Artikel

verbond OT: verbond met Abraham

In zijn verbond met Abraham doet God aan Abraham een belofte: hij zal de stamvader worden van veel volken, en zijn nakomelingen zullen het land Kanaän in bezit krijgen. Er staan in de Bijbel twee verhalen over het verbond met Abraham: in Genesis 15 en in Genesis 17:1-14.

De oven en de brandende fakkel

In Genesis 15 belooft God aan Abram dat hij een zoon zal krijgen en het land Kanaän zal bezitten. Abram vraagt aan God om een bewijs dat die belofte uit zal komen. Als antwoord krijgt hij van God de opdracht om een aantal dieren te slachten. Abram snijdt de dieren in tweeën en legt de helften tegenover elkaar. ’s Nachts ziet hij een oven waar rook uit komt, en een brandende fakkel die tussen de dierhelften door gaat. Op die manier laat God hem zien dat hij zich aan zijn belofte bindt.
Achter deze tekst gaat een heel oud ritueel schuil dat gebruikt werd om een verbond te bekrachtigen. Degene die een belofte had gedaan, identificeerde zich met het doormidden gesneden offerdier: als hij zich niet aan zijn belofte zou houden, zou hem hetzelfde lot overkomen als het offerdier.

Besnijdenis als teken van het verbond

Ook in Genesis 17 sluit God een verbond met Abram en belooft hij hem veel nakomelingen en het bezit van het land Kanaän. Als teken van dat verbond, en ter bekrachtiging ervan, moeten alle mannelijke nakomelingen van Abram zich laten besnijden

Betekenis van de term ‘verbond’

De term ‘verbond’ verwijst (ook in het Oude Testament) meestal naar een verdrag tussen twee partijen. Maar in het geval van Gods verbond met Abraham heeft het woord een andere betekenis. Het gaat hier eerder om het schenken van bepaalde voorrechten. Dit is te vergelijken met ‘oorkonden’ (‘charters’) die bekend zijn uit het Oude Nabije Oosten. Koningen schenken daarin privileges, macht of bezittingen aan gewaardeerde onderdanen.

Bijbelverzen

  • Genesis 17:1-14
  • Genesis 15