stenen vaatwerk
Artikel

stenen vaatwerk

Stenen vaten werden gebruikt om water in op te slaan. Ze waren meestal gemaakt van kalksteen. De vorm werd erin gehakt met behulp van een hamer en beitel. Daarna werd het oppervlak glad geslepen. Er zijn ook schalen en bekers van steen gevonden, vooral uit de Tweede Tempelperiode.

Steen en reinheid

Volgens verschillende joodse rabbijnse geschriften is er een relatie tussen het gebruik van steen en rituele reinheid. Wanneer aardewerken potten onrein waren geworden, moesten ze volgens de wet gebroken worden (Leviticus 11:33). Maar vaten van steen konden niet onrein worden. Bovendien kon water in een stenen vat rein gemaakt worden. Dat wordt mogelijk bedoeld met het reinigingsritueel dat in  Johannes 2:6-7 wordt beschreven. In het verhaal van de bruiloft van Kana staat: ’Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’’

Stenen vaten in de Tweede Tempelperiode

In de 1e eeuw na Christus zijn vooral in de omgeving van Jeruzalem veel werkplaatsen geweest waar stenen vaatwerk werd gemaakt. Kennelijk was er in die tijd veel vraag naar. Dit heeft te maken met het feit dat men in de Tweede Tempelperiode de Joodse reinigingswetten strenger was gaan interpreteren. Stenen voorwerpen konden niet onrein worden, terwijl aardewerken voorwerpen die onrein werden kapotgeslagen moesten worden.
Een veel voorkomend voorwerp was een soort grote mok met handvatten. Het is niet precies bekend waar deze mokken voor gebruikt werden. Misschien gewoon om uit te drinken, maar het is ook mogelijk dat ze gebruikt werden voor een reinigingsritueel, zoals het wassen van de handen.
Stenen vaatwerk was ook geliefd omdat veel duurzamer was dan aardewerk. Maar het was ook duurder. Vooral rijkere mensen konden zich stenen vaatwerk veroorloven. Er zijn stenen schalen en kommen gevonden uit de eerste eeuw na Christus, die kopieën lijken te zijn van geïmporteerde geglazuurde of zilveren schalen.

Bijbelverzen

  • Johannes 2:6-7
  • Leviticus 11:33