'Goddelozen' en de Septuaginta
Document

'Goddelozen' en de Septuaginta

Cor de Vos, “'Goddelozen' en de Septuaginta. Betekenis en vertaling van rasja' en asebês”, in: Met Andere Woorden 22 (3), Haarlem 2003.

Mag je de vertaling 'goddeloze' gebruiken voor het Hebreeuwse woord  rasja' ? Binnen het vertaalteama van de Nieuwe Bijbelvertaling is hierover uitvoerig gediscussieerd. De aanleiding daartoe was een brief van 87 personen, voornamelijk predikanten, die erop wezen dat het element 'god' of 'zonder god' in het Hebreeuwse woord rasja' ontbreekt. rasja' zou eerder een aanduiding zijn van 'boosaardigheid, opzettelijk kwaad'. Met de vertaling 'goddelozen' wek je ten onrechte de indruk dat het om atheïsten of andersgelovenden gaat, zo stelden de briefschrijvers. 

 

Bijbelverzen

  • Deuteronomium 25:1
  • Rechters 20:12-13
  • Job 8:19
  • Spreuken 13:19
  • Exodus 23:6-7
  • Psalmen 51:15