Artikel

tabernakel: binnenkant

In de tabernakel zijn twee gedeeltes: het heilige en het allerheiligste. Deze twee ruimtes zijn van elkaar gescheiden door een gordijn, het voorhangsel. Alleen priesters mogen in het heilige komen. In het allerheiligste mag alleen de hogepriester komen.
De tempel later heeft dezelfde twee ruimtes.

Het heilige

Het heilige is het voorste gedeelte van de tabernakel. De priester komt hier tweemaal per dag om wierook te offeren. Ook steekt hij elke avond de olielampen aan.
In dit gedeelte zijn de tafel met de toonbroden, de zevenarmige kandelaar en het reukofferaltaar te vinden.

Het allerheiligste

Het allerheiligste is het achterste gedeelte van de tabernakel. In het allerheiligste komt alleen de hogepriester, en dat maar één keer per jaar. Hij moet er dan voor zorgen dat de fouten van het hele volk vergeven worden: de verzoeningsrite. Dat gebeurt op de tiende dag van de zevende maand.
In het allerheiligste staat de ark van het verbond. Bij de ark zijn ook de staf van Aäron te vinden (zie Numeri 17:23-26) en het kruikje met manna (zie Exodus 16:33-34).

Voorwerpen in de tabernakel

De belangrijkste voorwerpen in en om de tabernakel zijn:

 

Bijbelverzen

  • Numeri 4
  • Exodus 26