Artikel

spijswetten OT

Omdat voedsel in het lichaam van de mens terechtkomt, vormt het volgens de Bijbel een belangrijke bron van onreinheid. De spijswetten geven aan welk voedsel onrein is en dus niet door de Israëlieten gegeten mag worden.
Het grootste deel van de spijswetten staat in Leviticus 11 en Deuteronomium 14:3-21. Maar ook in het boek Genesis vinden we voorschriften over voedsel (het verbond met Noach; Genesis 7:2-8; Genesis 8:20).

Onreine dieren

Onder andere de volgende dieren werden als onrein gezien en mochten daarom niet gegeten worden:

  • Dieren die een natuurlijke dood gestorven zijn of verscheurd zijn door wilde beesten.
  • Dieren die gespleten hoeven hebben, maar niet herkauwen. En dieren die herkauwen, maar geen gespleten hoeven hebben. Bijvoorbeeld varkens, kamelen, klipdassen en hazen.
  • Alle waterdieren die geen vinnen en schubben hebben.
  • Verschillende vogels zoals gieren en roofvogels, waarschijnlijk omdat het vlees- of aaseters zijn.
  • De meeste gevleugelde insecten.
  • Dieren die over de grond kruipen.

Onrein vlees

Verder kon vlees onrein zijn door een aantal andere oorzaken:

  • als er nog bloed in het vlees zat;
  • als het vlees in aanraking was geweest met iets onreins;
  • als vlees van een geitje gekookt was in de moedermelk (die bloed zou kunnen bevatten).

Bijbelverzen

  • Genesis 7:8
  • Genesis 8:20
  • Leviticus 11
  • Genesis 7:2
  • Deuteronomium 14:3-21