Artikel

verbond NT

In het Nieuwe Testament sluit Jezus een nieuw verbond met zijn volgelingen door het uitdelen van brood en wijn tijdens zijn laatste maaltijd. In de vroege kerk werd het vieren van het avondmaal, als teken van het verbond met Christus, een belangrijk ritueel.

Jezus’ laatste avondmaal

De belangrijkste plaatsen in het Nieuwe Testament waarin het verbond ter sprake komt, zijn de teksten over Jezus’ laatste avondmaal (Matteüs 26:26-29; Marcus 14:22-24; Lucas 22:19-22; zie ook 1 Korintiërs 11:23-25). Hierin wordt verteld dat Jezus brood uitdeelde aan zijn leerlingen en een beker wijn liet rondgaan, terwijl hij zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt’ (Lucas 22:20).
Jezus grijpt hier terug op oudere verbondstradities, met name uit Jeremia 31:31-34. Daar wordt gesproken over een nieuw verbond dat God op een dag zal sluiten met zijn volk.

Eed van trouw aan Christus

Het vieren van het avondmaal, in navolging van Jezus, werd een van de belangrijkste onderdelen van christelijke bijeenkomsten in de tijd van het Nieuwe Testament.
Het begrip ‘verbond’ werd in deze periode waarschijnlijk geïnterpreteerd als een eed van trouw. De meeste christenen zagen de eucharistie vermoedelijk als een ritueel waarmee men trouw zwoer aan Christus, die gestorven was voor de zonde van de mensen.

Onderwerping aan Christus’ heerschappij

Ook de Romeinen zagen de christelijke eucharistie als een eed van trouw (het Romeinse woord daarvoor is ‘sacramentum’). Dat blijkt uit een brief die de Romein Plinius de Jonge in 112 na Christus aan de Romeinse keizer Trajanus schreef.
De Romeinen zagen die eed die de christenen aflegden aan een ander dan aan de keizer, als een gevaar voor de politieke stabiliteit. Ten onrechte, want de christelijke eed had geen politiek karakter. Door deze eed onderwierpen gelovigen zich aan de heerschappij van Christus, maar dat was een hemelse en geen wereldse heerschappij.

Lichaam van Christus

Door deel te nemen aan de eucharistie werden gelovigen samen het lichaam van Christus in deze wereld. Ze vormden samen een gemeenschap van mensen met allerlei verschillende achtergronden, verenigd door gemeenschappelijke waarden. Die waarden waren niet alleen geestelijk, maar ook ethisch: ze hadden gevolgen voor het gedrag van de gelovigen, voor hoe ze leefden en omgingen met de medemensen.

Bijbelverzen

  • Marcus 14:22-24
  • 1 Korintiërs 11:23-25
  • Matteüs 26:26-29
  • Lucas 22:19-22