zuidelijke koninkrijk Juda
Artikel

zuidelijke koninkrijk Juda

Het zuidelijke koninkrijk Juda is de aanduiding van het gebied waarover de nakomelingen van David en Salomo vanaf ongeveer 926 voor Christus koning waren. De hoofdstad was Jeruzalem. Er waren vaak spanningen tussen het zuidelijke rijk Juda en het noordelijke rijk Israël. In 586 voor Christus ging het zuidelijke rijk ten onder. De Babyloniërs namen de hoofdstad Jeruzalem in en verwoestten de tempel.

Ontstaan van het zuidelijke rijk

Salomo’s politiek was erop gericht de Israëlitische stammen bijeen te houden. Na zijn dood wilden de noordelijke stammen meer zelfstandigheid, maar Salomo’s zoon, Rechabeam, was niet bereid die te verlenen. Jerobeam slaagde erin het verzet tegen Rechabeam te bundelen, zodat de tien noordelijke stammen zich afscheidden. De nieuwe staat waar Jerobeam koning van werd, heet in de Bijbel ‘Israël’.
Het lukte Rechabeam niet om het noordelijke rijk te heroveren. Hij bleef koning over het gebied van de twee zuidelijke stammen met als hoofdstad Jeruzalem. Omdat dit gebied voornamelijk aan de stam Juda behoorde, wordt het zuidelijke rijk in de Bijbel ‘Juda’ genoemd.

Economisch onbelangrijk

Vergeleken met Israël was Juda economisch zwak en politiek onbelangrijk. Het lag niet op een handelsroute. Wel had de tempel van Jeruzalem veel aanzien, evenals koning David, de stichter van het koningshuis. Een stabiele factor in dit kleine koninkrijk was dat er steeds een nakomeling van David op de troon zat (2 Samuel 7:1-16).
Israël bleef een gevaarlijke buurland. Daarom zocht de Judese koning Achaz in 732 voor Christus de steun van de Assyrische koning en werd Juda een vazalstaat van Assyrië. In 722 voor Christus veroverden de Assyrïers het noordelijke rijk en bleef alleen het zuidelijke rijk Juda over.

Ondergang van het zuidelijke rijk

Juda beleefde een bloeitijd onder koning Josia, die omstreeks 620 voor Christus het gebied van het vroegere noordelijke rijk heroverde. Maar zijn zoon Jojakim werd opnieuw een vazal, eerst van Egypte, later van Babylonië. Jojakim kwam in opstand tegen de koning van Babylonië, maar deze opstand werd neergeslagen.
De laatste koning van Juda was Sedekia. Ook hij kwam in opstand tegen de Babyloniërs, maar werd verslagen. Deze nederlaag betekende het einde van het zuidelijke rijk Juda. Jeruzalem werd veroverd en de tempel die koning Salomo had gebouwd, ging in vlammen op.

 

Bijbelverzen

  • 1 Koningen 11:26-40
  • 1 Koningen 14:30
  • 1 Koningen 15:6-7
  • 2 Koningen 16:5-18
  • 2 Koningen 24-25
  • 2 Samuel 7:1-16
  • 1 Koningen 12:1-24