Petrus
Artikel

Petrus

Simon Petrus is een van de twaalf leerlingen van Jezus. Hij heeft een sterke band met Jezus, ondanks zijn impulsieve karakter en zijn verraad wanneer Jezus gevangengenomen wordt. Later wordt Petrus een belangrijke leider in de vroege kerk.

De naam Simon Petrus

Simon betekent ‘luister’ in het Hebreeuws.
Jezus noemt Simon ‘Petrus’. Petrus komt van het Griekse woord petra, wat rots betekent. Op sommige plekken in het Nieuwe Testament wordt hij Kefas genoemd, wat Aramees is voor rots.
Bij de twaalf leerlingen van Jezus zit nog een tweede Simon: Simon de IJveraar. Andere personen in het Nieuwe Testament met naam Simon zijn: Simon de leerlooier, Simon de magiër, Simon van Cyrene (Lucas 23:26) en Simon Iskariot, de vader van Judas Iskariot. In het Nieuwe Testament staan ook twee brieven op naam van Petrus. Waarschijnlijk zijn die brieven niet door Simon Petrus geschreven.

Petrus en Jezus

Simon is samen met zijn broer Andreas een van de eerste leerlingen van Jezus (Marcus 1:16). Jezus geeft hem de naam Petrus omdat hij hem als eerste de messias noemt. Op dat sterke geloof wil Jezus zijn kerk bouwen (Matteüs 16:15-19).
Petrus heeft, net als Jakobus en Johannes Zebedeüs, een bijzondere relatie met Jezus. Zo mogen zij bijvoorbeeld mee wanneer Jezus op de berg verheerlijkt wordt (Matteüs 17:1-13), en als hij de schoonmoeder van Petrus (Marcus 1:29-31) en het dochtertje van Jaïrus geneest (Marcus 5:37). Ook zijn ze bij Jezus wanneer hij in Getsemane bidt (Marcus 14:32-42).

Petrus’ karakter

Petrus heeft een impulsief karakter. Hij handelt soms impulsief en zegt dingen die hij niet waar kan maken. Zo wil hij over water naar Jezus lopen. Dit lukt even, maar door zijn twijfel zakt hij dan toch weg in het water (Matteüs 14:28-31). Ook verraadt Petrus Jezus: wanneer Jezus gevangengenomen wordt, zegt Petrus tot drie keer toe dat hij Jezus niet kent (Matteüs 26:69-75; Marcus 14:66-72; Lucas 22:47-53; Johannes 18:25-27).

Petrus na de opstanding van Jezus

Petrus is als een van de eerste leerlingen bij het graf van Jezus wanneer hij opgestaan is. Al snel wordt Petrus een belangrijke leider in de vroege kerk (zie ook Jezus’ opdracht in Johannes 21:15). Hij is het niet altijd eens met Paulus over hoe om te gaan met niet-Joodse, onbesneden gelovigen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit Galaten 2:11-12.
Zelfs als Petrus naar de gevangenis moet, blijft hij trouw aan zijn geloof in Jezus (Handelingen 4:19-20). Hij wordt uit die gevangenis bevrijd, en is later waarschijnlijk in Rome door keizer Nero gekruisigd.

Bijbelverzen

  • Matteüs 14:22-32
  • Handelingen 1-5
  • Matteüs 4:18-22
  • Matteüs 16:15-19