Artikel

vergeving NT

Vergeving wordt in het Nieuwe Testament direct in verband gebracht met Jezus Christus: Dankzij het offer van Christus worden gelovigen gered van hun zonden. Uit Gods vergeving vloeit voort dat gelovigen ook elkaar moeten vergeven.

Vergeving in de evangeliën

In de evangeliën geeft Jezus op een aantal punten een nieuwe inhoud aan het oudtestamentische begrip vergeving:

  • Jezus kende zichzelf het gezag toe om namens God de zonden van mensen te vergeven (onder andere Matteüs 9:1-8).
  • De profeten in het Oude Testament begrepen dat de gehoorzaamheid die God van mensen verlangt, buiten het menselijke bereik ligt. Daarom keken ze uit naar de dag waarop God zijn Geest aan de mensen zou geven. Dan zouden ze van binnenuit veranderd worden (Jeremia 31:33-34; Ezechiël 18:31). Jezus kondigt aan dat die tijd aangebroken is met zijn komst. Zijn wonderen zijn hiervan een teken (Marcus 3:27). Maar ook zijn vergeving van zonden is een teken van het aanbreken van Gods koninkrijk.
  • Jezus legt, in vergelijking met het Oude Testament, meer nadruk op het vergeven van de naaste. Een gelovige moet zijn naasten vergeven net zoals God hem vergeeft (Lucas 6:37; Matteüs 18:21-22).

Vergeving in de vroege kerk

Vergeving werd in de vroege kerk in het licht gezien van Jezus Christus en zijn verzoenende dood aan het kruis:

  • Mensen ontvangen vergeving als ze gaan geloven in Jezus Christus (zie Handelingen 2:38).
  • Zoals er eerder een offer gebracht werd om vergeving te ontvangen, zo is er volgens de auteurs nu vergeving dankzij het offer van Christus (Hebreeën 9:14).
  • Wat vergeving mogelijk maakt, is nog steeds Gods genade. Maar voor christenen gaat het daarbij om Gods genade die hij getoond heeft door zijn redding van de mensen dankzij de dood van Jezus Christus.

Vergeving volgens Paulus

Paulus meent dat zonde vergeven wordt als je gelooft dat God Jezus uit de dood heeft opgewekt. Door dit geloof worden gelovigen ‘gerechtvaardigd’. Met rechtvaardiging bedoelt Paulus dat God hen niet meer als zondaars ziet, maar als rechtvaardige mensen. Gelovigen worden volgens Paulus dus gerechtvaardigd dankzij de verzoenende dood van Jezus Christus (zie Romeinen 3:24-25).

Bijbelverzen

  • Ezechiël 18:31
  • Matteüs 18:21-22
  • Marcus 3:27
  • Lucas 6:37
  • Handelingen 2:38
  • Romeinen 3:24-25
  • Jeremia 31:33-34
  • Hebreeën 9:14
  • Matteüs 9:1-8