Artikel

gelijkenis

Bij zijn onderwijs gebruikt Jezus vaak voorbeelden. Vaak hebben deze voorbeelden de vorm van een kort verhaal. Deze verhalen worden gelijkenissen genoemd. Sommige gelijkenissen zijn kort en eenvoudig, andere zijn lang en ingewikkeld. En de boodschap van elke gelijkenis is weer anders. De meeste gelijkenissen in de Bijbel staan op naam van Jezus, maar hij was niet de enige die gelijkenissen vertelde.

Het woord gelijkenis

De Hebreeuwse term voor een gelijkenis is masjal. Dit woord heeft een bredere betekenis en wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor fabels en spreekwoorden. De Griekse term die in het Nieuwe Testament gebruikt wordt voor deze beeldverhalen is parabolè (hiervan is het Nederlandse ‘parabel’ afgeleid).

Een joodse traditie

Tegenwoordig kennen we het genre van gelijkenissen vooral vanwege de gelijkenissen van Jezus, die in de evangeliën zijn opgenomen. Maar Jezus is niet de enige die van dit genre gebruikmaakte. In het Oude Testament staan gelijkenissen en ook in latere joodse literatuur komen ze veelvuldig voor. Ook in Jezus’ tijd waren er andere leraren die gebruikmaakten van gelijkenissen.

Genre

Gelijkenissen worden gebruikt om iets uit te leggen. Aan de hand van iets bekends wordt uitleg gegeven over iets dat minder bekend is. De gelijkenissen in het Nieuwe Testament hebben niet allemaal dezelfde vorm. Toch zijn er overeenkomsten die ervoor zorgen dat over al deze beeldverhalen gesproken kan worden als gelijkenissen.

Thematiek

De gelijkenissen van Jezus gaan over het koninkrijk van God). Jezus gebruikt gelijkenissen om iets te vertellen over God, het laatste oordeel en zichzelf. In veel gelijkenissen staan dezelfde onderwerpen centraal, maar dat betekent niet dat ze allemaal dezelfde boodschap hebben: hoewel er duidelijke parallellen zijn, legt elke gelijkenis eigen accenten.

Bijbelverzen

  • Lucas 10:30-37
  • Marcus 4:30-32
  • Lucas 15:1-7
  • Matteüs 13:24-30
  • Matteüs 13:44