koninklijke attributen: troon
Artikel

koninklijke attributen: troon

De troon als koninklijke zetel was in het Oude Israël een belangrijk symbool van de verhevenheid en macht van koningen. De koning deed vanaf zijn troon bestuurlijke maar ook rechterlijke uitspraken (2 Samuel 14:9; Psalm 122:5). De troon was zo nauw verbonden met het koninklijke ambt dat ze een symbool werd voor het koningschap in al zijn facetten.

Troon van Salomo

De enige beschrijving van een troon in de Bijbel vinden we in 1 Koningen 10:19-20 en 2 Kronieken 9:18-19. Daar wordt verteld over de indrukwekkende troon van koning Salomo:

Van ivoor liet hij een grote troon maken, die werd overtrokken met zuiver goud. Zes treden leidden naar de troon, die aan de bovenkant een ronde hoofdsteun had en armleuningen aan weerskanten van de zitting. Naast de armleuningen stonden twee leeuwen en op de zes treden stonden twaalf leeuwen, één aan elke kant van iedere tree. In geen enkel koninkrijk was ooit zo’n troon gemaakt. (1 Koningen 10:19-20)

Uiterlijke kenmerken

Met behulp van deze beschrijving en op basis van archeologische gegevens kunnen we een beeld schetsen van hoe de koninklijke troon er in het Oude Israël ongeveer uitzag. De troon was een grote zetel, gemaakt van steen, hout of zelfs van kostbare metalen of ivoor. Hij had meestal een hoge rugleuning en aan beide zijden brede armleuningen. Soms was de troon versierd met ivoren inlegwerk of goud, waarin menselijke of dierlijke figuren of geometrische patronen waren aangebracht.

Cherubs

Bij de troon van Salomo stonden naast de armleuningen twee leeuwen. Van dergelijke tronen met leeuwenfiguren (ofwel sfinxen of cherubs – figuren met het lijf van een leeuw en de kop van een mens) zijn ook voorbeelden te vinden onder archeologische vondsten uit het Oude Nabije Oosten. Een voorbeeld is de sarcofaag van koning Abiram van Byblos uit de tiende eeuw voor Christus. Op de sarcofaag staat de koning afgebeeld terwijl hij op een troon zit met aan weerszijden een sfinx. Een enigszins vergelijkbare voorstelling zien we bij de ark van het verbond in het heiligdom: hierop staan twee cherubs die samen de troon van God vormen.

Voetenbank

Vóór de koninklijke troon was meestal een voetenbank geplaatst. Dat was een soort trapje of bankje, bedoeld als steun voor de voeten van de koning. In de Bijbel wordt de voetenbank verschillende keren genoemd, maar meestal met een figuurlijke betekenis: de voetenbank staat symbool voor onderwerping aan God (zie Jesaja 66:1 en Matteüs 5:35). Een verwijzing naar het concrete voorwerp vinden we alleen in 2 Kronieken 9:18 en Jakobus 2:3.

Goddelijke troon

Het beeld van een koning gezeten op zijn troon wordt in de Bijbel regelmatig gebruikt ter uitdrukking van de macht en majesteit van God (1 Koningen 22:19; Jesaja 6:1 en Ezechiël 1:26). Gods troon is echter in de hemel en niet op aarde (Psalm 11:4), wat wil aangeven dat zijn majesteit onvergelijkbaar is met die van aardse koningen.

Bijbelverzen

  • 1 Koningen 22:19
  • 2 Kronieken 9:18-19
  • 2 Kronieken 9:18
  • Psalmen 11:4
  • Psalmen 122:5
  • Jesaja 6:1
  • Ezechiël 1:26
  • Jakobus 2:3
  • 2 Samuel 14:9
  • 1 Koningen 10:19-20