Artikel

vrede NT

Het begrip ‘vrede’ heeft in het Nieuwe Testament, onder invloed van het Oude Testament, een veelomvattende betekenis gekregen. Het heeft betrekking op allerlei aspecten van de ‘heelheid’ van een persoon of een groep mensen. 

Terminologie 

Het Griekse woord voor ‘vrede’ is eirènè. In het klassiek Grieks betekent dit de afwezigheid van vijandschap tussen groepen mensen. Maar in het nieuwtestamentisch Grieks heeft het woord een veel bredere betekenis gekregen. Onder invloed van de Septuaginta nam de Griekse term in het Nieuwe Testament namelijk de betekenis over van het Hebreeuwse woord voor vrede – sjalom. Vrede omvat daarmee in het Nieuwe Testament, net als sjalom in het Oude Testament, allerlei aspecten van de ‘heelheid’ van een persoon of een groep: het kan behalve op de afwezigheid van oorlog ook betrekking hebben op veiligheid, welzijn, gezondheid en geestelijke heelheid.
Drie betekenissen van ‘vrede’ komen in het bijzonder naar voren in het Nieuwe Testament:

  • vrede als het tegenovergestelde van strijd;
  • vrede als het herstel van de relatie tussen God en de mens;
  • geestelijke vrede.

Ook wordt het woord ‘vrede’ in het Nieuwe Testament regelmatig gebruikt als groet.

Vrede als het tegenovergestelde van strijd

Ondanks het bredere betekenisveld van ‘vrede’ in het Nieuwe Testament komt ook de klassieke, ‘seculiere’ betekenis ervan nog vaak voor: vrede als het ontbreken van oorlog of strijd. Daarbij kan het gaan om vrede tussen verschillende volken (Lucas 14:32), maar ook om vrede tussen bijvoorbeeld familieleden (Matteüs 10:34; Lucas 12:51). In de nieuwtestamentische brieven worden christenen meerdere malen aangemoedigd om de vrede te bewaren in hun relatie met andere mensen, vooral met medegelovigen (zie Romeinen 14:19; Efeziërs 4:3; Hebreeën 12:14).

Vrede als herstel van de relatie tussen God en de mens

Een bijzondere betekenis van vrede in het Nieuwe Testament is de vrede tussen God en de mens dankzij Jezus Christus. Voordat de mens tot geloof kwam, was hij vervreemd van God (Efeziërs 4:18; Kolossenzen 1:21). Maar door Christus is hij met God verzoend. Dankzij hem is er weer vrede gekomen tussen God en de mens (Romeinen 5:1; Kolossenzen 1:20).

Geestelijke vrede

Soms betekent vrede in het Nieuwe Testament vrede en rust in iemands hart, een vrede die door God geschonken wordt (Filippenzen 4:7). Het is het tegenovergestelde van een angstig en bezorgd gemoed (Johannes 14:27). In Galaten 5:22 wordt deze vrede een vrucht van de Geest genoemd (zie ook Romeinen 8:6). 

‘Vrede’ als groet

Jezus groet zijn leerlingen met de zinnen ‘Ga in vrede’ (Marcus 5:34; Lucas 7:50) en ‘Ik wens jullie vrede!’ (Johannes 20:19-21). Deze begroetingen zijn bedoeld als meer dan een gewone groet: met het uitspreken van de vrede wordt deze vrede daadwerkelijk aan iemand geschonken. 
Ook Paulus en andere nieuwtestamentische briefschrijvers nemen de vredegroet op in de openingszinnen van hun brieven. Zij wensen hun lezers de vrede van God toe (zie Galaten 1:3; Efeziërs 1:2; 1 Petrus 1:2; 2 Johannes 1:3).