Artikel

rein en onrein: morele betekenis

De reinheidswetten in de eerste vijf boeken van de Bijbel (de Pentateuch) zijn geen morele voorschriften. Het zijn vooral religieuze leefregels, regels voor de omgang met God. In latere tijd is reinheid echter een symbool geworden van de zedelijke orde, vooral onder invloed van profetische boeken en wijsheidsliteratuur.

Onreinheid als zonde

In de wijsheidsliteratuur en de boeken van de profeten wordt met onreinheid hetzelfde bedoeld als met zonde (zie bijvoorbeeld Jesaja 64:5; Ezechiël 23:30; Amos 7:17). In zulke teksten staan woorden die te maken hebben met de cultus en rituelen, maar die taal wordt gebruikt voor religieuze en ethische kwesties. Een voorbeeld is: ‘Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden’ (Ezechiël 36:25).

Reinheid en persoonlijk geloof

Reinheid kan ook gelden op het vlak van de persoonlijke spiritualiteit, zoals in Psalm 15:2-5 en Psalm 24:4. Op de vraag wie tot God mag naderen, volgt als antwoord: ‘Wie reine handen heeft en een zuiver hart.’

Bijbelverzen

  • Psalmen 24:4
  • Jeremia 2:23
  • Ezechiël 23:30
  • Amos 7:17
  • Psalmen 15:2-5
  • Ezechiël 36:25