Laban
Artikel

Laban

Laban is de vader van Lea en Rachel, en de broer van Jakobs moeder Rebekka. Door een list laat hij zijn beide dochters met Jakob trouwen. Maar Laban wordt ook zelf door Jakob bedrogen. Jakob ontneemt Laban een groot deel van zijn rijkdom.

De naam Laban

De naam Laban betekent ‘wit’. Laban is de zoon van Betuel en de kleinzoon van Nachor, de broer van Abraham. In de Bijbel is Laban vooral bekend als broer van Rebekka, de moeder van Jakob (Genesis 24:29) en als vader van Lea en Rachel.

Laban bedriegt

Laban woont in de stad Charan in Paddan-Aram, en hij is rijk. Als Jakob op de vlucht is voor zijn broer Esau, gaat hij bij zijn oom Laban wonen.
Laban heeft twee dochters, Lea en Rachel. Jakob wil graag met Rachel trouwen. Als bruidsschat moet Jakob zeven jaar lang voor Laban werken.
Op de dag van de bruiloft verwisselt Laban zijn jongste dochter voor haar oudere zus Lea. Als Jakob dit ontdekt, wil hij alsnog met Rachel wil trouwen. Laban geeft een week later opnieuw een feest waarbij Jakob met Rachel trouwt. Maar hiervoor moet Jakob nog eens zeven jaar voor Laban werken.

Laban wordt zelf bedrogen

Nadat Jakob veertien jaar voor zijn oom Laban heeft gewerkt, wil hij terug naar zijn geboorteland. Maar Laban vraagt hem te blijven om op zijn kuddes te passen. Dat wil Jakob doen in ruil voor alle zwarte schapen en gevlekte geiten (Genesis 30:31-34).
Door gestreepte takken in de drinkbakken te leggen zorgt Jakob ervoor dat er meer gestreepte en gevlekte jongen geboren worden. Zo groeit zijn kudde, terwijl de kudde van Laban kleiner wordt. 
Als een engel van God in een droom tot Jakob spreekt, besluit hij alsnog bij Laban weg te gaan.

Verbond tussen Jakob en Laban

Jakob vlucht in het geheim met zijn hele gezin en zijn bezit. Maar Laban reist Jakob achterna en haalt hem in in het bergland van Gilead. Laban beschuldigt Jakob ervan zijn godenbeeldjes gestolen te hebben. Maar Laban kan zijn godenbeelden niet vinden omdat Rachel ze verstopt heeft.
De volgende dag richten Jakob en Laban een gedenkteken op en sluiten ze een verbond. Daarna nemen ze afscheid van elkaar.

Bijbelverzen

  • Genesis 27:43-45
  • Genesis 30:25-36
  • Genesis 24:29-50
  • Genesis 29:1-30
  • Genesis 25:20