Artikel

geloof NT

‘Geloof’ is in het Nieuwe Testament de term waarmee christenen hun overtuiging aanduiden. Gelovigen zijn mensen die in God geloven en in de redding die hij bracht door zijn zoon Jezus Christus.

Woorden voor ‘geloof’

In de Griekse wereld hadden de woorden pistis (‘geloof’) en pisteuoo (‘geloven’) de algemene betekenis: vertrouwen stellen in een persoon of een zaak. In het Nieuwe Testament hebben deze woorden meestal de specifieke betekenis: geloven in God en in Jezus Christus.
Het geloof in God en zijn Zoon Jezus Christus is een centraal thema in het Nieuwe Testament. Toch wordt in de afzonderlijke delen van het Nieuwe Testament dit thema op verschillende manieren belicht.

Geloof in de eerste drie evangeliën

In het onderwijs van Jezus, zoals dat te vinden is in de eerste drie evangeliën, zien we invloed van de oudtestamentische betekenis van ‘geloven’. Geloof staat voor Jezus gelijk aan vertrouwen in God. Hij spoort de mensen aan om hun vertrouwen te stellen op God als koning en Vader, en op zijn macht om te genezen en te redden.

Geloof in het Johannes-evangelie

In het evangelie en de brieven van Johannes krijgt geloof een meer intellectuele lading. Geloven in Christus staat gelijk aan het kennen van Christus: het aannemen dat hij de messias is en de Zoon van God.

Geloof in de brieven van Paulus

Bij Paulus ligt de nadruk op de onmisbaarheid van het geloof voor een mens. Alleen als iemand geloof heeft, staat hij in de juiste relatie tot God (Romeinen 1:17). Alleen dan is hij in staat om op de juiste manier te handelen.

Geloof in Hebreeën

In de brief aan de Hebreeën is geloven het bewustzijn van God en van de niet-zichtbare, eeuwige wereld. Hebreeën 11:1 verwoordt dit als volgt: ‘Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.’

Geloof in de brief van Jakobus

In de brief van Jakobus staat kritiek op een vorm van geloof waarin moraal geen rol speelt. Geloof zonder daden is nutteloos; geloven en handelen moeten hand in hand gaan (Jakobus 2:14-22).

Geloof in de pastorale brieven, Judas en Openbaring

De pastorale brieven, Judas en Openbaring verwijzen met ‘geloof’ meestal naar de christelijke overtuigingen. De kerk werd zich steeds meer bewust van haar positie in een niet-gelovige omgeving en voelde de noodzaak om te strijden voor het geloof en eraan vast te blijven houden (Judas 1:3).

Bijbelverzen

  • Romeinen 1:17
  • Hebreeën 11:1
  • Jakobus 2:14-22
  • Judas 1:3
  • Openbaring 2:13
  • Marcus 5:34
  • Johannes 11:27