David
Artikel

David

David was de tweede koning van Israël. Hij regeerde waarschijnlijk van ongeveer 1010 tot 970 voor Christus.

De naam David

De naam David zou ‘geliefde’ kunnen betekenen.

David voordat hij koning was

David komt uit de stam Juda, en is de zoon van Isaï. Hij groeit op in Betlehem.
Als God niet meer tevreden is over koning Saul, stuurt hij zijn profeet Samuel naar Betlehem, naar het huis van Isaï. Daar zalft Samuel David, de jongste zoon van Isaï, tot koning. David is op dat moment een schaapherder.
Tijdens een oorlog tussen Israël en de Filistijnen doodt David de reusachtige Filistijn Goliat. David heeft alleen een slinger als wapen. Vanaf dat moment neemt Saul David in dienst, en na enige tijd maakt hij hem legeraanvoerder.
Als David Sauls zoon Jonatan ontmoet, worden ze vrienden. Die vriendschap duurt hun leven lang. Jonatan beschermt David meerdere keren tegen de woede van zijn vader Saul. Die wordt namelijk jaloers op David, omdat David meer succes heeft in de oorlog dan Saul en door het volk wordt bejubeld. Uiteindelijk sterven Saul en Jonatan in een oorlog tegen de Filistijnen.

David als koning

David wordt eerst koning van Juda, en na 7,5 jaar regeert hij ook nog 33 jaar over heel Israël. Zo is hij, samen met zijn zoon Salomo, de enige koning die over alle stammen van Israël regeert. God sluit een verbond met David: zijn koningshuis zal eeuwig duren (zie 2 Samuel 7:8-16 en 1 Kronieken 17:7-14).
Als koning voert David voert veel oorlogen. Hij verovert Jeruzalem op de Jebusieten en brengt daar de ark van het verbond heen. David wil ook een huis voor God bouwen. Maar God zegt dat Davids zoon en opvolger Salomo de tempel mag bouwen, omdat David zelf te veel oorlogen gevoerd heeft. David mag alleen voorbereidingen treffen (1 Kronieken 28:1-29:9).
Tijdens zijn koningschap krijgt David veel kinderen bij veel verschillende vrouwen.
Uit de tijd van David zelf zijn er geen archeologische vondsten die direct met hem verbonden kunnen worden. Zijn naam komt wel voor op de beroemde Tel Dan stele. Op deze steen (uit de negende of achtste eeuw voor Christus) staat in het Aramees geschreven dat een koning van het ‘huis van David’ koning Omri van Israël hielp.

De erfenis van David

David is een erg belangrijke figuur in het Jodendom en het christendom. Dat heeft vooral twee redenen.
Ten eerste is er Gods belofte aan David dat er altijd een van zijn nakomelingen op de troon van Juda zal zitten. Het koningshuis van David blijft inderdaad van de tiende tot de zesde eeuw voor Christus in Jeruzalem aan de macht. Ook nadat de Babyloniërs het koninkrijk Juda verwoesten en de koninklijke familie in ballingschap wegleiden, blijven veel mensen hopen op een nieuwe koning die afstamt van David. In de tijd van Jezus is dat nog steeds zo: sommige mensen verwachten dat de messias de Zoon van David is. Voor christenen is Jezus die Zoon van David.
Ten tweede staat de naam van David boven veel psalmen. Deze psalmen worden verbonden aan specifieke momenten in Davids leven. Lees hier meer over de opschriften van psalmen.

Bijbelverzen

  • 2 Samuel 1-24
  • 1 Kronieken 11-29
  • Zacharia 3:8
  • Zacharia 12:7-10
  • Matteüs 1:1-17
  • Matteüs 21:1-17
  • Marcus 2:25
  • Marcus 10:47-48
  • Marcus 11:10
  • Marcus 12:34
  • Marcus 12:37
  • Lucas 2:4
  • Lucas 3:31
  • 1 Samuel 16-31
  • 1 Koningen 1-2