Artikel

BGT: verzen samennemen

Voor de duidelijkheid kan de volgorde van zinnen binnen een vers omgedraaid worden. Maar soms gebeurt er in de Bijbel in Gewone Taal meer, en wordt een zin naar een ander vers verplaatst.

Enkele voorbeelden

  • In (Exodus 1:13-14) zijn twee verzen bij elkaar genomen. In de brontekst wordt eerst in vers 13 verteld dat de Israëlieten mishandeld werden, daarna wat voor werk ze moeten doen, en aan het eind van vers 14 nog een keer dat ze mishandeld worden. Dat is een vorm van vertellen die voor moderne lezers verwarrend kan zijn. De BGT kiest voor een meer natuurlijke volgorde. Eerst wordt verteld wat de Israëlieten moeten doen. Daarna wordt één keer verteld dat ze slecht behandeld worden bij het werk.
  • In Deuteronomium 6:10-11 wordt een opsomming gegeven van alles wat de Israëlieten zullen krijgen in het land dat God aan hen zal geven. Steeds staat erbij dat ze er niets voor hoeven te doen: ze zullen steden hebben die ze niet hoefden te bouwen, schuren die ze niet zelf hoefden te vullen, waterputten die ze niet zelf hoefden te graven, en wijngaarden en olijfbomen die ze niet zelf hoefden te planten. Op deze manier is het een lange en ingewikkelde opsomming.
    In de BGT wordt eerst alles genoemd wat de Israëlieten krijgen in het nieuwe land: steden, schuren, waterputten, wijngaarden. Daarna wordt verteld dat ze er niets voor hoeven te doen: ze hoeven niet te bouwen, te graven of te planten. Op deze manier wordt de tekst leesbaarder en duidelijker, zonder dat er belangrijke informatie verloren gaat.
  • In Handelingen 8:26 geeft de engel Filippus de opdracht om naar de weg van Jeruzalem naar Gaza te gaan. Daarna staat er in de brontekst ‘die weg is verlaten’. In sommige vertalingen lijkt het alsof de engel dat nog zegt, maar dat is niet de bedoeling. Het gaat niet om informatie van de engel voor Filippus, maar om informatie van de schrijver voor de lezer. De lezer moet begrijpen wat de situatie is: op het heetste moment van de dag is er normaal geen mens onderweg. Op dat moment loopt Filippus langs een weg die helemaal verlaten is. En daar komt hij opeens iemand tegen. De goede verstaander begrijpt dat deze ontmoeting door de Geest is voorzien en gepland. De woorden ‘die weg is verlaten’ geven dus een belangrijke aanwijzing. In de BGT is dit zinnetje daarom iets doorgeschoven, zodat het de aandacht krijgt die het nodig heeft:

Een engel van de Heer zei tegen Filippus: ‘Je moet op reis gaan. Ga naar de weg die van Jeruzalem naar de stad Gaza loopt. Zorg dat je daar midden op de dag bent.’ Filippus deed wat de engel zei. De weg was verlaten. Maar opeens kwam er iemand aan.

  • De nummers van vers 26 en 27 zijn bij elkaar genomen omdat het zinnetje over de weg verplaatst is van vers 26 naar vers 27.