Jozef (zoon van Jakob)
Artikel

Jozef (zoon van Jakob)

Jozef is de oudste zoon van Jakob en Rachel, en de volle broer van Benjamin. Hij wordt door zijn broers als slaaf naar Egypte verkocht. Daar waarschuwt Jozef de farao om maatregelen te nemen tegen de komende hongersnood. Ook zorgt hij ervoor dat zijn familie in Egypte komt wonen, zodat ze niet sterven van de honger.

De naam Jozef 

De naam Jozef betekent: laat hij toevoegen. Zijn moeder Rachel was lange tijd onvruchtbaar. Bij de geboorte van Jozef zegt zij: ‘Ik hoop dat de HEER mij er nog een zoon bij geeft’ (Genesis 30:24). Daarom geeft ze hem de naam ‘Jozef’. Rachel en Jakob krijgen hierna nog een zoon die Benjamin wordt genoemd. 
Een andere bekende persoon in de Bijbel met de naam Jozef is Jozef, de man van Maria.

Jozef de dromer 

De broers van Jozef zijn jaloers op hem, omdat hij de lieveling van hun vader is. Ook ergeren zij zich aan de dromen van Jozef, waarin zijn broers voor hem buigen.
De broers willen Jozef vermoorden, maar verkopen hem uiteindelijk als slaaf aan handelaren, die hem naar Egypte brengen. In Egypte komt Jozef in de gevangenis terecht, omdat de vrouw van zijn meester hem vals beschuldigt.

Jozef de dromenuitlegger

In de gevangenis legt Jozef de dromen uit van de schenker en de bakker van de farao. Als de farao van Egypte op een nacht vreemde dromen heeft, laat hij daarom Jozef uit de gevangenis halen om zijn dromen uit te leggen. Jozef waarschuwt de farao op basis van zijn dromen dat er een zware hongersnood aankomt en dat hij voldoende graan op moet slaan.
Als de hongersnood aanbreekt, komen ook de broers van Jozef naar Egypte om graan te kopen. Jozef, inmiddels een van de machtigste mannen van het land, geeft zijn broers de opdracht al zijn familieleden naar Egypte te brengen, zodat ze niet van de honger omkomen.

De zegen van Jakob

Als een van de twaalf zonen van Jakob krijgt Jozef een zegen van Jakob mee wanneer deze oud is. Jakob zegt tegen Jozef dat zijn afstammelingen zullen lijken op een vruchtbare wijnstok, omdat hij de uitverkorene onder zijn broers is (Genesis 49:22-26).
De afstammelingen van Jozef worden meestal onderverdeeld in de nakomelingen van zijn oudste zoon Manasse, en van zijn jongste zoon Efraïm, elk met een eigen grondgebied.

Bijbelverzen

  • Genesis 39-45
  • 1 Makkabeeën 2:53
  • Genesis 37
  • 1 Kronieken 2:2
  • Exodus 1:5
  • Handelingen 7:9-18
  • Hebreeën 11:21