Artikel

Babylonische ballingschap

De eerste keer dat de inwoners van Juda weggevoerd werden in ballingschap (zie eerste wegvoering naar Babel) werd direct gevolgd door een tweede keer. Opnieuw werd een deel van de bevolking van Juda weggevoerd door de Babyloni√ęrs.

Koning Sedekia

Na de opstand onder Jojachin stelde Nebukadnessar een nieuwe koning aan in Juda: Sedekia. Nog steeds leefde er onder het volk verzet tegen Babyloni√ę. De profeet Jeremia waarschuwde koning Sedekia voor de mensen die tot verzet opriepen (zie Jeremia 27:12-14).
Sedekia kwam echter toch in opstand. Nebukadnessar trok opnieuw met het Babylonische leger op naar Juda, en veroverde in 586 voor Christus Jeruzalem. De stadsmuren werden afgebroken, en de tempel en het paleis werden verwoest. Weer werd een deel van bevolking van Juda naar Babyloni√ę weggevoerd.

Wie gingen er in ballingschap?

Hoeveel Judee√ęrs er in totaal naar Babyloni√ę werden gebracht, is niet precies bekend. Het ging waarschijnlijk om ongeveer 15.000 mensen. Er worden in de Bijbel echter weinig concrete getallen genoemd. Volgens Jeremia 52:29 waren het niet meer dan 832 mensen. Maar in Ezra 2:64 en Nehemia 7:66 wordt genoemd dat er 42.360 mensen terugkeerden uit de ballingschap.
In ieder geval is duidelijk dat niet de hele bevolking weggevoerd werd. De elite werd meegenomen, het armere deel van de bevolking bleef achter.

De Judee√ęrs in Babyloni√ę

In Babyloni√ę leefden de inwoners van Juda als ballingen. Velen van hen verlangden terug naar hun eigen land (zoals bijvoorbeeld blijkt uit Psalm 137), maar anderen voelden zich juist thuis in Babyloni√ę. Ze bouwden er een nieuw leven op. Sommige ballingen bereikten zelfs hoge posities in de regering van Babyloni√ę. Twee belangrijke voorbeelden hiervan uit de Bijbel zijn Dani√ęl en zijn vrienden, en Nehemia (Dani√ęl 1:1-7 en Nehemia 1:11). Een andere bekende balling was de profeet Ezechi√ęl (Ezechi√ęl 1:1-12).

De terugkeer

In de zesde eeuw voor Christus werd het Perzische rijk steeds machtiger in het Midden-Oosten. In 538 overwonnen de Perzen de Babyloni√ęrs. De Perzische koning Cyrus gaf de Judese ballingen toestemming om terug te keren naar hun eigen land (Ezra 3:7-13).

Betekenis van de ballingschap

Hoewel er maar een gedeelte van de bevolking in ballingschap naar Babyloni√ę werd meegevoerd, heeft de ballingschap grote indruk gemaakt.
In bijbelteksten die na de ballingschap opgeschreven zijn (zoals Jesaja en Jo√ęl) is de ballingschap ge√Įnterpreteerd als straf van God voor het hele volk. De verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap werden gezien als straf vanwege de ongehoorzaamheid van Juda (zie ook Post-exilische profeten).
De ballingschap door de Babyloni√ęrs maakte geen einde aan de tradities en overleveringen. Integendeel, juist door de ballingschap werden mondelinge tradities op schrift gesteld. De hele geschiedenis van het volk Isra√ęl zoals die is beschreven in de boeken van het Oude Testament, staat daardoor in het teken van de ballingschap.