Jafet
Artikel

Jafet

Jafet is de jongste zoon van Noach. Samen met zijn ouders en zijn broers Cham en Sem overleeft hij de zondvloed in de ark. Na de vloed wordt hij de voorvader van de volken die in de kustgebieden wonen.

De naam Jafet

De naam Jafet betekent: uitgebreid. Die naam verwijst naar de belofte die Jafet krijgt in Genesis 9:27. Daar staat dat er ruimte voor Jafet zal zijn in de tent van Sem.
Jafet heeft een vrouw (Genesis 7:13) met wie hij kinderen krijgt, maar verder weten we uit de Bijbel niets over hem.

In de ark

Noach, de vader van Jafet en zijn broers Sem en Cham, bouwt een ark. Hij doet dat omdat God tegen hem gezegd heeft dat hij de aarde zal laten overstromen (Genesis 6:14-16).
Als de ark klaar is, gaan Noach en zijn vrouw met hun drie zonen en hun vrouwen in de ark. Ook van alle dieren gaan een mannetje en een vrouwtje mee (Genesis 7:13).
Het water overstroomt de hele aarde. Na honderdvijftig dagen begint het water te zakken, en mogen alle mensen en dieren weer uit de ark. God zegent Jafet en zijn broers. Ze krijgen de opdracht om kinderen te krijgen, zodat er overal op aarde weer mensen komen.

Zegen en vloek

Als de aarde weer droog en bewoonbaar is, legt Noach een wijngaard aan. Volgens Genesis 9:20-21 wordt hij dronken van zijn eigen wijn en gaat hij naakt in zijn tent liggen. Cham ziet dat en vertelt het aan zijn broers. Sem en Jafet gaan de tent in en leggen een mantel over hun vader heen.
Als Noach wakker wordt uit zijn roes, is hij boos om wat Cham gedaan heeft. Hij vervloekt Chams zoon Kanaän: Kanaän zal een knecht zijn voor de nakomelingen van Sem en Jafet. Noach zegent Sem en Jafet. God zal Jafet ruimte geven om in de tenten van Sem te wonen.

De nakomelingen van Jafet

Jafet is volgens Genesis 10:5 de voorvader van de volken die verspreid over de kustgebieden leven. Zijn nakomelingen wonen in een gebied dat loopt van de huidige Kaukasus tot aan de Griekse eilanden.

Bijbelverzen

  • 1 Kronieken 1:4-5
  • Judit 2:25
  • Genesis 6-10