Hanna
Artikel

Hanna

Hanna is de vrouw van Elkana en de moeder van Samuel. Ze is lang onvruchtbaar, maar smeekt tot God om een zoon. Ze belooft dat dit kind zijn hele leven God zal dienen.

De naam Hanna

De Hebreeuwse naam Hanna betekent: begenadigde. Een andere vrouw met deze naam komt voor in het evangelie volgens Lucas: zij is een hoogbejaarde profetes die God dankt als ze Jezus in de tempel ziet (Lucas 2:36-38).

Onvruchtbaar

Hanna is de vrouw van Elkana. Elkana houdt veel van haar ondanks haar kinderloosheid (1 Samuel 1:5). Maar de andere vrouw van Elkana, Peninna, treitert Hanna, omdat zij geen kinderen heeft en Peninna wel.

Gelofte aan God

Tijdens hun jaarlijkse bezoek aan het heiligdom in Silo kwetst Peninna Hanna diep. Hanna gaat daarom naar het heiligdom om te bidden en zegt tegen God: ‘Geef mij een zoon, dan geef ik hem aan u terug; hij zal zijn leven lang aan u gewijd zijn’ (1 Samuel 1:11).
De priester Eli ziet Hanna bidden, maar denkt dat ze dronken is. Als hij haar weg wil jagen, vertelt Hanna wat ze aan God gevraagd heeft. Daarop zegt Eli dat God haar gebed zal verhoren.
Als Hanna weer thuis is, wordt ze inderdaad zwanger en baart ze een zoon die ze ‘Samuel’ noemt (1 Samuel 1:17-20).

Loflied van Hanna

Als Samuel niet meer aan haar borst drinkt, brengt Hanna hem naar het heiligdom in Silo. Dat was waarschijnlijk rond zijn derde jaar (zie 2 Makkabeeën 7:27).
Als Hanna hem bij de priester Eli achterlaat, zingt ze een loflied (1 Samuel 2:1-10). In dit lied dankt ze God dat hij omziet naar gewone mensen, en dat sterke mensen hun macht juist verliezen.
Dit lied heeft overeenkomsten met het lied van Maria, de moeder van Jezus in Lucas 1:46-54.

Nog meer kinderen

Hanna en Elkana gaan ieder jaar naar het heiligdom om Samuel te bezoeken. Hanna neemt dan steeds een zelfgemaakte mantel mee voor Samuel.
De priester Eli zegent hen met de woorden: ‘Moge de HEER jullie nog andere kinderen geven, in plaats van de jongen die jullie aan de HEER hebben afgestaan.’ Naast Samuel krijgen Hanna en Elkana inderdaad nog meer kinderen: drie zonen en twee dochters (2 Samuel 2:21).

Bijbelverzen

  • 1 Samuel 2:18-21
  • Lucas 2:36-38
  • 1 Samuel 1:1-2:11