeruzalem en steekt de tempel in brand. Hij neemt koning Sedekia gevangen en doodt zijn zonen voor zijn ogen. Daarna steekt hij Sedekia’s ogen uit en voert hem weg naar Babel, samen met een groot deel van de bevolking (2 Koningen 25:4-7).
Nadat vier eeuwen lang een nakomeling van David op de troon had gezeten, wordt Juda vanaf nu bestuurd door Babylonische gouverneurs.

De ondergang van Juda

Volgens de bijbelschrijvers was Sedekia een slechte koning (2 Koningen 24:19; 2 Kronieken 36:12-13; Jeremia 21:1-7). Hij maakte niet alleen politiek onhandige keuzes, maar zorgde er ook voor dat het volk andere goden bleef vereren. Ook weigerde hij te luisteren naar de waarschuwingen van profeten zoals Jeremia.
Dat laatste is volgens de bijbelschrijvers de belangrijkste oorzaak voor de ondergang van het koninkrijk Juda. Zij zien de verwoesting van de tempel en de Babylonische ballingschap als straf van God voor het ontrouwe gedrag van Sedekia en de koningen vóór hem.

Bijbelverzen

  • 2 Koningen 25:1-7
  • 2 Kronieken 36:10-21
  • Jeremia 21:1-7
  • Jeremia 24:8
  • Jeremia 29:22
  • Jeremia 34:1-21
  • Baruch 1:8
  • 2 Koningen 24:17-20
  • 1 Kronieken 3:14