Isaak
Artikel

Isaak

Isaak is de zoon van Abraham en Sara en de tweede stamvader van de Israëlieten. Zijn vader Abraham moet hem offeren, maar God verhindert dat op het laatste moment. Isaak trouwt met Rebekka en wordt de vader van Esau en Jakob. 

De naam Isaak

De naam Isaak wordt in de Bijbel in verband gebracht met ‘hij lachte’. Deze betekenis heeft ermee te maken dat zowel Abraham als Sara moeten lachen als ze horen dat zij op hoge leeftijd een zoon zullen krijgen (Genesis 17:17; Genesis 18:13).
Isaak is de man van Rebekka, en de vader van Esau en Jakob. Isaak sterft later dan Rebekka, en wordt door zijn twee zonen begraven in het familiegraf (Genesis 35:27-29). 

Langverwachte zoon

Abraham en Sara zijn tot op hoge leeftijd onvruchtbaar. Toch worden ze uiteindelijk ouders van Isaak. Isaak is daarmee de vervulling van de belofte aan Abraham over het grote volk dat uit hem zal voortkomen (Genesis 17:1-22).

Offer door Abraham

In Genesis 22:1-19 wil God weten of Abraham hem vertrouwt. Daarom draagt hij Abraham op Isaak te offeren op de berg Moria. Als Abraham Isaak heeft vastgebonden op het altaar, roept een engel van de Heer dat hij Isaak toch niet hoeft te offeren. 

Isaak en Rebekka

Als Isaak veertig jaar oud is, trouwt hij met Rebekka. Isaak houdt van zijn vrouw (Genesis 24:67). Dit is een van de weinige plaatsen in de Bijbel waar over liefde binnen een huwelijk gesproken wordt.
In (Genesis 26:1-11) staat dat Isaak en Rebekka naar de Filistijnse stad Gerar vluchten, omdat er een hongersnood is in Kanaän. Aan de inwoners van Gerar vertelt Isaak dat Rebekka zijn zus is, want hij is bang dat iemand hem zal doden om Rebekka tot vrouw te nemen. Dit verhaal doet denken aan de verhalen over Abraham en Sara in Genesis 12:10-20 en Genesis 20:1-18.

Vader van Esau en Jakob

Isaak en Rebekka krijgen twee zonen: Esau en Jakob. Isaak houdt meer van Esau, die jager wordt (Genesis 25:28). Rebekka houdt meer van de jongste zoon Jakob, die graag bij de tenten blijft. Rebekka en Jakob bedenken samen een list, waardoor Isaak de zegen voor de eerstgeborene aan de jongste zoon geeft, Jakob. Jakob wordt hierdoor de belangrijkste erfgenaam in plaats van Esau.

Bijbelverzen

  • Genesis 18:13
  • Genesis 21:1-7
  • Genesis 22:1-19
  • Genesis 35:27-29
  • Jozua 24:3-4
  • Sirach 44:22
  • Hebreeën 11:17
  • Jakobus 2:21
  • Genesis 17:17
  • Genesis 24-28