Artikel

verbond Oude Nabije Oosten

Verbondssluiting speelde een belangrijke rol in het sociale en politieke leven van het Oude Nabije Oosten. Er zijn een talloze teksten met internationale verdragen uit de tijd van de Bijbel bewaard gebleven. Zulke verbondssluitingen en verdragen uit de landen rond het oude Israël kunnen meer licht werpen op de betekenis van het bijbelse verbond. Belangrijk zijn vooral:

  • Hethitische verdragen uit de late bronstijd (1550-1200 voor Christus)
  • Assyrische eden van trouw uit de vroege ijzertijd (900-600 voor Christus)

Hethitische verdragen

Uit de late bronstijd (1550-1200 voor Christus) zijn veel internationale verdragen bewaard gebleven, met name opgesteld door Hethitische koningen. Het gaat meestal om soevereiniteitsverdragen: een machtige koning legde een verbond op aan een ‘vazal’, de heerser van een ondergeschikt volk.
Deze verdragen hadden een vaste structuur die we soms weerspiegeld zien in bijbelse vormen van het verbond (met name het Mozaïsche verbond). Een verdrag bestond uit de volgende onderdelen:

  1. Identificatie van de koning die het verbond tot stand heeft gebracht.
  2. Historische proloog. Hierin noemt de koning de gunstbewijzen die hij in het verleden aan de vazal bewezen heeft. De vazal wordt geacht uit dankbaarheid gehoorzaam te zijn aan het verbond.
  3. Verplichtingen waaraan de vazal moet voldoen om de goede verhouding met de koning te bewaren.
  4. Verklaring dat een exemplaar van het verdrag in de tempel moet worden neergelegd, en dat het verdrag regelmatig aan het volk moet worden voorgelezen.
  5. Lijst van getuigen die toezien op de uitvoering van het verdrag. Dat zijn altijd goden. Ook de hemel en de aarde, en bergen en rivieren worden soms als getuigen opgeroepen (een motief dat ook de Bijbel voorkomt).
  6. Een opsomming van zegeningen en vloeken. De getuigen, de goden dus, zullen zegen of vloek over de vazal en zijn onderdanen brengen bij het al dan niet gehoorzamen van het verdrag.
  7. De uitvoering van een ritueel om het verdrag te bekrachtigen en in werking te stellen. Meestal werd er een dier geofferd. Het dier vertegenwoordigt de vazal: net zoals het dier gedood is, zo zullen ook de vazal en zijn onderdanen worden gedood als ze de eed breken.

Assyrische eden van trouw

Ook uit de periode van het Nieuw-Assyrische rijk (900-600 voor Christus) zijn verdragen teruggevonden. Deze hebben een ander karakter dan de Hethitische verdagen. Ze zijn minder verfijnd en uitgewerkt.  Bepaalde onderdelen ontbreken, zoals de historische proloog en de zegeningen. Vloeken zijn daarentegen wel overvloedig aanwezig. Deze verdragen lijken puur opgelegd door militair geweld. Ze wekken niet meer de schijn dat ze gebaseerd zijn op onderling vertrouwen, zoals de Hethitische verdragen.